19 oktober 2015

Arminius: een lefgozer die gevestigde God bron van zonde vond

Geschreven door Jaap Marinus
Remonstranten Foto: Arthur John Picton Arminius: een lefgozer die gevestigde God bron van zonde vond

Jacobus, zo noemde mijn opa mij altijd. Naamgenoot Jacobus Arminius leefde vier eeuwen geleden. Dat was dus een voorvechter van de vrije wil. Voordat ik voor de Remonstranten werkte had ik eerlijk gezegd nog nooit echt van de beste man gehoord. Maar vandaag is zijn sterfdag. Reden genoeg om hem eens in de schijnwerpers te zetten, zonder te verzanden in een geschiedenislesje. Om dat laatste te voorkomen stel ik mijzelf de vraag: wat maakte Arminius nou zo bijzonder en wat kunnen we vandaag de dag nog van hem leren?

Heeft God in zijn almacht van tevoren beschikt wie verdoemd is en wie niet, los van leer en leven, zoals de orthodoxe Calvinisten willen? Arminius gelooft er niet aan: dat zou God tot de bron van de zonde maken en de mens ontslaan van zijn eigen verantwoordelijkheid – Glossy Arminius

Lefgozer

Daar had Arminius natuurlijk een punt. Zo zullen ook vele Calvinisten anno 2015 inmiddels beamen. Wat mij opvalt is dat hij deze stellingname uitspreekt terwijl zijn promotor Gomarus in de zaal zit. Arminius moet hebben geweten dat hij hem tegen de haren in zou strijken. Ik zei ooit eens tegen een van mijn meer orthodoxe docenten, na het lezen van ‘Alles behalve kennis‘, dat ik de visie op theologie van Kuitert wel erg aantrekkelijk vond. Wat mij hierin het meest aansprak wordt kort samengevat in een gedicht van Goethe:

Wie einer ist, so ist sein Gott. Darum ward Gott so oft zum Spott

Dit betreurde die docent. En om niet koppig te willen zijn las ik ook een boek dat het tegenovergestelde beweerde. Waar ik me totaal niet in kon vinden. Ik vond dat moeilijk. Bewust van de beperktheid van mijn eigen denken wilde ik niemand voor het hoofd stoten en besloot ik verder maar mijn mond te houden en het cijfer binnen te halen. Arminius was wat dat betreft een lefgozer, als ik dat zo oneerbiedig mag zeggen. Voet bij stuk houden omdat je ergens van overtuigd bent. Dat is voor mij zo lang geleden dat ik het me niet meer kan herinneren.

God de bron van zonde

Ik kom uit de evangelische wereld, waar wonderen worden geclaimd in naam van God. Hier heb ik nooit in geloofd. “Een God die wél de buikpijn bij de een geneest, maar duizenden aan Ebola laat sterven, daar kan ik niet bij”, zeg ik weleens. Iets soortgelijks moet Arminius gedacht hebben bij de uitverkiezing. Als God jou wél uitkiest, maar mij niet, dan is alle eigen verantwoordelijkheid uit mijn handen genomen. Dan heb ik geen invloed op mijn bestaan, of deze met of zonder God is.

Als er een God is, dan is hij toch volwassen en consequent? Dan zorgt hij óf voor iedereen óf voor niemand. Een God die zich bekommert om pietluttigheden en ondertussen hele volksstammen laat verdwijnen is toch on-geloof-waardig? Verhip, daar blijk ik toch een overtuiging te hebben. In de voetsporen van Arminius. Misschien is dat wel de reden dat ik me zo thuis voel bij het gedachtegoed van de Remonstranten.

Jacobus Arminius leefde van 10 oktober 1560 tot 19 oktober 1609.

Gerelateerd