Wiebelen tussen geloof en ongeloof

Wiebelen tussen geloof en ongeloof

Johan Goud (1950) wil een boek schrijven over wat geloven is. Het komende jaar verschijnt een serie artikelen van zijn hand in de Adrem. Zij vormen de eerste aanzet voor dat boek. Vanaf volgende maand bent u negen nummers lang proefkonijn. In onderstaand interview geeft hij de contouren van dat boek en de artikelenserie weer.

Een boek?

‘Toen ik hoogleraar werd, stond het begrip ‘toeval’ centraal in mijn inaugurele rede. Als je nadenkt over zin of doel van het leven dan kun je niet om dat woord heen. Is er wel een doel? Of bepaalt alleen het toeval mijn en ons leven? In remonstrantse kring is geloven niet vanzelfsprekend. Het wordt op prijs gesteld als een theoloog vragen stelt en open staat voor fundamentele vragen van anderen. Wiebelen tussen geloof en ongeloof is kenmerkend voor veel remonstranten en dat geldt net zo voor mij. Dus de vraag wat geloven is, is niet met een eenvoudige formule te beantwoorden. Het is een levenslange oefening waarin je steeds op zoek bent naar inzicht en daarbij ook andere werelden wilt verkennen. Zo heb ik niet alleen geleerd van Westerse denkers, maar ook van Indiase filosofen voor wie ‘inzicht’ wijst op iets waardoor je persoonlijkheid zich kan ontwikkelen. Zo wordt dat ineens een ander woord dan je gewend bent en dat frist je denken enorm op. Dit zoeken, steeds heen en weer wiebelen en inzichten vergaren heb ik een leven lang gedaan. Het heeft ongetwijfeld een existentiële achtergrond in de suïcide van mijn vader die alles wat vanzelfsprekend leek doorstreepte. Het boek dat ik nu wil schrijven is weer een stap in dit levenslange proces.’

Nodig

‘Ik schrijf het boek niet speciaal voor mensen die al geloven, maar voor mensen die nadenken over de zin (of het doel) van het leven. Voor mensen ook die daar heel andere opvattingen over hebben dan ik. Een cultuurfilosoof als Philipp Blom, die helemaal niet gelovig is, noemt het een ‘theologische’ behoefte van onze tijd om na te denken over de zin van het leven. Meer en meer mensen komen aan de kant te staan en zijn met die vraag bezig. Het individualisme heerst; gemeenschap krijgt minder aandacht. Wat moet je daarvan vinden? Kunnen christelijke feestdagen deze tijd iets bieden? Kun je die dagen een betekenis geven die een veel bredere groep aanspreekt dan alleen de gelovige christenen? Dit soort vragen boeit mij enorm. Ze zijn ook wat mijzelf betreft meer dan nodig. Ik betrek er allerlei schrijvers en denkers bij. Ja, vaak zijn die inderdaad al dood, maar bij deze vragen heb je niet zo veel aan meningen over opvallende zaken en vragen van vandaag. Het zijn ‘achtergrondvragen’. Die hebben monumentale teksten nodig; oude teksten, teksten van denkreuzen. Of een tijdgenoot een denkreus is, weet je pas na langere tijd. Kijk maar hoe lang we erover gedaan hebben om iemand als Hannah Arendt te gaan waarderen.’

Gemeenschapsproject

Drie artikelen gaan over de tekst van de remonstrantse belijdenis uit 2006. Waarom die tekst? ‘Ik voel mij zeer betrokken bij deze tekst. De allereerste versie was van mijn hand. Daarna werd het een gemeenschapsproject. Iedereen, al of niet groepsgewijs, kon er amendementen op indienen. Dat werd massaal gedaan. Vervolgens heb ik met Marius van Leeuwen (die toen hoogleraar was aan het Remonstrants Seminarium) al die amendementen bestudeerd en is de tekst aangepast. Uiteindelijk is deze goedgekeurd door de Algemene Vergadering. Dat maakt die tekst niet bindend. Dat zou niet bij Remonstranten passen. Maar de tekst is zeker het overwegen waard als je nadenkt over de vraag wat geloven is. Het is een naar binnen gericht proces geweest. We vroegen ons af wat ons bindt en wat we kunnen zeggen over ons geloof, over wat ons bezielt. Kunnen we meer zeggen dan ‘zoek het zelf maar uit in vrijheid en verdraagzaamheid’? Dat bleek mogelijk. Sinds de tekst er ligt kunnen we ook naar buiten toe laten zien wat of wie wij geloven. Omdat de tekst poëtisch is en niet leerstellig, kunnen mensen binnen en buiten de kerken er makkelijker mee overweg dan met een traditionele belijdenis.’

