Inspiratie: Zalig de zachtmoedigen
Foto Honza Soukop

Inspiratie: Zalig de zachtmoedigen

Onlangs werd ik getroffen door een boekje met de titel Zalig de zachtmoedigen. Het profetisch getuigenis van zwakheid. Wie dagelijks het nieuws tot zich toelaat – van de campagne van Donald Trump, de debatten van voor- en tegenstanders over het toelaten van asielzoekers en niet te vergeten over zwarte piet, tot de opstand van de boze burgers – die zal niet veel speelruimte zien voor zachtmoedigheid in de huidige samenleving.

In deze bundel echter ontmoeten twee bekende christenen elkaar. De één is de van oorsprong Canadese filosoof Jean Vanier, die de stichter werd van de Ark-gemeenschappen, waar mensen met en zonder verstandelijke beperking met elkaar leven. De ander is Stanley Hauerwas, voormalig hoogleraar ethiek aan een Amerikaanse universiteit. De laatste moet het hebben van discussies op hoog intellectueel niveau, de eerste van een praktisch handelen. Ze delen echter de overtuiging dat de vraag hoe wij omgaan met mensen met beperkingen een van de belangrijkste kwesties is voor de moderne samenleving. Hoofd, hart en handen komen in hun dialoog samen. De kracht van Hauerwas ligt bij het denken, terwijl hij ondertussen het contact met zijn compassie niet wil verliezen. Vanier leeft vanuit zijn hart, zijn compassie en vindt zijn kracht in het doen, het samenleven met mensen die voor bijna alles zijn aangewezen op anderen. Ze hebben elkaar nodig. Hauerwas zegt: ‘Zonder Vanier had ik geen argument.’ Zou omgekeerd, zo kan je je afvragen, Vanier, de doener, ook de denker, de ethicus echt nodig hebben? Of zijn compassie en geloof voldoende?

God eren én dienen

Een theoloog kan zich bezig houden met wat heet de ‘theodicee’, dat is de vraag hoe een goede God te rijmen valt met het godgeklaagde lijden in deze wereld. De ethicus stelt zich vervolgens de vraag of het niet beter is en van compassie getuigt als we zorgen dat mensen met een beperking niet meer geboren werden. En dat mensen die geen perspectief meer zien de consequentie mogen trekken uit de vaststelling dat hun leven voltooid is. Iemand als Vanier daarentegen ziet mensen op zijn weg komen die mogen zijn wie zij zijn, in het licht van de waarheid die hij ervaart, n.l. dat God van ieder mens houdt zoals die is. Als we de dialoog van Vanier en Hauerwas volgen, dan botsen we wellicht met de kerkvisie van veel zoekende mensen van vandaag. Zij kunnen geloof en kerk zien als hulpmiddelen op hun individuele zoektocht naar antwoorden op levensvragen. De kerk is er dan voor onze persoonlijke verdieping en we ontmoeten daar anderen die daar ook op uit zijn. En ieder kan daar zijn of haar eigen voordeel mee doen. Een andere benadering is dat geloof en kerk een bestemming hebben. Je doet niet mee voor je eigen zielenrust, de kerk is niet (alleen) een middel voor je eigen zoektocht, maar is een plek waar je komt vanuit het verlangen om God te eren en in het spoor van het evangelie de zwakste en de minst aanzienlijke mensen tot hun recht te doen komen. Deze gedachte sluit overigens direct aan op de beginselverklaring van de Remonstranten die stelt dat we er als geloofsgemeenschap zijn met het doel om God te eren en te dienen.

