14 december 2017

Advent als totaalgebeuren

Geschreven door Eric Cossee
Actueel Foto: Richard Walker Advent als totaalgebeuren

Advent is voor mij een totaalgebeuren dat zich laat aflezen uit natuur en geest. Wat ik om mij heen zie gebeuren in bomen en velden weerspiegelt zich in mijn innerlijk. Niemand heeft dit treffender onder woorden gebracht dan de dichter Gabriël Smit. Zijn ‘Herfstnotities’ vloeien over in zijn adventsgedichten. In beide gaat het om de aarde, die zich ‘langzaam aandachtig klaar [maakt] voor uw aankomst’. De woorden van de dichter zijn voor mij in deze tijd een exacte afspiegeling van wat ik voel als ik om mij heenkijk: ‘De dingen worden stiller om mij heen, / stiller en vreedzamer. […] Alles wordt lichter nu, de winter zal / zalig zijn, wit en klaar, – o, de vrede / van gestrekte velden, tederheden van verborgen groei […]’

Die ‘tederheden van verborgen groei’ –  ik zie ze, nu de magnolia geheel ontdaan is van haar bladeren, in de kleine witte knopjes die de komst aankondigen van nieuw leven als de overmacht van het duister is geweken. De dichter gewaagt van ‘schijnbaar verval / dat ongeweten rijpt tot heerlijk, blij openstaan in lente’s overvloeden, / duizendmaal meer dan ik vermoeden durf …’ en besluit met de bede: ‘Heer, doe zo ook aan mij’.

Advent tussen het ‘nu reeds’ en het ‘nog niet’

In het adventsgedicht in ‘Voor december’ wordt deze gedachte verder uitgewerkt in ‘de grote donkere ogen van de grond. / Steeds weerlozer gaan die nu open, – / dieper de oorsprong die Gij ontsluit / waar Gij in het uwe Uzelf wordt, / bijna een ik, haast uit Uzelf geboren, / een woord, maar nog niet in ons uitgesproken […]‘. De spanning tussen het ‘nu reeds’ en het ‘nog niet’, zo kenmerkend voor de adventstijd, vind ik in deze laatste dichtregels terug. Het is ons aangezegd, we kunnen de voorboden al om ons heen zien: nieuw leven is op komst, de ‘tederheden van verborgen groei’ wijzen daar op, maar het levenwekkende woord is nog niet in ons uitgesproken.

‘De grote donkere ogen van de grond’ gaan ‘steeds  weerlozer’ open om ruimte te scheppen voor de Heer die intocht houdt in zijn schepping. ‘Dieper de oorsprong die Gij ontsluit / waar Gij in het uwe Uzelf wordt’. Woorden met een mystieke connotatie, maar in zoverre direct duidelijk dat zij aangeven dat de diepe winternacht pas werkelijk de oorsprong kan ontsluiten van de menswording Gods in Jezus Christus. Alleen in het diepste duister, op de bodem van het hart, ver voorbij alle ‘contrastervaringen’ die een mensenleven kent, is de oorsprong van goddelijk leven te vinden.

Laat de dingen stiller worden om je heen

Dit geheimenis mogen wij in de weken van Advent opnieuw gaan ontdekken. Natuur en geest zijn een gids op deze zoektocht. Laat de dingen stiller worden om je heen, ‘stiller en vreedzamer’. Steek af naar de diepten, waar ‘tederheden van verborgen groei’ nieuwe hoop kunnen wekken. Wil in het leven van de natuur parallellen ontdekken voor het leven van onze geest, ons hart en onze ziel. De bijbelwoorden van Advent zullen dan op hun plaats vallen en hun bevestiging vinden in wat wij om ons heen zien.

Over Eric Cossee

Eric Cossee

Eric Cossee is remonstrants predikant en was bijzonder hoogleraar vrijzinnigheid in Groningen.

Gerelateerd