5 mei 2017

Onze vrijheid is levend erfgoed, geef het door!

Geschreven door Joost Röselaers
Actueel Foto: Hendrik Dacquin Onze vrijheid is levend erfgoed, geef het door!

‘Geef vrijheid door’, is de boodschap die het Nationaal Comité 4 en 5 mei dit jaar aan ons meegeeft. Vanzelfsprekend staan we de komende dagen stil bij iedereen die in de Tweede Wereldoorlog en daarna voor onze vrijheid is gestorven, en vieren we op tal van plekken dat we door hen in vrijheid leven. Maar staan we ook echt stil bij het feit dat we onze vrijheid ook nu aan elkaar doorgeven? En zijn we er ons bewust van hoe bijzonder de Nederlands vrijheden zijn? Heel veel Nederlanders werken elke dag stilzwijgend aan onze vrijheid: leraren, journalisten, bestuurders, politieagenten, dokters en andere hulpverleners. De resultaten zijn ongeëvenaard en maken Nederland tot misschien wel het meest vrije land ter wereld.

Het gaat niet eens zozeer om de pioniersrol die Nederland heeft vervuld door bijvoorbeeld als eerste land ter wereld het homohuwelijk (2001) en legale euthanasie (2002) te realiseren of om het feit dat je in Nederland überhaupt veel mag als het gaat om softdrugs, alcohol of seks. Het is vooral de zorgvuldigheid waarmee we elkaars vrijheden inrichten: met goed onderwijs en voorlichting, ruime faciliteiten en hulpverlening als er iets misgaat. In Nederland mag je doen wat je wilt en worden tegelijkertijd de (gezondheids-)risico’s tot een minimum teruggebracht.

Vrijheid uitdragen in een autocratische wereld

Onze vrije cultuur is ons immateriële erfgoed dat we met zijn allen doorlopend levend houden en doorgeven. Een manier om ons veel bewuster te zijn van onze vrijheidscultuur en om deze ook in de wereld uit te dragen, is om deze officieel als cultureel erfgoed aan te melden bij Unesco, de VN-organisatie die het werelderfgoed in kaart brengt. De Amsterdamse grachten en de Waddenzee zijn al onderdeel van de lijst van materiële objecten, maar een Nederlandse traditie op de lijst met immaterieel erfgoed ontbreekt nog.

Het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed zamelt sinds enkele jaren al tradities in, waaronder de Nijmeegse Vierdaagse, Koningsdag, het Studentencorps, de Groninger eierbal, maar ook het ambacht van de molenaar – die laatste traditie is zelfs al als Nederlandse kandidaat voorgelegd aan Unesco. Maar is de Nederlandse vrijheid, in de brede zin van het woord, niet een veel betere, herkenbaarder kandidaat? Is onze vrijheid niet waar we ons mee identificeren en waar we om bekend staan? Voor een Amerikaan zijn we ‘liberal’ en dat slaat precies op die combinatie van individuele vrijheid en goede collectieve voorzieningen. Is die vrijheid niet juist iets dat we willen uitdragen in een wereld waar autocratische politici steeds vaker een karikatuur van vrijheid maken om deze vervolgens te ondermijnen?

Vrijheid heeft ook donkere kanten

Onze vrijheidscultuur voldoet aan alle voorwaarden die Unesco aan immaterieel erfgoed stelt: het moet gaan om sociale gewoonten met wortels in het verleden, die nu door een groep mensen levend gehouden worden en doorgegeven en belangrijk zijn voor een gemeenschappelijke identiteit. Natuurlijk moet er goed worden nagedacht over wat er precies wordt voorgedragen en wie dat doet. Je zou Nederland als ‘vrije ruimte’ kunnen voordragen, zoals er nu een aantal culturele ruimtes op de Unesco-lijst staan. Maar je zou ook simpelweg het idee en de praktijk van onze vrijheid kunnen voordragen, zoals Duitsland dat heeft gedaan met haar traditie van maatschappelijke coöperaties. En zijn in ieder geval genoeg mogelijkheden en belanghebbende organisaties om een kansrijke aanvraag in te dienen.

Natuurlijk kunnen we ook niet om de donkere kanten van onze vrijheden heen. Denk aan de grimmige vorm die onze vrijheid van meningsuiting op sociale media heeft aangenomen, iets dat juist in Nederland heftiger is dan elders. Of denk aan de naar schatting vele honderden prostituees die het slachtoffer zijn van ons nog steeds onverschillige prostitutiebeleid. Maar juist daarom wordt het de hoogste tijd dat wij een statement maken, en aan onszelf en de buitenwereld laten zien dat we ons identificeren met de zorgvuldig vormgegeven vrijheid.

Pure winst

Daarbij vereist een officiële voordracht een concreet plan om het erfgoed zo goed mogelijk te onderhouden, en daarbij knelpunten op te lossen. Dat plan moeten we te baat nemen om onze vrijheid nog beter vorm te geven en door te geven. Maar alleen al het bewustzijn dát onze vrijheid levend erfgoed is, tijdens en na 4 en 5 mei, lijkt ons pure winst.

Paul Teule is docent politieke economie aan de UvA en auteur van ‘vrijheid voor gevorderden’.
Joost Röselaers is Algemeen Secretaris van de remonstranten

Over Joost Röselaers

Joost Röselaers

Joost Röselaers is predikant in Vrijburg Amsterdam.

Gerelateerd