10 september 2018

Geloof laten we hierbij vallen

Geschreven door Florus Kruyne

Allereerst zou ik willen afrekenen met het woord ‘geloof’. Zo versleten en misbruikt en meteen geassocieerd met iets kinderlijks en het woordje ‘wat’. Wát geloof je dan? Geloofsinhouden. Vreselijk woord. Natuurlijk gaat het over waar je op vertrouwt als het erop aankomt. Toch zoek ik nog naar een ander woord dan ‘geloof’ of ‘vertrouwen’, naar iets wat beter geschikt is. Er zijn dan allerlei woorden die voorbijkomen: wat je bezielt, bezieling; van welke geest (spirit) je vervuld bent, spiritualiteit; wat je inspireert, inspiratie; wat je diepste verbinding is, verbondenheid; levensgevoel (een beetje bleekjes); je laatste of diepste betrokkenheid (ultimate concern), maar dat is niet te vertalen. Ik kies voor ‘levensoriëntatie’, ook al klinkt dat weer wat technisch. Maar je moet wat. ‘Geloof’ laten we hierbij vallen, al kun je er soms niet omheen.

Nieuwe ruimte

Er is een merkwaardige paradox in mijn levensoriëntatie. Ik zie mijzelf al heel lang als een religieus mens. Van kinds af aan waren het bestaan en de ervaring van iets Hogers voor mij vanzelfsprekend. Het had ook nog lang de trekken van een vaderfiguur die toch wel boven het menselijke en al te menselijke uitsteeg. In het contact met het Hogere kreeg ik weer grond onder de voeten en omarming van wie ik ben met alles erop en eraan, zowel de schaduw als alles wat het daglicht wel mag zien.

Dat was zo totdat ik, een paar jaar geleden, begon te dromen: ‘Ik geloof niet meer in God.’, ‘Ik kan niet meer zo tegen God aan huilen.’ En ik wist dat deze boodschappen klopten. Wat ze ook precies mogen betekenen, ik had het gevoel dat de restanten van kinderlijke, plastische voorstellingen en vanzelfsprekendheden de pas werden afgesneden. De geborgenheid die het kleine kind nodig heeft, en ook een zich kwetsbaar voelende volwassene, moest verlaten worden. De tijd was blijkbaar rijp om een andere, nieuwe ruimte te verkennen.

In mij stroomt een rivier 

Op 5 oktober wordt in Leiden gevierd dat daar honderd jaar geleden het Convent van Predikanten werd opgericht. Bij gelegenheid van dat jubileum verschijnt op 5 oktober 2017 het boek ‘In mij stroomt een rivier’  onder redactie van Koen Holtzapffel en Pieter Korbee.

bestel voor € 12.99

‘To become real’

En wat blijft er dan over? Ik moet denken aan een van de slogans van Fritz Perls, de vader van de Gestalttherapie waar ik ooit een opleiding in deed, namelijk ‘To become real’. Dat is het doel van menswording. Ik heb het nooit echt begrepen, maar het intrigeerde me wel en ik heb het onthouden. Het wijst in dezelfde richting als waarin de boeddhistische meditatie (vipassana) me voert, namelijk me gewaar zijn van de werkelijkheid. Han de Wit zou zeggen ‘werkelijkheidsbeleving’, waarbij steeds duidelijker de aankleding van die werkelijkheid, de inkleuring ervan wordt gezien op het moment dat het gebeurt, door gedachtes, gemoedstoestanden en lichamelijke sensaties.

In de christelijke mystiek heet dat proces ‘purificatio’. Het klinkt erg verheven, maar ik denk dat we allemaal, als het een beetje goed gaat, naarmate we ouder worden daar iets van beleven. De scherpe kantjes gaan er wat vanaf en we worden wat milder, nemen de dingen niet meer zo hoogstpersoonlijk. Dus gewaar zijn in het nu, mindfulness. Wat er dan gebeurt, is dat de invloed van die inkleuring even tenietgedaan wordt. De werkelijkheid verschijnt net iets anders aan je, onpersoonlijker, ‘zuiverder’. Je komt als het ware ‘oog in oog’ met de werkelijkheid zoals die is. Dat is wat overblijft. Ik denk dan ook aan Paulus’ woorden uit zijn eerste brief aan de Korintiërs: ‘Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht.’ En dat kan nu al. Er ontstaat soms een transparantie voor wat er naar je toe wil komen. En meestal is dat helemaal niks. Is er alleen een belichaamde openheid. En soms is er de genade van totale ontspanning, diepe vrede, grenzeloze liefde en compassie, intense vreugde, helderheid en openheid van geest. Niet meer gehinderd door ego-perikelen. En daarna schuiven er gemakkelijk ook weer wolken of nevels voor de zon en neemt de banaliteit het weer over.

