
‘We worden getoetst op onze laatste menselijke waarden’, schrijft Etty Hillesum eind 1942. In een fictieve brief vanuit Westerbork aan twee denkbeeldige Haagse zusters. Met het indrukwekkende literaire talent dat zij had, schildert zij de ontreddering in het Drentse kamp. Ik lees die brief ieder jaar rond 4/5 mei en ben er altijd opnieuw van onder de indruk. Maar ik moet er tegenwoordig ook regelmatig door het jaar heen aan denken wanneer ik mijn dagelijkse nieuwsconsumptie probeer te laten bezinken.
Natuurlijk is onze situatie anno 2026 niet vergelijkbaar met die van Etty Hillesum in 1942. Zeker niet! Maar in die complexe en tegelijkertijd beangstigende tijden waarin wij nu leven worden ook wij bevraagd op onze geestelijke bagage. Op waarden, die voor óns, jou en mij, onopgeefbaar zijn. Ik vermoed dat juist dat de reden is waarom het op het bijbelboekje Daniël gebaseerde pamflet ‘Buig niet’ van mijn Haagse PKN-collega Van Nieuwpoort al na een paar weken een tweede druk beleefde. Inmiddels is er een vierde druk en een Engelse vertaling, met een voorwoord van de Amerikaanse bisschop Mariann Edgar Budde, op komst.
Het lijdt geen twijfel. We hunkeren naar inspiratie voor mentale weerbaarheid en zelfreflectie. Vanuit onze religieuze bronverhalen. We verlangen naar duiding en troost. Zo althans ervaar ik het zélf. Dat die humanistisch-christelijke waarden en normen, waarmee ik ben opgevoed en opgeleid, onder vuur liggen. Het geeft me een onzeker gevoel en een verlangen naar houvast.
Het is niets minder dan de vraag naar onze geestelijke weerbaarheid, ons morele fundament. In een tijd waarin we dagelijks worden overspoeld (flood the zone!) met overschrijdingen van het internationale recht. Waarin de naoorlogse wereldorde kantelt en menselijke en ecologische waarden op de helling staan. Waarin betekenissen voortdurend worden omgedraaid. Feiten leugens worden genoemd en vice versa. Waarin bijvoorbeeld klimaatverandering als een hoax wordt beschouwd en mensenrechten als dekmantel worden gebruikt.

Als een boemerang roept het een spervuur aan vragen op. Wat is het fundament van jouw leven? Waarop rust het ‘huis’ van jouw bestaan? En wat is het fundament van ons gezamenlijke leven, dat van onze samenleving en democratie? Het Mattheüsevangelie kent daarover een parabel, na afloop van de Bergrede. Waarin Jezus, als een nieuwe Mozes vanaf een berg spreekt over respectievelijk een verstandig en een onnadenkend man. De eerste bouwde zijn huis op een rots. Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots. De laatste echter bouwde op zand. Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, stormen opstaken, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over’ (Mt 7: 24 e.v.). De parabel kent dus een verbluffend eenvoudig klinkend antwoord. Dat fundament van je leven bestaat uit het horen én doen van Jezus’ woorden.
Nou hoor ik mijzelf daarbij al snel tegensputteren. Zeker, maar zo makkelijk is dat nog niet! De Bergrede bevat een ‘ethiek van de bovenste plank’ is wel eens gezegd. De vraag is daarmee steeds hoe je die interpreteert. Hoe je die ethische regels binnen je handbereik brengt. En hoe je de waarden, die er achter schuilgaan vertaalt. Waarden zoals naastenliefde, barmhartigheid, rechtvaardigheid en dienstbaarheid.
Dat is allemaal waar. Het concrete ‘hoe’ vraagt altijd om verdere interpretatie en bezinning. Maar voor nu wil ik graag het grote belang benadrukken van zo’n gemeenschappelijk referentiekader. Dat we dit morele kompas in de kerk, ons huis voor de ziel, met elkaar delen. In een tijdsgewricht waarin zoveel op losse schroeven staat. Dat we verhalen, liederen aangereikt krijgen om koers te houden. Want dat is een groot goed! We zijn geen naaktslakken. Naaktslakken die zonder ‘huisje’, zonder toerusting ongekleed en onbeschermd de openbare ruimte betreden. Zoals schrijver en columnist Bas Heijne de ontkerstende mens in onze ontzuilde en ontzielde samenleving wel eens heeft getypeerd.
Nee, we dragen door-de-eeuwen-heen-beproefde-bagage op onze rug. Een ‘spirituele rugzak’ die ons oriëntatie, inspiratie en vreugde biedt. Om je eigen doen en laten te spiegelen aan die oude woorden. Om je ja’s of nee’s vanuit dat perspectief te doordenken. Naar analogie van Simchat Torah, het joodse vreugdefeest om het geschenk van de Tora, lijkt het mij een dansje waard!