Eerste zinnen  #Wat is geloven?
Afbeelding: Marjorie Specht

Eerste zinnen #Wat is geloven?

Johan Goud is in het vorige nummer aangekondigd. Hij gaat in AdRem een serie van negen – laagdrempelige – artikelen schrijven over de vraag wat geloven nu eigenlijk is. Vandaag zijn eerste bijdrage.

Ik moet eerst iets bekennen. Over wat geloven is, kan ik niet spreken zonder in één adem kritische vragen te stellen. Niet om moeilijk te doen, maar omdat het wat mij betreft onontkoombaar is. Het zijn de vragen die ik mezelf stel.

Geloofswoorden
Waar gaan geloofswoorden in vredesnaam over? Waarom steeds die omweg langs een onbepaalbare Kracht?  Waarom de factor god toevoegen aan een bestaan dat sowieso ingewikkeld genoeg is? Waarom ‘rechtvaardiging voor god’ in plaats van zelfwording, ‘heiliging door gods wet’ in plaats van moreel beraad, ‘verlossing door Christus’ in plaats van de weg van bevrijdend inzicht? Ik noem maar wat voorbeelden. De alternatieven zijn nog altijd lastig genoeg, maar in principe helder te krijgen. Ze houden – zo menen velen – de menselijke maat aan en liggen binnen onze mogelijkheden. Is dat overigens zo? Dat is een vraag die in de loop van deze reeks terug gaat keren.

Buiten de lijntjes?
Er circuleren linnen tasjes met de opdruk ‘Think outside the bag’ (denk buiten het tasje). Een organisatie die zich tegen de ongecontroleerde verspreiding van plastic afval (vergelijkbaar met die velen irriterende religieuze ballast in de vorige alinea) verzet, verspreidt ze. Er staat een afbeelding bij van het bekende boter-kaas-en-eieren spelletje, verstoord door een hulplijn naar buiten. Je kunt dat spelbreuk noemen. Degene die me het tasje cadeau deed, vond het typerend voor mijn manier van denken. Misschien is dat zo. Ook zonder het te beogen, blijk ik vaak bij onorthodoxe oplossingen uit te komen. Maar ik voelde me er toch ongemakkelijk bij. Want waarom gaat het die buiten de code springende lijntrekker? Is hij erop uit een gemakkelijke overwinning te behalen en zichzelf te redden? Of wil hij de mogelijkheid van een ander spel en een nieuwe code exploreren?

Hypocrisie
Wat dreigt, is het gevaar van hypocrisie, de eeuwen door een telkens herhaald bezwaar tegen religieuzen en theologen. Ondanks hun verheven spreken over heilige dingen interesseren ze zich eigenlijk alleen voor hun zelfbevestiging en welbevinden. Het is de kritiek van Boccaccio, Erasmus, Molière, Diderot, Nietzsche en vele anderen. In zijn boek over de heksenvervolgingen ‘The devils of Loudun’ brengt Aldous Huxley het op de algemene formule van ‘bovarisme’. De term verwijst naar de hoofdfiguur in een roman van Flaubert. Het is de geneigdheid van mensen om te fantaseren dat ze anders zijn dan ze zijn: leuker, beter, zekerder, sensueler, intelligenter, geloviger, wat niet al.  Als je het zo bekijkt, is religieuze ‘hypocrisie’ één van de vormen die het bovarisme aan kan nemen. Dat maakt het weliswaar niet bepaald gemakkelijker eraan te ontsnappen. Want voor je het weet, trap je op de uitweg die je meent te vinden, in deze zelfde val. Met wat machtswoorden of wat mooie woorden ben je er niet.

Ontmoeting met wie anders is
Het pleit voor een aantal theologen uit de laatste eeuw, dat ze dit risico uitermate serieus hebben genomen. Zij kritiseerden allerlei vormen van zelfbevestigende religie zoals ze in het bijzonder ook in kerk en christelijke theologie ruim baan hadden gekregen – religie waardoor je je extra thuis voelt in de wereld, of die op miraculeuze wijze een eind maakt aan de onwetendheid die je dwars zit. Typisch voor wat we ‘geloof’ noemen is juist dat het je buiten die sfeer van zelfbevestiging plaatst. Het is de ontmoeting met wie en wat anders is. Soms heeft die een uitgesproken desoriënterend effect. ‘De God die met ons is, is de God die ons verlaat’, schreef Bonhoeffer.

Vliegende vogel
Het kan niet anders of dat heeft ingrijpende gevolgen voor je manier van denken en omgaan met wat hier ‘God’ wordt genoemd. En vervolgens voor je manier van omgaan met anderen en jezelf, want die is er nauw mee verbonden. God is geen stilstaande werkelijkheid, schreef de jonge Karl Barth. Je kunt hem het best met een vliegende vogel vergelijken: steeds bewegend, steeds verrassend. Wie ‘God’ in begrippen of rituelen vangt, maakt een eind aan ‘God’. Hij maakt bovendien een eind aan zichzelf, voorzover hij onbevangen was en zich door die vliegende vogel op nieuwe sporen liet brengen. Want een letterlijk ortho-doxe, definitief ware manier van spreken over God is niet te vinden. Ik voel me in dit opzicht thuis bij de dichter Willem Jan Otten, die eens schreef dat gedichten – en voor bijbelverzen geldt hetzelfde – geen kant en klare vondsten aanbieden. Het zijn vindplaatsen, plaatsen waar een aandachtige lezer iets essentieels kan vinden. En dat dan telkens weer, het vinden is een oneindige opgave.

Ik zoek het hier, in af-
gemeten regels, pegels tekst
ter grootte van een oogopslag.

Aan leven is geen houden.
Het dijt terwijl ik schrijf
naar alle kanten uit,

begin is nooit begin,
want elke eerste zin
schreeuwt om een eerste zin.

Wie in deze geest meer wil lezen, kan terecht in Aldous Huxley, ‘De duivels van Loudun’, Amsterdam 1991 (3de druk), of in Daniel Kehlmann, ‘Tijl’, Amsterdam-Antwerpen 2017.

Johan Goud
remonstrants emeritus – predikant

Zie ook