20 mei 2019

Verdraagzaamheid doet zeer

Geschreven door Annemarieke van der Woude
400 jaar Foto: omgevingspsycholoog Verdraagzaamheid doet zeer

Laat ik klein beginnen. Ik reis vaak met de trein. Dat vind ik buitengewoon plezierig. Het landschap dat aan me voorbijtrekt; de mensen die ergens vandaan komen en ergens naar op weg zijn; tijd om een boek te lezen. Ik vind het ontspannend. Maar niet altijd. Dan is er iemand verderop in de coupé, met oortjes in, aan het bellen. Ik verbaas me erover dat het haar niet lijkt te deren dat alles wat ze zegt door iedereen gehoord kan worden: de sollicitatie, een ruzie, het boodschappenlijstje, de galajurk. Dan kost het me moeite om, in plaats van me te storen aan het telefoongesprek, te bedenken dat ze er blijkbaar behoefte aan heeft om haar belevenissen met iemand te delen.

Nee, een bellend meisje in het openbaar vervoer is klein bier in vergelijking met de vele aspecten van verdraagzaamheid. Maar toch draagt de ervaring een kiem in zich van wat ik wil beweren: verdraagzaamheid doet zeer. Als het verdragen geen inspanning kost en nergens schuurt, dan gaat het misschien over vrijblijvendheid, of over onverschilligheid, maar niet over verdraagzaamheid.

Verdraagzaamheid

Het is vreselijk lastig om een mening, een overtuiging waar je het zelf niet mee eens bent te verdragen, te tolereren. En toch wil je de ander er de vrijheid voor geven. Remonstranten geloven in zo’n vorm van verdraagzaamheid.  Lees verder

Pluriforme kerk

Verdraagzaamheid vergezelt de remonstranten al gedurende hun hele geschiedenis. Aan het begin van de zeventiende eeuw klinkt tot driemaal toe een oproep tot verdraagzaamheid, zij het steeds in een andere context. Arminius hoopt met zijn pleidooi voor ‘wederzijdse verdraagzaamheid der christenen’ het hoogopgelopen conflict tussen hem en Gomarus over de predestinatie te sussen. Een paar jaar later blijkt, op de Synode van Dordrecht (1618-1619), Episcopius’ oproep tot verdraagzaamheid aan dovemans oren gericht. De eenheid van belijden wint het van het pleidooi voor een pluriforme kerk. En in 1621, als de eerste geloofsbelijdenis van de remonstranten verschijnt, benadrukt Episcopius opnieuw het belang van verdraagzaamheid, maar nu tegenover zijn remonstrantse geloofsgenoten. De overeenkomst is dat het alle drie keren gaat om het dulden van verschillende geloofsopvattingen binnen een kerkverband.

Goed burgerschap

We maken een sprong van ruim twee eeuwen. In de beginselverklaring van de remonstranten, in 1861 voor de eerste keer opgesteld, staat geformuleerd: ‘getrouw aan haar beginsel van vrijheid en verdraagzaamheid’. Maar de inhoud van dat begrip ‘verdraagzaamheid’ is in de loop van de tijd wel veranderd. Het is niet langer een deugd tussen christenen onderling maar eerder een kwestie van goed burgerschap. De remonstranten hebben inmiddels de vensters naar de samenleving opengezet.

Terug naar mijn bewering dat verdraagzaamheid zeer doet. Geldt dat nog altijd voor de remonstranten? Ik heb de indruk van niet en dat heeft mogelijk te maken met het feit dat verdraagzaamheid niet langer een antwoord is op een hartstochtelijk debat over theologische kwesties, maar dat het een grondhouding is die is overgebleven terwijl de uitwisseling van gedachten over geloof op de achtergrond is geraakt.

Ik heb wel zin om dat geloofsgesprek nieuw leven in te blazen. Niet om elkaar in een bepaalde richting te duwen, maar om elkaar te vertellen waarvan het religieuze hart sneller gaat kloppen. En ja, dat kan zeer doen, maar dat behoort tot het wezen van verdraagzaamheid.

Over Annemarieke van der Woude

Annemarieke van der Woude

Annemarieke van der Woude is remonstrants predikant in Oosterbeek.

Gerelateerd