2 november 2015

Gedenk te sterven, maar wanneer dan? Een heidens standpunt

Geschreven door Tjaard Barnard
Verdieping Foto: Geert van Duinen Gedenk te sterven, maar wanneer dan? Een heidens standpunt

Eigenlijk kan het mij helemaal niets schelen op welke dag de overledenen in de kerk herdacht worden. Voor elk moment is wat te zeggen. Belangrijk is dat je het doet, niet wanneer! Natuurlijk wil je dat doen. Als gemeente mis je iemand. Elke aanwezige herdenkt dan naast de geloofsgenoten ook zijn of haar eigen overledenen. In het kerkelijk leven wordt vaak geknokt over de vraag wanneer het moet. Ik beken nu vast, dat ik in die discussie een heidens standpunt inneem!

Allerzielen, Allerheiligen, dodenzondag

Veilig kun je constateren dat Allerheiligen in opkomst is bij Remonstranten. Een aantal gemeenten herdenkt rond 1 november de overledenen en niet op andere momenten waarop men dit eerder deed. Het is de invloed, via de liturgische beweging, vanuit eerst Rooms Katholieke en later ook Protestantse Kerk die dit in zwang laat komen. Zelfs seculiere herdenkingen neigen naar 1 november!

In protestantse kringen had eerder de dodenzondag op de laatste zondag van het kerkelijk jaar goede papieren. In 1816 voerde de koning van Pruisen in zijn Lutherse kerk deze algemene christelijke feestdag voor de herdenking van gestorvenen in. Dit was een concurrent van de reeds langer bestaande ‘roomse’ traditie van Allerheiligen en Allerzielen die op 1 en 2 november werden gevierd. Het was kerkelijk oudjaar op die laatste zondag van het kerkelijk jaar (de laatste of voorlaatste zondag van november), daar met de Eerste Advent het nieuwe kerkelijke jaar begint.

Pas met de doorwerking van de liturgische beweging binnen de Remonstrantse Broederschap wordt deze dodenzondag of eeuwigheidszondag populair. Het wordt een vast moment voor de bediening van het avondmaal. Ds. G.J. Sirks schrijft een prachtig avondmaalsformulier dat de nadruk legt op de verbondenheid van de tafel: niet alleen wie er nu zitten, maar ook wie er ooit gezeten hebben of later zullen zitten. En dit natuurlijk in verbinding met Jezus, in wiens gedachtenis wij dit alles doen. Grappig is dat men dit moment van avondmaal de laatste jaren als te zwaar of te droevig is gaan verplaatsen naar een adventszondag en zo juist de troostende boodschap van verbondenheid over de grens van de dood heen teniet heeft gedaan.

Of toch oudejaarsavond?

Deze traditie van dodenzondag concurreerde met een vanzelfsprekend moment uit de seculiere wereld. Wat nu in drukte en enthousiaste belangstelling de kerstavonddienst is, was vroeger de oudejaarsdienst. Daar moest je komen. Daar moest je gezien worden. Daar gebeurde het. En eerlijk gezegd kan ik me dat enthousiasme goed voorstellen. Ik vind het, meer dan allerlei momenten die in de liturgische traditie worden vastgelegd, een uitgelezen moment om stil te staan bij het verglijden van de tijd. Dat is het moment waarop een ieder als vanzelf stilstaat bij de vergankelijkheid. In de mooie woorden van Antoine Bodar (telkens op zondagmorgen bij zijn radioprogramma): laat de tijd de tijd, het is de eeuwigheid die blijft.

Antwoordlied

In het geloof gaat het als vanzelfsprekend om de spanning tussen het tijdelijke dat voorbijgaat en het eeuwige dat daar bovenuit stijgt. De remonstrantse tune, het antwoordlied dat door velen geliefd is, maar door waarschijnlijk net zo velen als zwaar verouderd wordt beschouwd, laat dat mooi zien:

Tot u, Heer is ons hart gericht.
Hier zijn wij, open voor uw licht.
Gij geeft ons kracht tot stilt’ en strijd.
Kom tot ons, Eeuw’ge, in de tijd.

De eeuwigheid die in de tijd komt. Het hogere dat als het ware bezit neemt van de tijd. Het onvergankelijke dat een nieuw licht werpt op onze tijd. Dat is wat we ten diepste zoeken als we onze overledenen herdenken. Of er iets na of naast dit leven is? Geen mens kan het weten. Maar als we iets hopen is het wel dat iets uit de eeuwigheid ons onttrekt aan de tijdelijkheid. Ik zelf herdenk dat het beste op die oudejaarsavond.

In veel protestantse gemeenten is de oudejaarsdienst afgeschaft. Het is een heidens, namelijk niet christelijk moment. En het is natuurlijk ook onpraktisch. In plaats van in de kerk te zitten, moet je dan gewoon oliebollen bakken. Toch blijf ik het een mooi moment vinden! De weemoedige sfeer van het oudejaar, het beschouwend terugkijken op wat geweest, het gedenken wie niet meer in de tijd is en het optimisme van de blik op de toekomst, dat moeten we vasthouden!

Over Tjaard Barnard

Tjaard Barnard

Tjaard is predikant in Rotterdam.

Gerelateerd