Anders denken over agapè

Anders denken over agapè

Afbeelding: Marjorie Specht


Uiteindelijk begint anders denken bij de ander die uniek is. Dat is geen denken vanuit de ander. Per slot van rekening kunnen we volgens Levinas niet weten wat de ander precies denkt’, betoogt Harry Hummels, hoogleraar ‘Ethiek, Organisaties en Samenleving’ aan de School of Business and Economics van Maastricht University. ‘Het is wel een denken dat wordt geïnspireerd door het gelaat van de ander, met respect voor hetgeen de ander ons meegeeft’.

Anders denken. Anders dan wat? Het is de eerste vraag die bij mij opkwam, toen Michel Peters mij uitnodigde bij te dragen aan dit themanummer. Anders denken verwijst naar een referentiekader dat afwijkt van het gebruikelijke denken. Dus bijvoorbeeld minder gericht op welvaart en meer op welzijn. Anders denken verwijst echter niet alleen naar een andere inhoud van het denken, maar kan ook refereren aan een andere bron. Het is deze laatste insteek die ik kies voor mijn bijdrage. Anders denken verwijst naar het denken waartoe ik word aangespoord door iemand of iets anders. De inspiratie voor deze insteek haal ik uit het werk van de Franse filosoof Emmanuel Levinas. Hij spreekt over het gelaat van de ander en het appel dat de ander op mij doet. In deze bijdrage ga ik kort in op de filosofie van Levinas. Het is de bron voor mijn eigen werk waarin het begrip ‘agape’ centraal staat.

Levinas

Emmanuel Levinas werd in 1906 geboren in Kaunas in een Joods gezin. Op 17-jarige leeftijd vertrok hij uit Litouwen om in Straatsburg filosofie te gaan studeren. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog nam hij de Franse nationaliteit aan en trad in Franse krijgsdienst als vertaler toen Frankrijk Duitsland in september 1939 de oorlog verklaarde. Nog in datzelfde jaar werd zijn eenheid gedwongen zich over te geven en verbleef Levinas gedurende de rest van de oorlog in krijgsgevangenschap. Het redde hem het leven vanwege de bescherming die het oorlogsrecht bood. De gruwelijkheden van oorlog, waarin hij vrijwel zijn hele familie verloor in de concentratiekampen, hebben een sterke invloed gehad op zijn filosofie. Levinas zet daarin de menselijke ontmoeting centraal. Die ontmoeting kenmerkt zich door de open uitnodiging aan de ander zich kenbaar te maken. Hij spreekt dan over het gelaat van de ander dat ons aanspreekt en een beroep op ons doet. Volgens Levinas gaat de ware ontmoeting niet uit van de ander als gelijke, als soortgenoot. Als we een ander horen spreken dan zoeken we vaak naar gemeenschappelijkheid. We proberen de ander te vatten binnen onze eigen kaders en denken de ander te begrijpen: ‘ik snap wat je zegt …’. Dat is een vorm van eigen maken of toe-eigenen – Levinas spreekt in dit geval van totaliseren – die veronderstelt dat we de ander kunnen kennen en weten wat er in haar of hem omgaat. Dat is echter onjuist, aldus de filosoof. Hoe lang we ook al omgaan met onze partner, kinderen, ouders, vrienden, collega’s, enzovoorts, de ander blijft uniek en daarmee in zekere zin ongekend. Levinas hanteert daarvoor het begrip ‘alteriteit’. We kunnen de ander niet kennen, zonder daarbij het anders zijn van de ander te miskennen. In de woorden van Levinas:

Een persoon kan men niet begrijpen zonder hem aan te spreken. (…) Spreken brengt een oorspronkelijke relatie teweeg.

