Voor verwondering is geen leeftijdsgrens

Voor verwondering is geen leeftijdsgrens

Of ik voor het decembernummer van Ad Rem een meditatief stuk wilde schrijven over ‘worden als een kind’, zo vroeg de redactie mij per mail. Daar moest ik, vanwege het thema, wel even over nadenken. Ik heb nooit zo’n talent gehad om kind te zijn. Waarschijnlijk was ik te serieus en te verlegen om tussen alle extraverte leeftijdsgenootjes tot mijn recht te komen. In elk geval vond ik het lastig om mijn plek te vinden, daar waar je naar mijn gevoel beoordeeld werd op de juiste mate van spontaniteit (ik heb nog altijd een lichte allergie voor dat woord) en luidruchtige aanwezigheid.

Het zal ook wel daar mee te maken hebben dat ik de bijbeltekst over ‘worden als een kind’ altijd met een dubbel gevoel heb gelezen. Ik ben immers blij dat ik geen kind meer ben. Tegelijk snap ik natuurlijk dat de beeldende taal van de bijbel veel dieper gaat. En dat, wanneer er sprake is van ‘worden als een kind’, het gaat om een houding die niet zo heel veel te maken heeft met het gedrag van de Veluwse jeugd uit mijn kindertijd.

Visioen uit zicht

In Mattheus (in hoofdstuk 18 van zijn evangelie) lezen we hoe Jezus een kind in het midden van zijn volgelingen zet en hen in hun ambitie terecht wijst door te stellen dat zij het Koninkrijk niet binnen zullen gaan wanneer ze niet zelf worden als een kind. Zo zet hij hen op het spoor van een heel specifieke levenshouding. Een houding ook die niet zozeer het extraverte aanwezige van het hedendaagse kind weerspiegelt, maar veel meer de openheid, de verwondering en de verwachting. Eigenschappen die we aan het beeld van het kind zijn gaan hechten, vanuit het idee dat wij mensen ons in de loop van ons leven onder druk van de maatschappij meer en meer verliezen in eerzucht en ellebogenwerk. Met als gevolg dat de solidariteit en het visioen uit zicht raken.

Het schitterende lied (gebed eigenlijk) van Huub Oosterhuis maakt ons daar op een indrukwekkende manier van bewust: ‘Wek mijn zachtheid weer, geef mij terug de ogen van een kind, dat ik zie wat is en mij toevertrouw. En het licht niet haat.’

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

Religieuze naïviteit

Worden als een kind betekent ons die levenshouding steeds opnieuw eigen maken. En misschien is dat voor ouderen eigenlijk wel meer weggelegd dan voor kinderen zelf. De dichter Willem Wilmink gebruikte in een gedicht ooit de zin ‘bij ’t ouder worden jonger dan als kind.’ Een manier van zeggen die precies dàt voor mij verwoordt: dat een evangelische levenshouding weliswaar gestoeld is op kinderlijke openheid, maar dat we in de loop van ons leven misschien juist pas echt in staat zijn om daarvanuit te leven.

Albert Schweitzer sprak in dat verband van de diepzinnige religieuze naïviteit. Tegenover die orde van het Koninkrijk van God (die alles op zijn kop zet waar we in de wereld in geloven) past een houding van verwondering en openheid. Ons wordt gevraagd om ons te committeren aan een belofte die constant tegengesproken lijkt te worden door de feiten, maar die – zo geloven we met kinderlijke koppigheid en vanuit een diepe geraaktheid – uiteindelijk als enige overeind zal blijven staan.

Omgekeerde wereld van het evangelie

En als we met Kerst in de kribbe kijken, gaat het ook niet om het heilige kind (in welke betekenis van het woord dan ook), maar om die levenshouding van verlangen, verwondering, verbinding en tederheid.

‘O Heer Jesu, God en mense, die aanvaard hebt deze staat, geef mij dat ik door uw wense, geef mij door uw kindsheid raad, sterk mij door uw tere handen, maak mij door uw kleinheid groot…’, zingen we straks weer met dat oude kerstlied (Komt verwondert u hier mensen). Ook die woorden, hoe achteloos vaak ook gezongen, bepalen ons bij de omgekeerde wereld van het evangelie. Waarbij juist in onze volwassen staat een beroep wordt gedaan op wat nog (of weer opnieuw) zacht is in ons en hoopvol, niet verstard maar geestig, en misschien ook niet zozeer groots en meeslepend, maar wat in alle beperktheid juist raakt aan de diepte van het bestaan.

Jonger dan als kind

Ik hoef geen kind meer te zijn. Gelukkig. Maar dat betekent niet dat de wereld van verwondering voor mij gesloten is. Integendeel. Bij ’t ouder worden jonger dan als kind, zeg ik Wilmink na. Het lijkt wel of ik in de wereld steeds meer ontdek waar ik met kinderlijke nieuwsgierigheid in op kan gaan. En of, en dat zal ook wel met het klimmen der jaren te maken hebben, status en succes langzamerhand minder belangrijk worden. En wanneer ik straks het kindeke Jezus in ons kerststalletje neerleg, zal ik dit jaar daaraan denken: aan verwondering en tederheid. En aan een open levenshouding waar geen leeftijdsgrens voor geldt.

Kim Magnée-de Berg
remonstrants predikant in samenwerkingsgemeente Gouda (Do, Re, VVP)

 

 

 

Zie ook