Evangelie verstoort je leven

Wat Hauerwas de theologie consequent voorhoudt is dat de waarheid van het evangelie alleen geleefd kan worden. Het kan niet anders dan dat het evangelie je leven verstoort. Ethiek is niet in de eerste plaats een intellectuele bezigheid van de studeerkamer. Het heeft ingrijpende consequentie voor het leven dat je leeft. Het is onvermijdelijk dat het evangelie leidt tot een radicale stellingname tegen de moderne maatschappij. Daar staat het eren van God niet hoog aangeschreven. Ook niet als je onder dat woord God, wat moderner, zou willen verstaan: het in respect leven met dat wat ons overstijgt, met respect voor de ons gegeven medemensen. Echter, een maatschappij waar de liefde voor mensen met een beperking, voor armen, voor minderheidsgroepen voortdurend te kort schiet, moet de kerk tegenover zich weten. Toch is dat zelden het geval. De meeste christenen hebben zich loyaal aangepast. Ze vormen nauwelijks een tegenkracht en hebben zich verbonden met de heersende verhoudingen. Als ze werkelijk in de voetsporen van Christus leven, dan kan een conflict met de cultuur niet uitblijven. Op welke punten? Ten eerste: Christenen wijzen geweld af en weigeren zich daar mee in te laten. Ten tweede: zij komen als rentmeesters op voor Gods schepping en keren zich tegen de aantasting van het leefklimaat van mens en dier. Ten derde: zij staan in de bres voor de zwakke en minst aanzienlijke mensen zoals vluchtelingen, maar ook anderen.

Deze drie idealen kunnen natuurlijk gemakkelijk leiden tot een fanatieke en militante houding. Hauerwas noemt zichzelf een ‘strijder uit naam van De Ark, vechtend tegen de politiek die deze vriendelijke gemeenschappen dreigt te verwoesten’. Het is een taal die bij de boze burger van nu bekend is. Hijzelf ziet tegelijk ook het contrast met Jean Vanier: ‘Waar ik een vijand zie die verslagen moet worden, ziet hij een wond die moet worden geheeld. Dat is een wezenlijk verschil.’ Ja, Vanier is een voorbeeld van een zachtmoedig mens te noemen.

Zachtmoedigheid kun je leren

Is Jean Vanier zo zachtmoedig? Ja en nee. Hij is net zo goed een strijder. Toen De Ark ontstond heeft hij heftige gevechten moeten voeren met allerlei instanties en sentimenten bij omwonenden. De aanleg tot agressie is ook in hem aanwezig en gelukkig maar, want zonder dat was er vermoedelijk weinig terecht gekomen van zijn plannen. Maar misschien anders dan velen van ons heeft hij geleerd om ook zijn tegenstrevers te zien als gewonde mensen die God liefheeft. Is zachtmoedigheid te leren of te trainen of heb je dat nu eenmaal van nature al of niet? Vanier zegt het te hebben geleerd door zijn gedachten en gedrag te laten vormen in zijn intensieve omgang met mensen met een ernstige beperking. Hij leerde zo dat kwetsbare mensen niet zozeer naar de onmogelijke oplossing van hun problemen verlangen als wel naar liefde, geduld en een luisterend oor.

Gebruiken we dat woord zachtmoedig nog wel eens? Of is het een archaïsch woord, behorend dus bij een tijdperk dat voorbij is? De betekenis, ‘niet geneigd tot heftigheid’, ‘zich gemakkelijk schikkend’ (Van Dale), elders ook omschreven als vriendelijkheid en goeiigheid, roept niet direct een associatie op met de geestelijke staat waarin onze westerse cultuur thans verkeert. Die kenmerkt zich eerder door emoties van boosheid, van zich tekort gedaan voelen, van argwaan en angst.

Zachtmoedigheid is ontegenzeggelijk een bijbelse notie, een vitale dimensie van het koninkrijk van God. In de bergrede (Mat. 5:5) wordt de zachtmoedigen zelfs aangezegd dat zij uiteindelijk het land zullen bezitten. In de Bijbel in Gewone Taal wordt gezegd dat het echte geluk is voor mensen die vriendelijk zijn. Dat woord duidt meer een uiterlijke houding dan op een verinnerlijkte.

In de ontmoeting en het gesprek van Hauerwas en Vanier herken ik veel van het gesprek dat Remonstranten veelal met zichzelf aangaan over de verhouding tussen hun ‘denkend gelovig’ zijn en de ambitie om als een betrokken en actief gelovige in de wereld te staan.

Peter Korver
Redactie AdRem, remonstrants predikant in De Kapel in Hilversum

Zie ook