Reddingsboei in het ziekenhuis
Foto: Alex Lang

Reddingsboei in het ziekenhuis

Het ziekenhuis heeft op het eerste gezicht helemaal niets met thuis te maken. Mensen beleven er vaak een ingrijpende tijd. Sommige mensen lopen er huilend door de gangen, anderen lijken er ieder moment mee te kunnen beginnen. Toch wordt er misschien nergens zo veel over thuis gesproken als in het ziekenhuis.

Zo ook bij de ernstig zieke Nadia. Ze is al weken opgenomen als ik haar voor het eerst spreek. Haar leven heeft een vreselijke bocht genomen. ‘Was ik maar gewoon weer thuis’, laat Nadia daarom met een zucht weten. In de weken die volgen wordt haar situatie niet beter. Het maakt haar verdrietig, onzeker, soms wanhopig. De opname roept ook vragen op. ‘Wanneer komt de ommekeer? Hoe moet het met mijn familie? Kom ik wel weer thuis?’

Eerst de voordeur

Midden in een gesprek word ik plotseling verrast. Nadia begint ineens nauwgezet haar huis te beschrijven. ‘Eerst de voordeur. Schoenen, hup, onder de kapstok. Dan draai je links zo de woonkamer in. Er ligt een heerlijk kleed, lekker zacht. Aan de raamkant, aan de straatkant, staat een bank. Op het hoekje zit ik het liefst. Je kijkt dan zo de achtertuin in.’  Terwijl ze vertelt, staalt Nadia. Ze lijkt haast even thuis te zijn. ‘De keuken is verderop, links heb je…’, vervolgt ze.

Na haar bezoek denk ik nog een aantal keer terug aan de rondleiding. Waarom omschreef Nadia haar huis zo minutieus? Haalde ze zo het huis een beetje naar het ziekenhuis? Als een soort boei om aan vast te klampen? Of luisterde ik gewoon niet goed? Ze vertelde wel over haar huis en haar geliefde plekje op de bank, maar doelde ze niet daarmee niet op de behoefte aan veiligheid en geborgenheid?

Mijn plekje op de bank

Als ik weer een bezoek wil brengen blijkt Nadia vertrokken te zijn. ‘Ze is naar een ander ziekenhuis’, laat een verpleegkundige weten. In de weken die volgen denk ik nog af en toe aan haar en haar huis. Waar zal ze nu zijn? Is ze inmiddels thuis? En in een flits: zal ze nog wel thuiskomen?

Maanden later heeft haar verhaal plaatsgemaakt voor nieuwe verhalen. Mensen komen en gaan. Sommige lopen bedrukt door de ziekenhuisgangen. Het is al laat en met mijn jas al aan blader ik nog snel even door de post. Een handgeschreven kaart trekt gelijk mijn aandacht. ‘Het was een hele tocht… ‘ , lees ik. Als ik de kaart omdraai, zie ik Nadia. Ze zit op haar hoekje van de bank, vergezeld door haar dochter. Ze lachen vrolijk naar de camera. Ik glimlach en lees verder. ‘ …maar nu eindelijk echt thuis. Groet, Nadia.’

Jesse Gruiters
Geestelijk verzorger UMC

Zie ook