Café inzicht

‘Lang geleden deed ik in een café een inzicht op. En nee, dit is geen bekeringsverhaal, hoewel ik het wel heb ervaren als een inzicht dat mij als het ware werd aangereikt. Wat toen tot mij doordrong was de gedachte dat hoeveel twijfel en wanhoop er ook is in mijn leven, liefde fundamenteler is en daar dus onder ligt. De ervaring dat je wordt toegesproken, betekent dat jij niet alleen maar zelf vragen stelt. Er is ook de ander (het andere, de Ander) die je ontmoet en die je tot inzicht brengt. Kritische en wantrouwende redeneringen kunnen we zelf wel opzetten. Anderen uitsluiten gaat ons ook goed af. Daar hebben we niemand bij nodig. De ander, de weerloosheid van haar of zijn gelaat, hebben we nodig voor een andere manier van denken en doen, voor die fundamentele liefde.’

‘Ik heb, terecht, de naam van iemand die moeilijk schrijft. Ik mis namelijk in een tekst al gauw de nauwkeurigheid. Dat vind ik heel belangrijk en dat levert bij mij dan lange zinnen op en formuleringen die, nou ja, ingewikkeld zijn. Deze artikelenreeks is ook wat de vorm betreft een leerproces. Sprekend gaat het mij wel goed af om begrijpelijk te zijn. Ik ga heel erg mijn best doen op het schrijven.’

Voorlopig vindt u dus in elk nummer een artikel over wat geloven is met daarbij een suggestie voor een boek (roman, gedicht) dat u zou kunnen lezen bij het aangesneden thema. Wie weet ook een idee voor een plaatselijke lees- of gesprekskring?

Ineke Ludikhuize
Redactielid AdRem, gemeentelid in de Geertekerk in Utrecht

 

[kader]

Wie is Johan Goud?

Johan Goud werd geboren in Dordrecht in een gereformeerd gezin. In dit gezin deed hij ervaringen van geborgenheid op, maar ook van uiterste onveiligheid, vooral door de tragische zelfgekozen dood van zijn vader, toen hij veertien was. Het was voor hem aanleiding zich te storten op het lezen van boeken. Hij had veel vragen over geloof en zingeving en raakte al verder af van het van huis uit meegekregen geloof. Belijdenis deed hij niet, zoals min of meer gewoonte was voor gereformeerde jongeren. Als eerste van de familie ging hij naar de universiteit om theologie en filosofie te studeren. Het was niet zijn droombaan, maar hij belandde in het onderwijs. Omdat hij weigerde de drie formulieren van enigheid te ondertekenen (verplicht op veel christelijke scholen) kwam hij als vanzelf uit bij het Vrijzinnig Christelijk Lyceum in Den Haag. Daar vonden ze het juist geweldig dat hij die keuze had gemaakt. Het was zijn eerste kennismaking met vrijzinnigheid. Die kennismaking werd later voortgezet in Leiden waar hij remonstranten als Herman Heering en Han Adriaanse ontmoette. Hij sloot zich aan bij de Remonstranten, ging naar het seminarie en werd predikant in Eindhoven (1984-1990) en Den Haag (1990-2015). Lange tijd combineerde hij het predikantschap met universitaire aanstellingen in Kampen en Utrecht, waar hij religie en zingeving in literatuur en kunst doceerde.

[einde kader]

 

 

 

Zie ook