Natuurlijk, we zijn allemaal mensen door wier aderen bloed stroomt, maar dat laat onverlet dat iedere mens ‘radicaal anders’ en uniek is – en daarmee tot op zekere hoogte onkenbaar. Wel kunnen we de ander ruimte geven, goed luisteren en horen wat zij of hij zegt. Levinas plaatst daarbij een belangrijke kanttekening. Hoe goed we namelijk ook luisteren, er blijft altijd een kloof bestaan tussen de ander en mijzelf. Wij denken de ander te kennen en empathisch met haar of hem mee te leven. Dat doen we vanuit een beeld dat wij hebben van de ander en veelal niet vanuit het beeld dat de ander ons geeft.

Agape als een commitment aan het welzijn van de ander

Agape is een van de vier vormen van liefde in de Griekse oudheid. Naast de liefde als eros, philia (vriendschap) en storgè (geborgenheid) verwijst agape naar de liefde voor de niet nader aangeduide ander. Christenen verwijzen dan vaak naar het gebod uw naaste lief te hebben als uzelf. Regelmatig duikt in die verhalen de barmhartige Samaritaan op. Een min of meer vergelijkbare formulering van hetzelfde uitgangspunt vinden we in de gouden regel: ‘behandel anderen zoals je zelf ook behandeld wilt worden’. De onderliggende veronderstelling in beide richtlijnen is dat de ander net zo is als ik ben – een soortgenoot waarvan er talloze rondlopen op deze aarde. Enige jaren geleden werd ik aan het denken gezet door de Canadese filosoof en politiek denker Michael Ignatieff en de Nederlandse schrijver, dichter en performer Jules Deelder. Beiden vroegen zich op eigen wijze af of de ander op onze ‘barmhartigheid’ of behandeling zit te wachten. Natuurlijk, we hebben ongetwijfeld goede bedoelingen. Maar wat weten we nu van de behoeften van de ander? Deelder spreekt zelfs over de ‘hardnekkige Samaritaan’ en heeft weinig op met zijn vermeende goedertierenheid. Recentelijk werd ik hier nog weer eens aan herinnerd door een prachtige column van Japke-d. Bouma in NRC. Zij vroeg zich af hoe je reageert op een collega die iets naars heeft meegemaakt. Ze sprak daarover met Jeroen Mol, operationeel directeur bij Landal Greenparks. Mol, die genezen is van kanker, schreef zijn ervaringen op in het boek ‘Dwars door alles heen – Levenslessen van een manager die door ziekte beter wordt’. Wat zeg je tegen hen, hoe kun je hen het beste steunen? Wat je dan niet moet zeggen is ‘ik kan me voorstellen hoe je je voelt’ – tenzij je het werkelijk zelf hebt meegemaakt. Vul verder ook liever niet in hoe de ander zich voelt of wat de ander denkt, zo vervolgt Bouma. Dus niet vooronderstellen dat de ander er vast niet over wil praten. Een simpele vraag hoe het met iemand gaat of een welgemeend ‘wat fijn dat je er weer bent’ volstaan.

Tegen deze achtergrond stel ik voor de betekenis van agape een slag te draaien. Plat gezegd komt het erop neer dat ik de ander niet behandel zoals ik zelf behandeld wil worden, maar zoals de ander behandeld wil worden. Dit inzicht staat bekend als de platina regel. De regel richt zich op het gelaat van de ander en het appel dat daarvan uitgaat op ons handelen. Het vraagt van ons dat wij de ander gelegenheid geven om te vertellen hoe zij of hij wil worden behandeld. Het vraagt om openheid voor de ander om zich te uiten en om een bereidheid van ons te horen wat zij of hij zegt.