Belichaming

Er is dus een ontwikkeling in de richting van wat meer openheid voor wat er werkelijk is en naar je toe wil komen in plaats van dat je steeds jouw specifieke stempel drukt op de gebeurtenissen. Er is wat minder ‘weten’, vastomlijnde ideeën of zekerheid. Deze ontwikkeling beïnvloedt me natuurlijk wel als persoon en als predikant. Ik zie mezelf niet als een verkondiger van meningen en opvattingen, hoe liberaal ook.

Mijn hoop is dat wij als remonstrantse en andere predikanten, mijzelf inbegrepen, belichaming zijn van iets, in alle bescheidenheid, zonder pretenties, zonder dat we ook maar ergens patent op hebben; belichaming worden van die religieuze en innerlijke vrijheid die ons zo dierbaar is. Hand in hand met belichaming van barmhartigheid en liefde. In plaats van enkel vaandeldragers, verkondigers en woordkunstenaars. Dat betekent voor mij dat we bovenal leerling zijn, volgeling in de meest oorspronkelijke zin van wie die vrijheid en liefde zozeer belichaamden, Jezus van Nazaret en vele anderen.

Vorming van het hart

Ik geloof in groei en bloei. Daar heb je het (geloof) dan toch nog. Ook al is er veel verduistering, en angst, en onwil, ook in mij. Maar we kunnen onszelf ‘trainen’ en laten trainen. De contemplatieve tradities hebben dat altijd geweten en dat wordt nu bevestigd door het evangelie van het moderne hersenonderzoek, namelijk dat ons brein plastisch is en dat we tot onze laatste snik kunnen leren. We zijn vertrouwd met intellectuele vorming, maar minder met de vorming van het hart. En die is volgens mij minstens zo belangrijk, zo niet belangrijker.

Elke dag opnieuw je verbinden met het hart en de barmhartigheid en met wat groter is dan ons hart. Elke dag je leven richten naar waar het Licht van de hemelse zon opkomt. In de oude kerken, zoals de Geertekerk, gaan we elke zondag in die richting zitten zonder dat de aanwezigen zich dat zo bewust zijn. Zo zijn er ook vele mensen die intuïtief gericht zijn op dat Licht, een onbewuste levensoriëntatie. Voor mij is de aandacht- en de compassietraining, noem het ‘meditatie’, een onmisbaar onderdeel van mijn levensoriëntatie geworden, als leerling van Jezus en vele anderen. Het zijn trainingen die ik ook graag geef, voor helderheid van geest en compassie in het hart.

God

En God? Relationele wezens als we zijn, is het begrijpelijk dat we al snel uitkomen bij ik hier en God daar en de relatie daartussen. Het is ook begrijpelijk dat Hij al snel menselijke trekjes krijgt, een ‘Iemandachtig Wezen’ zoals Kuitert ooit treffend verwoordde. Ik respecteer die benadering zonder meer. Hij wordt ook gevoed door het bijbelse idioom. Ik heb gezien hoeveel mensen met die benadering leven, daar kracht uit putten, troost uit halen en erop vertrouwen, er betere mensen van worden. Als ik het benauwd heb, komt dat opzien naar Iets Hogers vanzelf op. Voor mij is nu een andere benadering meer passend: we zijn nooit buiten God, het levensgeheim, het heilig mysterie van ons leven. Wat groter is dan ons kleine, bange hartje, het grote Hart, daar ben ik in. En ik weet er steeds minder over, maar probeer het te eerbiedigen en te belichamen in wat ik doe en laat.

Kijken wat het wordt.

Dit artikel is gepubliceerd in het boek ‘In mij stroomt een rivier. Remonstrantse predikanten over wat hen bezielt.’  Remonstrantse predikanten vertellen daarin wat zij zelf nu eigenlijk wel en niet geloven. Het boek is in 2017 uitgekomen bij gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het Convent van Predikanten. 

Over Florus Kruyne

Florus Kruyne

Florus is predikant van de Geertekerk, Remonstrantse gemeente in Utrecht.

Gerelateerd