Iets minder Superjuffie

Iets minder Superjuffie

Als kind hield ik van de verhalen over meester Pompelmoes. Deze onvergetelijke creatie van de poëet Hans Andreus, is op een leuke manier ouderwets (toen ook al), lichtvoetig en plechtstatig tegelijk, leeft met een aantal sprekende huisdieren en kan een beetje toveren. Ook na bijna een halve eeuw zijn de belevenissen van meester Pompelmoes, door het talent van de schrijver, nog altijd fris. Dus toen er een aantal jaar geleden een mooie heruitgave kwam, met tekeningen van Charlotte Dematons nog wel, verheugde ik me al op het enthousiasme van mijn eigen kinderen.

Maar nee, zij vonden de meester toch een tikje saai en hoorden me duizendmaal liever voorlezen over een andere leerkracht. Ook daar was sprake van het praten met dieren, van toverkracht en verbeelding, maar hier ging het tenminste om een echte heldin: Superjuffie.

Daar verder over nadenkend vroeg ik me af of achter dit kleine voorbeeld een verschuiving ligt die iets zegt over onze tijd. Waar de vier kinderen uit ‘De Vijf’, de iconische reeks van Enid Blyton, voor mij vooral gewone kinderen waren die het geluk hadden steeds een avontuur te beleven, heeft Harry Potter voor veel kinderen van nu de status van held. En het jongetje Jan, uit de boeken van Harmen van Straten, wordt interessant omdat hij met regelmaat Superjan wordt, een kleine held. Zelfs een kinderboek over Marie Curie zag ik in de catalogus als volgt aangekondigd worden: ‘Marie Curie had geen superkrachten, maar wel veel talent… Zij toonde dat je met studeren en hardwerken kunt uitgroeien tot een groot wetenschapper. Dat is pas een heldendaad.’

Heldendom is maakbaar
Wat is dat toch, die hang naar heldendom? Natuurlijk, vroeger waren ze er ook: van Hercules tot Robin Hood, van Jeanne d’Arc tot Wonder Woman. Maar van inspirerende uitzonderingen is ook de held(in) nu tot een maakbaarheidsideaal geworden. Niet voor niets is ‘beroemd!’ een veelgehoord antwoord op de vraag ‘Wat wil je later worden?’ En zijn er cursussen voor docenten die als volgt worden aangeprezen: ‘Zorg dat jouw leerlingen hun eigen held worden. Iedereen wil uiteindelijk toch een held zijn? Misschien zit in jouw klas wel de volgende minister-president of Olympisch kampioen.’

Nou houd ik wel van ambitie en lef (‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’, om de heldin Pipi Langkous maar eens aan te halen), maar tegelijk baart het me ook wel zorgen, die drang (of dwang) om meer dan bijzonder te zijn. Een drang die misschien wel leidt tot het gevoel gefaald te hebben als je leven net zo gewoon is of wordt als dat van vele anderen. Van mij mag het wel iets meer meester Pompelmoes en een tikje minder Superjuffie. Want het is fijn dat er heldinnen zijn, maar ook dat we er niet allemaal één hoeven te worden later.

Kim Magnee

Zie ook