
Een Oekraïense jongeman vertelt over zijn russische krijgsgevangenschap. Hoe hij gemarteld werd. Ik krijg het er koud van. Ook van de jongens die de martelingen uitvoeren. Door de spleetjes van zijn blinddoek zag hij dat het jongens van rond de twintig waren. Ze hadden plezier in het martelen. Ik dwing mezelf het interview te lezen. Dit is de wereld waarin we leven; dit maken mensen mee, dat ze gefolterd worden.
De veertig dagen voor Pasen zijn voor mij een tijd om het lijden van de wereld aan te kijken. Een boeddhistische meditatie leert mij om niet weg te kijken, maar om het leed aan te kijken. Er giert van alles door mijn lijf: afschuw, verbijstering, machteloosheid. Ik heb diepe bewogenheid en eerbied voor de levensmoed van deze Oekraïense man. Er zijn momenten dat hij dood wil, maar hij wil zijn vrouw en kinderen terugzien. Een wijsheid van zijn omgekomen vader houdt hem overeind: ‘wees als een boom, beweeg mee met de wind en blijf staan’
In sommige psalmen klinken gelijksoortige ervaringen: ‘het water komt mij aan de lippen’, ‘mijn kracht is als een potscherf verpulverd, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; overgeleverd aan het stof ben ik; mijn handen en voeten doorboord’. Het is van alle tijden dat mensen andere mensen pijn doen en vernederen. De Oekraïense man heeft de hel overleefd. Nu zint hij niet op wraak, hij wil gerechtigheid. Hij schreef een boek over zijn ervaring in het russisch. Hij wil dat de mensen in Rusland weten dat hun soldaten opdracht gegeven wordt krijgsgevangenen te martelen.
De boeddhistische meditatie leert me niet alleen om het leed aan te kijken, maar ook dat ik iets heel eenvoudigs kan doen: wens een ander toe dat hij/zij vrij mag zijn van lijden, vrij van angst en pijn, vrij van woede en haat; en wens dat ook jezelf toe. Het is een subtiele beweging van je geest. Ik merk dat deze kleine oefening me minder machteloos en minder moedeloos maakt. Mijn diepe verlangen is vrede en met deze oefening activeer ik mijn verlangen.
‘Wees als een boom’ zei zijn vader. Het doet me denken aan de eerste psalm: ‘hij is als een boom geworteld aan stromend water, die goede vruchten geeft; alles wat hij doet brengt hij tot een goed einde.’ Wat zou zijn vader trots geweest zijn op zijn boom van een zoon.