10 december 2015

Vier de feesten van het licht, maar houd je ogen open in het donker!

Geschreven door Christa Anbeek
Verdieping Foto: Ryan Hallock Vier de feesten van het licht, maar houd je ogen open in het donker!

December, de donkerste maand van het jaar. Al om vier uur begint het te schemeren. En als je rond zeven uur ’s avonds net buiten dorp of stad fietst, kan het aardedonker zijn. Donker, stil en koud. Maar weinig mensen voelen zich daar gemakkelijk bij. Mensen hunkeren naar licht en warmte en gezelligheid. Het donker is bedreigend, werpt je op jezelf terug, roept soms angst en onrust op. Kinderen zijn vaak letterlijk bang voor het donker, kunnen pas rustig slapen als er een lichtje naast hun bed blijft branden. De meeste volwassenen slapen zonder licht, maar op een dieper, meer verborgen niveau, blijft de angst voor de nacht, het donker en de kou, een rol spelen.

Het donker en de nacht heeft iets bedreigends. Dat kun je afleiden uit het feit dat er over de hele wereld, in allerlei religieuze tradities, lichtfeesten zijn. Christenen kennen het kerstfeest. In de donkerste tijd van het jaar wordt de geboorte van Jezus gevierd, als teken dat het donker niet het laatste woord heeft. Midden in de nacht breekt het licht van Gods aanwezigheid door. De joodse traditie kent het Chanoeka-feest. Tijdens de donkerste dagen van het jaar, wordt elke dag één licht meer ontstoken van de acht-armige kandelaar. De lichten worden aangestoken om bij de wonderen, hulp en onbegrijpelijke daden van God stil te staan. In India vieren Hindoes en Sikhs het Divalifeest. De huizen worden schoongemaakt, mensen trekken mooie kleren aan en overal in huis en op straat worden lichtjes aangestoken. Ze zijn het symbool van de overwinning van het licht op de duisternis, de overwinning van het goede op het kwade, de warmte op de koude en de waarheid op de leugen.

Geen licht zonder donker

We hunkeren naar licht en warmte, we willen het goede en verlangen naar gerechtigheid. Toch is er de nacht en het donker. In elk leven. Elke dag verdwijnt in een nacht, het licht van de zomer maakt altijd plaats voor het donker van de winter. De volheid van leven gaat over in de schemering van de ouderdom en uiteindelijk in de nacht van de dood. Letterlijk is de nacht er, maar ook figuurlijk ervaren mensen de nacht. Er is het donker van alleenzijn en eenzaamheid. Er is het donker van ziekte, angst en depressies, het donker van iemand niet begrijpen, iemand kwijtraken, van onrecht en het donker van iemand verliezen aan de dood. We willen het licht, maar er is ook het donker. Er is geen licht, zonder donker.

In het donker zijn we geneigd om weg te lopen, of met licht en kaarsen de duisternis te verdrijven. Er zijn dichters en denkers die aanraden om met open ogen naar het donker te kijken. Als je met open ogen kijkt, valt er heel wat te ontdekken. Wie de moed heeft om het donker onder ogen te zien, zal in het donker heel wat gewaar worden. Adorno, een joods filosoof, wees erop dat mensen zo vertwijfeld kunnen raken door het donker omdat zij weet hebben van licht. In het donker zijn licht en kleuren, juist door hun afwezigheid, op een pijnlijke wijze toch aanwezig. De herinnering aan geluk en mooie tijden maakt het ongeluk juist zo moeilijk. De herinnering aan warmte en licht, maakt dat in het donker de afwezigheid daarvan gevoeld wordt. Tegelijkertijd laat dit zien dat donker niet alleen maar donker is, maar vol van ‘afwezig licht’.

Een oude Chinese tekst, de Sandokai, wijst ook op dit principe. De tekst zegt dat licht en donker altijd samengaan: ‘Er is duisternis in het licht, maar je moet die duisternis niet willen ontmoeten. Er is licht in het donker, maar zoek niet naar dat licht. Donker en licht horen bij elkaar, zoals de linker en rechter voet bij het lopen. Als je naar het letterlijke donker kijkt, kun je die vermenging van licht en donker zien. Een mooi moment daarvoor is de schemering, zo rond een uur of vier ’s middags. Langzaam verdwijnt het licht. Maar het verdwijnt niet helemaal. Ook in het allerdonkerste donker is er licht.

De zwijgende muziek

In de middeleeuwen waren er mystici die dit geheim van nacht en donker kenden. Eén van hen is Johannes van het Kruis. De nacht had voor hem een bijzondere betekenis. Hij liep graag langdurig in het donker onder de sterrenhemel, om ‘de zwijgende muziek, de klankrijke eenzaamheid’ te beleven. Bijna een jaar lang zat hij opgesloten in een kerker zonder ramen. In de ijskoude nachten leed hij honger en bevroren zijn voeten bijna. Uiteindelijk wist hij te vluchten. Daarna heeft hij in gedichten het wonder van het donker vaak bezongen: in het donker, waar ontberingen worden geleden, alles verloren lijkt en een mens zichzelf verliest – is ook de ervaring van ‘gevonden worden’. Als alles wegvalt, kan een wonderlijke ervaring van gedragen worden zich voordoen. ‘Zonder steun en toch gedragen’, schrijft hij in één van zijn gedichten. Licht en donker, vervulling en ontbering, zich verliezen en gevonden worden, horen uiteindelijk, volgens Johannes van het Kruis, onlosmakelijk bijeen. De nacht, die angst oproept, is hem uiteindelijk ook lief. ’O, nacht die ik vrees. O, nacht mij dierbaarder dan het morgenrood’.

De nacht draagt, zelfs in het allerdonkerste donker, licht in zich. Om dit geheim te leren kennen, is moed nodig. We moeten onze neiging om weg te lopen voor het donker onderdrukken, stil blijven staan, rustig blijven en met open ogen kijken. Wat zien we in de nacht? Wat wordt er zichtbaar in het donker? Soms vertellen mensen daarover. De adventstijd nodigt ons uit om met open ogen het donker in te kijken en elkaar onze verhalen van het donker te vertellen. Ik wens u donkere dagen en veel verhalen toe!

Over Christa Anbeek

Christa Anbeek

Christa is bijzonder hoogleraar Remonstrantse theologie aan de Vrije Universiteit en universitair hoofddocent existentiële en levensbeschouwelijke reflectievaardigheden aan de Universiteit voor Humanistiek.

Gerelateerd