26 maart 2016

Het kruis ging van de muur met Pasen

Geschreven door Nelleke Viëtor
Inspiratie Foto: K i N Het kruis ging van de muur met Pasen

Ze had een rustige, gezellige jeugd gehad. Haar moeder, een moderne vrouw, had haar dochter alleen opgevoed. Maar aan die zelfstandige manier van leven kwam plotseling een einde toen haar moeder tegen een nieuwe man was opgelopen en niet alleen haar huis had opgegeven, maar ook haar onafhankelijkheid. Tot ontzetting en boosheid van Madelon verhuisde ze twee straten verderop naar een klein huis waar de gepensioneerde huisarts woonde. De man was vroom katholiek.

Haar moeder was van geen enkele geloofsrichting en ging op zondag niet mee naar de mis, maar zat als haar vriend thuiskwam wel met koffie en een warme appeltaart klaar. Haar moeder was toen een eindje in de veertig, de oude dokter was de zeventig ruim gepasseerd. Vroeger kwam Madelon die bouwkunde studeerde, alle weekeinden naar huis, maar sinds de verandering bleef ze meer en meer op haar studentenkamer. Ze kon het ‘getortel’, zoals ze tegen vrienden zei, van die oude man en haar jeugdige moeder niet aanzien. Als ze tegen bedtijd zag hoe blij haar moeder achter hem de trap opliep, voelde ze zich misselijk worden.

Je kookt alleen wat hij lekker vindt

‘Je bent veranderd,’ verweet ze haar moeder. ‘Als het koud is hang je zijn jas bij de verwarming. Dat deed je nooit voor mij. En je kookt alleen wat hij lekker vindt. Nooit meer stoofpeertjes waar ik nu juist zo van hou. En ik vind zijn meubels ouderwets en lelijk en dan dat kruis met zo’n palmtakje boven de kamerdeur… Brrr. Allemaal niets voor mij.’ Haar moeder verdedigde zich niet, want ze was het ermee eens dat haar leven een nieuwe wending had genomen. ‘Ik was wel eens eenzaam,’ zei ze zachtjes. ‘Dat is nu voorbij.’ ‘Je had mij toch,’ antwoordde Madelon. Haar gezicht stond verongelijkt.

Niet alleen bleef Madelon de weekeinden in Delft maar ook in de vakanties vertoonde ze zich zelden in het huisje van de dokter. Soms kwam haar moeder naar haar toe en dat was wel gezellig, maar als ze begon te vertellen over haar leven thuis deed Madelon alles om het gesprek een andere kant op te sturen. Ze sprak over haar moeders partner altijd als ‘die oude man’, ondanks zijn aanbod hem oom Theo of zelfs Theo te noemen. Als ze heel soms haar moeder opzocht, ging ze een gesprek met hem behoedzaam uit de weg en met grote behendigheid vermeed ze het alleen met hem in de kamer te zijn.

Ik zal hem zelf ook eens bellen

Maar op een dag belde de oude man met bewogen stem op om te vertellen dat haar moeder in het ziekenhuis lag. ‘Wat is er gebeurd,’ vroeg ze geschrokken. ‘Aangereden, aangereden op de fiets. Ze is buiten bewustzijn.’ Madelon ging zo snel mogelijk naar het ziekenhuis, maar toen ze daar aankwam hoorde ze dat haar moeder was overleden. Het leek wel of de ruimte waarin ze zich bevond, begon te draaien en ze greep zich vast aan een stoelleuning. Na een tijdje herstelde ze zich een beetje en gaf ze Theo een hand, twijfelde zelfs even of ze hem een zoen zou geven, maar dat deed ze toch maar niet.

Intussen was haar vriend Stephan ook gekomen en met z’n drieën gingen ze naar het huis waar haar moeder met Theo had gewoond. De dagen daarna regelden ze de begrafenis en toen die achter de rug was, was de hele ‘periode Theo’ voor Madelon afgesloten. Wel moest ze in de week daarna nog met hem naar de notaris, maar die ontmoeting duurde maar kort: Theo kreeg het vruchtgebruik van haar moeders meubels, zij een klein bedrag aan geld. Toen hij daarna vroeg of ze nog mee ging naar zijn huis, verschool ze zich achter de druk van een naderend tentamen.

In de maanden die volgden had ze zelden contact met Theo. Soms belde hij op om te vragen hoe het met haar ging. Ze was dan nogal kortaf en had daar later een beetje spijt van. ‘Ik zal hem zelf ook eens bellen,’ zei ze tegen Stephan, maar ze voerde haar goede voornemen niet uit. Een jaar verstreek en hoewel ze haar moeder erg miste, dacht ze zelden meer terug aan haar moeders vriend. Tot op een dag in het voorjaar de telefoon ging en een familielid van Theo haar vertelde dat Theo in zijn slaap was overleden. Hoewel ze niet graag meer terugdacht aan de tijd dat haar moeder het leven met hem deelde, schrok ze daar toch van. Samen met Stephan ging ze naar de requiemmis en ze was verbaasd om te merken hoe geliefd haar moeders partner was geweest bij zijn patiënten.

De plek waar het kruis had gehangen lichtte helder op

Een week na het afscheid kwam er een brief van de notaris en samen met Stephan ging ze naar zijn kantoor. Nadat de notaris, een vaderlijke man, had gevraagd hoe het met haar ging, opende hij een map, schraapte zijn keel en vertelde haar dat ze de enige erfgename van de oude dokter was. Hij overhandigde haar een brief en de huissleutel en zei: ‘Lees de brief eerst maar rustig en kom dan maar hier terug.’ En hij nam afscheid van hen. Zwijgend liepen ze naar het huis van de overledene. Het was drie dagen voor Pasen. De tuin die haar moeder vroeger met zoveel liefde had verzorgd, stond uitbundig in bloei. De brief die ze bij de notaris had gekregen, liet Madelon bij aankomst in haar jaszak zitten. ‘Moet je hem niet lezen,’ vroeg Stephan. ‘Dat komt wel een keer,’ antwoordde Madelon. Ze liep de woonkamer in, nam het kruis van de muur en legde het in een diepe la onder een paar theedoeken.

Op zondagmorgen, Eerste Paasdag, was Madelon al heel vroeg wakker. Ze kleedde zich zachtjes aan om Stephan niet te wekken en liep de trap af. Ze deed de deur naar de tuin open en snoof de voorjaarsgeur diep op. Toen liep ze de tuin in, bleef kort staan om te luisteren naar het zingen van de vogels en plukte vervolgens een grote bos narcissen. Daarna ging ze terug naar de woonkamer en ging zitten in de stoel van de oude dokter. De vroege ochtendzon scheen met ongekende felheid op de muur waardoor het leek of de kale plek boven de deur waar het kruis had gehangen helder oplichtte. Pasen, dacht ze wat was dat ook al weer? De natuur die zich vernieuwt, maar ook de dode die niet echt gestorven is. Ze liep naar de gang, nam de brief uit haar jaszak en begreep dat de dokter haar een nieuw leven gunde vol geluk als eigenaresse van zijn geliefde huis.

Over Nelleke Viëtor

Nelleke Viëtor

Nelleke Viëtor is gemeentelid uit Nijmegen. Zij schrijft boeken en was redacteur van het vrijzinnige dagboek God Aan

Gerelateerd