Het gezicht van Marijn de Valk
Foto: Fotoclaire.be

Het gezicht van Marijn de Valk


Wat wil je ook met een vader die grafisch ontwerper en een moeder die boekbinder is? Dan is het pad van boekrestaurator toch voor je gemarkeerd! Marijn de Valk (1968) woont en werkt in de voormalige Latijnse School in Middelburg. Bibliotheken en kloosters uit België en Nederland weten haar massaal te vinden voor de restauratie van hun middeleeuwse boeken.

Labora

‘Ik ben geboren in Rotterdam, en opgegroeid in het Land van Maas en Waal. De lagere school volgde ik in Batenburg en de middelbare school in Druten. Als stadsmeisje hoorde ik er nooit echt bij, ik vermaakte me in het bos en langs de Maas. Ik was te beweeglijk voor de universiteit en wilde iets met mijn handen doen. Twee jaar volgde ik de Bibliotheekacademie in Tilburg, daarna vond ik mijn bestemming op het Hoger Instituut voor de Conservatie en Restauratie van het Boek in Gent. Voordat ik mijn diploma had, werd ik al weggeplukt door het Zeeuws Archief in Middelburg om daar te werken. Op mijn 24e startte ik een eigen bedrijfje. Zeven jaar lang was ik alleenstaand moeder en woonde heel tevreden met mijn zoon David in een oud huis hier in de stad. Werken deed ik als hij naar school was en
’s nachts. In 2012 kwam mijn huidige vriend Jan in mijn leven, die ik nog uit Gent kende. We kochten een werkplaats en later (na zeven jaar getouwtrek met de gemeente) deze Latijnse School. Jan is superhandig, hij verbouwt het pand. We werken nu samen in het bedrijf en zorgen samen voor ons kind Louis. Maar druk werk en verbouwing eisen wel hun tol nu: veel stress de afgelopen jaren, ik ben redelijk afgepeigerd. Nu moet ik weer leren om op tijd naar bed te gaan.’

Ora

‘Ik ben niet kerkelijk opgevoed, maar toch op een moment in die richting getrokken. Ik heb zo ongeveer alle kanselbijbels van Zeeland gerestaureerd. Toen ik klaar was met de bijbel van Kloetinge ben ik eens in een dienst gaan luisteren. Ik vond het heel bijzonder dat zoveel mensen naar een verhaal van de kansel kwamen luisteren. Mijn vader heeft me toen in de richting van de Remonstranten hier c.q. Klaas Hendrikse geleid. Dat was zeventien jaar geleden. In april dit jaar ben ik weloverwogen lid geworden van de Remonstranten in de Koorkerkgemeenschap. En meteen in het bestuur gevraagd. De vonk was eigenlijk mijn verbazing over het wonder van het leven: de groei van een kind in mijn buik, de lente die altijd terugkomt, de spirit die mensen hebben, de kracht om het goede te doen. In het gewone leven wordt daar toch vaak minder over gepraat, hier heb je sneller een ingang. Ik heb geleerd om aan dat mysterie het woord God te geven. Het humanisme is wat dat betreft veel te kaal. God stijgt ver boven mij uit, ik voel me onderdeel van iets veel groters, die kracht staat los van de momenten dat ik geboren werd en er straks niet meer zal zijn. Ik laaf me aan de traditie en de kennis van oudere mensen in de gemeente. Vaak mensen met scherpe kantjes, daar houd ik van. De schoonheid van onze prachtige kerk maakt de beleving helemaal af. Aan het sociale aspect moest ik erg wennen. Stoelen in een kring? Brrrr, nee hoor, laat mij maar lekker in de kerkbanken in mezelf gekeerd zijn.’

Overgave

‘Ik zit in een leeskring over het boek ‘Heilige onrust’ van Frits de Lange. Ik kijk uit naar die rust, in de kerk vind ik die als een vorm van overgave. Zal ook wel iets met ouder worden te maken hebben, je gaat jezelf dan minder belangrijk vinden. Ik ben wel toe aan een bestaan als monnik. Of de gevangenis, dat lijkt me (een tijdje) ook zo gek nog niet. Meer mildheid, meer beschouwing, daar verlang ik naar.’

Michel Peters

Zie ook