
‘Waarom huil je?’ ‘Wie zoek je?’ vraagt de opgestane Jezus als hij aan Maria van Magdala verschijnt. Maar Maria’s eerste gedachte is dat hij de hovenier is. Latere vertalingen hebben het over de tuinman, oudere echter over de hovenier. Ik moet er altijd om glimlachen. Omdat dit mysterieuze Paasverhaal, kern van het evangelie, op dit punt zo huis-tuin- en keukenachtig klinkt. Het doet mij denken aan het hoveniersbedrijf dat aanbelt om je tuin weer lenteklaar te maken ‘Dag mevrouw, daar zijn we weer.Voor de voorjaarsbeurt’. Hoe huiselijk kun je het hebben?
Opstanding in een tuin
Anders dan de andere evangeliën situeert dat van Johannes Jezus’ opstanding in een tuin. Dat lijkt een detail. Net zoals Maria’s vergissinkje toen ze Jezus voor de tuinman aanzag. Maar is dat ook zo? Dit schijnbare detail wordt veelzeggend wanneer we het in verband brengen met passages uit het Oude Testament. Profeten beschrijven de redding van het volk vaak in natuurbeelden. En in Genesis, als alles nog goed is, leven de eerste mensen in een tuin. In de tuin van Eden die door God zélf is aangelegd. Het is een plek van overvloed en harmonie. Dankzij de aanwezigheid van de levensboom, is het eeuwige leven binnen handbereik.
Weg naar levensboom versperd
Maar dan gaat het mis. De mens overtreedt Gods’ gebod en eet van de verboden vrucht. De idylle gaat teloor. Vóór de ingang van het paradijs staat voortaan een engel met een vlammend zwaard. Om de levensboom te bewaken. Voortaan zullen de mensen in de schaduw van de dood leven. Ook de aarde zal een januskop hebben. Dat van de aarde als tuin, met weelderige vruchten. En dat van de aarde als wildernis, met dorens en distels.
‘Om uit de dood die éne te doen keren’
We hebben er in de afgelopen weken naar toegeleefd: naar Pasen, Jezus’ opstanding uit de dood. Het is het hart van christelijk geloof. Maar, zo vraag ik me ieder jaar weer af, hoe leg je dat kernachtig uit? En wat is daarvan de meer innerlijke betekenis, de gevoelsdimensie? Ik herinner me verwoede theologische discussies in mijn studietijd, eind jaren tachtig. Over de oude vraag hoe die opstanding moet worden opgevat. Letterlijk of meer overdrachtelijk, metaforisch? Want, je wilt je verstand toch niet in de ijskast zetten? Lijken gaan toch niet aan de wandel? Ook je eigen ervaring leert dat wie eenmaal is heengegaan, niet terugkomt. Hoe zielsgraag je dat ook zou willen. Je zou er alles voor willen doen om die éne uit de dood te laten keren. ‘Zeven maal zou je’ – om met een gedicht van Ida Gerhardt (de Gestorvene) te spreken – ‘over de zeeën willen gaan. Zeven maal om met z’n tweeën te staan’.

Jezus als levensboom
Johannes plaatst Jezus’ opstanding in een tuin. Dat lijkt een bijkomstigheid, maar is het niet. In zijn hele evangelie belichaamt Jezus Gods’ scheppingskracht. De creativiteit waarmee hij het universum tot stand bracht. Dat begint al in de Proloog waarin Gods’ scheppingswoord met Jezus wordt verbonden. Het wordt vervolgd door passages waarin Jezus zichzelf voorstelt als bron van levend water en brood. Wie daarvan eet of drinkt, ontvangt eeuwig leven. Juist wat de mens in Genesis verspeelt is datgene wat Jezus mensen aanbiedt. Hij is zélf de levensboom. Wie deelheeft aan hem, als het ware van hem ‘eet’, ontvangt ‘eeuwig leven’. Waarbij het niet zozeer om een tijdsaanduiding gaat, maar om een kwaliteitsaanduiding. Jezus biedt ons leven met eeuwigheidskwaliteit. Leven dat boven zichzelf uitstijgt, iets van Gods’ liefde laat doorschemeren.
Paaslach vol levenskracht
Die symboliek wordt samengevat in het beeld hierboven. Van het kruis dat als levensboom nieuw leven schenkt. Een afschuwelijk martelwerktuig wordt getransformeerd tot een bron van leven. Wat levenloos was gaat weer bloeien. Zoals we dat nu weer volop om ons heen zien. Ik keer weer terug naar het begin, naar de lach. Want voor de Paasvreugde werd er in de Middeleeuwse liturgie ruimte gemaakt voor een uitbundige lach. Geen bescheiden glimlach zoals hierboven om de hovenier. Maar een uitbundige, volle lach: de Paaslach. De dood heeft tóch niet het laatste woord en de duivel trekt aan het kortste eind! Het is een lach die de duistere en kwetsbare kanten van het leven niet ontkent. Maar die zich daar niet bij wil neerleggen. Het is, kortom, een lach vol levenskracht. Die ons boven onszelf uittilt, doet opstaan en verder gaan.