Gelooft zijt Gij om de zon, die warme, schitterende bron

Gelooft zijt Gij om de zon, die warme, schitterende bron

Vakantiegangers zijn voor een groot deel zonaanbidders. Zij zoeken een land, een plek waar de zon met zijn licht en warmte onze geest kan bevrijden van somberte en zwaarte en ons lichaam kan koesteren. Sinds er cultuur is, zijn er getuigenissen van het respect en verering van mensen voor dit hemellichaam.  De zon komt iedere morgen opnieuw bij ons terug en brengt alles wat wij nodig hebben om van te leven: licht, warmte en veiligheid. Hij redt ons uit de kou, uit de blindheid van de nacht en laat de gewassen groeien zodat wij voedsel ontvangen. De zon is de bron van vreugde en vitaliteit. Zonder hem is er geen leven mogelijk. Is de zon mannelijk of vrouwelijk? Volgens Van Dale vrouwelijk, volgens andere bronnen juist mannelijk of ‘kan allebei’. Het is waar je het accent legt: het levende schenkende, of in het krachtige en verzengende. En zo is hij / zij het meest aanbeden object ooit in de geschiedenis. De zon als god komen we tegen in vele culturen, de heerser van grote rijken werd gezien als zoon van de zonnegod en in de naam van de eerste dag van onze week drukken wij nog ons blijvende respect uit voor deze bron van leven.

‘Geloofd om gans uw creatuur

Het christendom ziet de zon of de natuur niet als goddelijk, maar wel als schepping van God, die daarin kan worden geloofd en geprezen. In psalm 84 vers 12 wordt de zon wel als een beeld voor God gezien: ‘De Eeuwige is een zon, de Eeuwige is een schild, God is liefde en luister’. Een prachtige lofzang vinden we in het Zonnelied van Franciscus van Assisi (1181/1182 – 1226). De heilige, die ook bij protestanten op veel sympathie mag rekenen, dichtte zijn ‘Lofzang van de schepselen’, zoals de eigenlijke titel luidt, in de winter van 1224 op 1225, minder dan twee jaar voor zijn dood. Al meer dan vijftig dagen lag hij ziek in een hutje. Overdag kon hij het daglicht niet verdragen en ’s nachts was het licht van het haardvuur hem al te veel. In een nieuwe nacht van angst, uitputting en beproeving  zegt een stem dat alle kwellingen in het heden niets zijn in vergelijking met de schat die hij spoedig in Gods nieuwe wereld zal ontvangen. De vertwijfeling verlaat hem en bij het aanbreken van de dagenraad gaat Franciscus rechtop zitten en zet in met het zingen van ‘Almachtige, verheven Heer, halleluja, geloofd om gans uw creatuur’.

Broeder zon

Het lied is een getuigenis van de liefde van Franciscus voor de natuur en die komt voort uit zijn diepe geloof in God. De schoonheid en goedheid van de stoffelijke wereld wordt bezongen als openbaring van de schoonheid en goedheid van God. Het Zonnelied is ook letterkundig van een uitzonderlijke kwaliteit met een hechte structuur. Zo bestaat het uit drie gelijke delen van 11 regels, in totaal 33, het getal van het aantal jaren dat Jezus volgens de overlevering geleefd heeft op aarde. De eerste elf handelen over God en de dingen aan de hemel. In het tweede deel daalt het lied af naar de dingen van de aarde, de vier elementen. In het laatste deel staat het met beide voeten op de aarde en zo komt de mens nadrukkelijk naar voren, als schepsel dat in vrede pijn en lijden kan verdragen. De mens als microkosmos die de macrokosmos weerspiegelt.

In het oude Liedboek voor de Kerken (1973) vinden we het zonnelied als gezang 400, met een prachtige vertaling van Schulte Nordholt en een blij makende zeventiende-eeuwse melodie. In het tweede vers zingen we:

Geloofd om gans uw creatuur, halleluja!
Ten eerste om dat blinkend vuur, halleluja,
Die warme schitterende bron, halleluja,
De heer des hemels, broeder zon, halleluja
Halleluja, halleluja, halleluja.

Wat zing ik dit lied graag en wat doet het me iedere keer goed! Helaas hebben de samenstellers van het nieuwe Liedboek uit 2013 het laten vallen. Het is vervangen door een nieuw zonnelied, ‘Wees geprezen, bron en schenker’ (lied 742). Het vermag mij niet echt bekoren. Maar dit terzijde.

De zomer is bij uitstek het seizoen om in de volle zon het leven, de natuur, de warmte, alles wat leeft en wat groeit en wat bloeit te bezingen. De regels uit het lied die expliciet over de zon gaan, zijn vele malen vertaald en hertaald en vaak op hun eigen manier heel mooi en blij. Een paar voorbeelden:

Geloofd zijt gij, mijn Heer, met al uw schepselen,
vooral heer broeder zon, die de dag is, en door wie Gij ons verlicht.
En hij is mooi en stralend met grote luister.
Van U, Allerhoogste, draagt hij het zinnebeeld.

Zon voor ongelovigen

Maar ook voor de weinig traditioneel gelovige, of voor de volstrekt geseculariseerde mens of voor kinderen zijn er passende dichtregels gemaakt. Voor iedereen zijn er regels om te zingen of met je mee te dragen op de paden waar deze zomer je voert!

Jouw naam is groot in al wat is geschapen,
in broeder Zon die zijn licht geeft op de aarde,
teken van jou met zijn warmte en zijn stralen.

            Michael Steehouer, uit: Daar is het daglicht

 

0, Vader, dank U wel voor alles wat je ziet,
voor U zing ik het hoogste lied.
geloofd bent U,
voor broeder zon, die warmte geeft
en licht, en zorgt voor al wat leeft

            Dankjewel God’, les 5 onderbouw, Hemel en Aarde jrg. 6 nr. 1, bewerking: Simone       Gerich

 

Goeiedag, broeder zon,
jouw stralen voelen als een kus op ons gezicht.
Elke morgen maak je ons weer wakker.
Fel en stralend maak je ons warm met jouw licht.
Een hart van goud: het leven van Clara en Franciscus

vertaling Lisa Krompen

 

Bedankt voor de stralende zon
Die grote oranje ballon
Bedankt voor de sterren en maan
Die ’s nachts aan de hemel staan

onbekend

Laudato Si

De eerste woorden van het Zonnelied zijn ook de eerste woorden van de encycliek, de rondzendbrief, die van paus Franciscus vorig jaar uitging: Laudato Si (Geprezen Gij). Daarin roept hij de wereld op tot een ecologische bekering waarbij recht wordt gedaan aan de armen van deze wereld én aan onze wereld, ‘ons gemeenschappelijk huis’, waar al het leven, mensen, dieren en planten als Gods schepping, mogen wonen. Want:

Wie kan leven zonder zon,
zonder licht,
zonder warmte?
De zon als beeld van de Liefde
die geen onderscheid maakt ussen zondaars en rechtvaardigen.
Voor ieder gaat hij op.
In het donker zijn alle katjes grauw, zegt men,
kun je ook zeggen dat in het licht van de zon, i
Iedereen straalt en licht geeft?
Wij dragen de zon in ons hart,
in ons warme bloed, in de harteklop,
in ons mededogen en onze belangeloze liefde,
waarmee we een ander laten stralen

als schepsel van God.

            Guy Dilweg

 

Peter Korver
Remonstrants predikant bij De Kapel in Hilversum

 

 

Zie ook