Agape in een bedrijfscontext

Wie in het bedrijfsleven aankomt met het begrip ‘liefde’ wordt al snel aangekeken als een Jehova’s getuige. De deur gaat zelden open. Tegelijkertijd hebben veel bedrijven oog voor het welzijn en de bloei van anderen. Naast het floreren van werknemers als mens gaat het dan, onder meer, om het welzijn van de gemeenschap, de toeleverancier, de klant of de natuur. Een mooi voorbeeld vormt Shirley Schijvens. Sinds 2005 staat deze vijfde generatieondernemer aan het roer van Schijvens Corporate Fashion, dat bedrijfskleding maakt voor medewerkers van, onder andere, Albert Heijn, Gamma, Kruidvat, Bever Sport, Albron en Intratuin. Het familiebedrijf zet in op volledige circulariteit van haar kleding en de garens die zij daarvoor gebruikt. Ook tracht het een familiegevoel te creëren tussen haar toeleveranciers onder het motto ‘we are family’. Maar bovenal blijkt de aandacht voor het welzijn en de bloei van de ander uit Shirley’s bereidheid om Turks te leren. In het Turkse Mersin staat de grootste productiefaciliteit van het bedrijf en om met de veelal vrouwelijke werkneemsters te kunnen communiceren leert zij de taal. Dat stelt haar in staat uit de eerste hand te horen van de Turkse vrouwen waar zij behoefte aan hebben. De open communicatie leidde ertoe dat de vrouwen actief meedachten over de hoogte van het inkomen. Het salaris moet zodanig zijn dat het leefbaar is en de vrouwen er alle essentiële goederen en diensten van kunnen kopen die nodig zijn voor een menswaardig bestaan. Het gevolg is dat Schijvens beduidend meer betaalt dan het in Turkije geldende wettelijk minimumloon.

Nu zult u wellicht denken: heel mooi zo’n onderneming met oog voor het welzijn van de natuur, de medewerkers en de toeleveranciers, maar het is natuurlijk de uitzondering die de regel bevestigt. Een studie onder bijna 3500 Nederlandse ondernemingen met meer dan honderd medewerkers wijst het tegendeel uit. Het onderzoek dat ik samen met onderzoekers van de Universiteit Utrecht verrichtte, laat zien dat bedrijven wel degelijk gericht zijn op de bloei en het welzijn van medewerkers. Zowel voor als tijdens de coronapandemie proberen zij ruimte te scheppen voor hun werknemers om zelf invulling te geven aan hun werk en te luisteren naar hun behoeften. Langzaam maar zeker krijgen ze meer oog voor anders denken en als gevolg daarvan ook anders handelen. Vanzelfsprekend valt er nog veel te verbeteren. Dat laat onverlet dat goede voorbeelden van bedrijven die uitgaan van de ander of het andere bijdragen aan bewustwording over een andere economie. Een economie waarin de waarde van de medewerker als mens, van de natuur en van de relaties met de gemeenschap een centralere plaats inneemt.

Tot slot

Uiteindelijk begint anders denken bij de ander die uniek is. Dat is geen denken vanuit de ander. Per slot van rekening kunnen we volgens Levinas niet weten wat de ander precies denkt. Het is wel een denken dat wordt geïnspireerd door het gelaat van de ander, met respect voor hetgeen de ander ons meegeeft. Agape, of de toewijding aan het welzijn en de bloei van de ander, is daarmee een uitdaging. Die aanvaarden we vanuit het beeld over de behoeften van de ander, zoals de ander dat aan ons kenbaar maakt.

Harry Hummels
Hoogleraar ‘Ethiek, Organisaties en Samenleving’ aan de School of Business and Economics van Maastricht University.

Wilt u meer lezen over de onderzoeken die wij hebben verricht naar agape in bedrijven, dan verwijs ik graag door naar de website van de Goldschmeding Foundation: https://goldschmeding.foundation/project/agape_in_bedrijven/

Zie ook

De kracht van kwetsbaarheid
26 augustus 2019

De kracht van kwetsbaarheid

We spelen het bordspel Tussen Zon en Maan in de Ontdekfabriek op Strijp-s in Eindhoven. Een spel dat gebaseerd is op de theologie van de kwetsbaarheid van remonstrants hoogleraar Christa Anbeek… Lees verder

Lieve opa
2 april 2020

Lieve opa

Eginhard Meijering schreef Brieven aan mijn kleinkinderen. André Meiresonne vroeg zich af: Welke brief zouden kleinkinderen aan hun grootvader kunnen schrijven?.. Lees verder