Wanneer je kind op jonge leeftijd overlijdt
Foto: Ben Deiman

Wanneer je kind op jonge leeftijd overlijdt

Het is denk ik het ergste wat je als ouder kan overkomen: je (jonge) kind verliezen. Je machteloos en extreem kwetsbaar voelen en de kwetsbaarheid van het leven op een extreem rauwe manier ondervinden. Erover praten is vaak moeilijk. Toch vond ik Larisse van der Haar-Buijze bereid om juist over dit verlies van haar 5 ½ jaar oude zoon Daan, nu 7 jaar geleden, openhartig te praten. Heel dapper! Of ik de naam Daan alsjeblieft met een sterretje wil afsluiten. Dat doen we. Luister naar haar verhaal en dat van Daan*.

Kwetsbaar leven

Larisse en haar man Barry kregen in maart 2004 een zoontje, Daan*. Zoals de meeste verse ouders: je bent vreselijk gelukkig en soms ook onzeker. Daan* had vanaf het begin af aan problemen met voeding. Het consultatiebureau wimpelde het af met ‘opstartproblemen’ en zei dat dat normaal was. Maar toen Daan* 3 maanden oud was, kreeg hij zijn eerste analphylactische schok. Er zouden er nog meerdere volgen. Larisse moest meteen haar baan opgeven, want het kinderdagverblijf durfde het niet aan om voor Daan* te zorgen. Achteraf is ze daar heel blij om: ze heeft haar kind tenminste om zich heen gehad. Daan* heeft zich veilig en geliefd gevoeld.

Extreme voedselallergieën

Langzaam aan volgde een zoektocht naar wat er aan de hand was. Hij bleek extreem allergisch voor een heleboel voedingsmiddelen. Larisse: ‘het besef dat ik Daan* wel eens zouden kunnen verliezen, kwam pas later, en het is maar goed dat je niet alles weet. Tussen de realiteit dat je je kind zou kunnen verliezen en de bagage die je ondertussen verzamelt juist om dat te voorkomen, ga je door’. Larisse probeerde zoveel mogelijk in uitdagingen te denken en niet in beperkingen.

Voorgevoel

Er was geen directe aanleiding voor, maar toch kreeg Larisse vanaf zijn vierde levensjaar steeds sterker het voorgevoel dat ze Daan* zou gaan verliezen. Ook Daan* zelf voelde iets aan. ‘Het was een heel wijs mannetje. Hij zei vaak: mama, ik ben al groot en ik weet heel veel. Hij vertelde dingen die de meeste leeftijdgenoten niet eens kunnen bedenken. De week voordat hij overleed, terwijl alles toen op het oog goed ging met hem, heeft hij al zijn wensen verteld voor het geval hij zou komen te overlijden. En toen dat weekend, ging het opeens van het ene op het andere moment heel slecht met Daan*. We hebben hem snel naar het ziekenhuis gebracht en daar hebben ze van alles geprobeerd, maar ze hebben hem niet kunnen redden. Twee dagen later was hij dood. De precieze doodsoorzaak hebben we nooit achterhaald’.

Eigen kwetsbaarheid

‘In het begin ben je lamgeslagen, je wilt zelf dood, je wil niet meer leven. Ik zag de dood als een verlossing. Na een paar maanden wil je nog steeds niet leven, maar wilde ik in elk geval niet meer dood. Ik overleefde voor Daan*. Dit proces heeft zes en een half jaar geduurd. Pas nu kan ik zeggen: ik wil weer leven. Maar het gaat nooit over. De leegte, het verlies, het missen wordt alleen maar groter. De adviezen dat ik het een plekje moet geven zijn bullshit. Maar je went eraan en het gevoel gaat bij je horen. Het zit in elke vezel van je lijf. Tegelijkertijd: ik zou het zo over doen. Trauma is ook een geschenk, al verklaart 95% van de mensen mij voor gek. Het geschenk dat ik Daan* heb gekregen is nog altijd groter dan het verlies’.

Spijt?

Larisse: ‘Terwijl je rationeel weet dat je alles voor Daan* hebt gedaan wat in je vermogen lag, ga je jezelf toch kwalijk nemen dat je hem dit keer niet hebt kunnen redden. En van de stomste dingen heb je spijt achteraf. Of voel je je schuldig’. Zo had ze de laatste week van Daan*’s leven een afspraak staan met een kennis, waar ze eigenlijk op dat moment niet heel erg op zat te wachten. Ze liet zich overhalen om een dagje ‘lekker te gaan shoppen’, om ‘even aan zichzelf te denken’. Had ze dat nou maar niet gedaan, denkt ze nu.

Altijd bij me

Larisse: ‘Ik geloof niet in God of Jezus die het leven allemaal bestuurt, maar ik geloof wel dat het na de dood niet ophoudt. Daarom zeg ik: ik geloof wel in Daan*. Op de één of andere manier heeft hij een onbegrensde manier gevonden om bij me te blijven. Na zijn overlijden hebben we vingerafdrukken van hem genomen en daarvan hebben we een tastbaar sieraad laten maken. En Daan* heeft mij zoveel geleerd en voorzag zoveel, dat ik nu zie uitkomen. Zijn grootste wens was dat ik ook andere mensen met een voedselallergie zou gaan helpen. Die wens is uitgekomen. Ik was altijd bezig met lekker voor Daan* te koken en hij zei: die recepten moet je bundelen in een kookboek, en één exemplaar is voor (toen nog prinses) Máxima. Ik heb inmiddels een aantal kookboeken geschreven over voedselovergevoeligheid en geef trainingen daarin. En… een aantal jaar geleden ging ik naar de Floriade en toen kreeg ik een ingeving: ik pak een boek mee voor prinses Máxima. Verdomd, daar was ze, met haar gezin. Ik kon er alleen natuurlijk niet bij in de buurt komen maar ik spreek Spaans. Dus ik riep in het Spaans naar haar: ‘Excuseer mij prinses, ik heb een geschenk voor u en het is de grootste wens van mijn zoontje dat ik u dit overhandig’. Ze kwam naar me toe, heeft het cadeau aanvaard, wat al heel bijzonder was – want het was ingepakt – en we hebben 20 minuten staan praten. Ze vertelde dat ze er heel blij mee was, omdat ze familieleden had met voedselallergie. Ik voel Daan*’s nabijheid. En het meest bizarre: sinds enige tijd hebben wij een hond. Blijkt de hond ook meerdere voedselallergieën te hebben…’

Met groot ontzag en diep respect neem ik afscheid van deze liefdevolle, hartelijke en dappere vrouw. Ik kan niet anders doen dan wensen dat het leven haar verder met de grootste mildheid en warmte zal dragen en omarmen.

Vanessa van Koppen,
Redactie AdRem, gemeentelid in Den Haag

Zie ook