31 maart 2017

De mooiste Psalm en het alziend oog van internet

Geschreven door Friso Boogerd
Verdieping Foto: Trench_mouth De mooiste Psalm en het alziend oog van internet

Je hebt natuurlijk al jaren geleden een pleister over de camera van je computer geplakt. Om criminelen en inlichtingendiensten het zicht op je ziel te verhinderen. Maar inmiddels blijkt dat je ook beter je verwarmingsthermostaat, je smartphone en, voor mijn part, je stofzuiger kunt inpakken om niet te worden bespied. Of hoor je juist tot de voorhoede die aan het vloggen of bloggen is? Dan ben je zo cool dat je liefst elke dag foto’s en filmpjes van je alledaagse omgeving op internet zet. De behoefte om gezien te worden neemt bijzondere vormen aan. Zie hier twee manieren om om te gaan met de transparantie van de moderne internetmaatschappij. Pleisterplakkers beschermen hun privacy en v/bloggers stellen hun ziel en zaligheid ten toon. Zíj zijn een open boek, althans zo lijkt het op het eerste gezicht. Wat dieper verborgen zit blijft meestal een gesloten boek.

Een allesomvattende en alom aanwezige technologie die ons ziet, die ziet wat wij willen, nog voor wij dat zelf doorhebben. Voor ik spreek heeft het systeem mij al gehoord en krijg je “aanbiedingen op maat” zoals dat heet. Google krijgt steeds meer zicht op mijn ziel en weet dus ook steeds beter welke aantrekkelijke aanbiedingen mij de zaligheid zullen verschaffen. En die technologie heeft het eeuwige leven. Als we er zelf niet meer zijn blijven we toch nog digitaal leven. Te blijven leven waar ik zelf niet meer ben, zoals Rutger Kopland dicht, daar hield hij niet van:

G.

Als je mij dan eindelijk zou kennen, ik
zou weggaan G, ik houd er niet van om
te worden gekend door iemand die ik niet
En ook dat zou je weten, ook dat weer,

zeker, beter dan ik. Ik zou je vergeten,
maar door jóu níet worden vergeten. Kijk,
daar houd ik niet van, te blijven leven

(Dit is een gedicht uit Koplands serie gedichten waarin hij praat tegen G. Voor G. mogen we van Kopland wel God lezen)

De Duitse literatuurwetenschapper Manfred Schneider, heeft in zijn boek, Der Transparenztraum, de transparantiedroom, onze omgang met transparantie gedurende meer dan tweeduizend jaar beschreven. De transparantiewaan van bijvoorbeeld de Amerikaanse inlichtingendienst is maar een momentopname in een lange ontwikkeling waarin we enerzijds alles willen zien en gezien willen worden. Maar ook bang zijn om dóórzien te worden. Tegelijkertijd kunnen we verlangen én vrezen doorzichtig te zijn voor anderen. Transparantiedroom en transparantienachtmerrie slingeren door de geschiedenis. Van de droom van de god Nomos, die een klein luikje in het menselijk lichaam wilde om in het hart van een mens te kunnen kijken en Julian Assange, de Transparantieprofeet van Wikileaks. Tot de nachtmerrie van mensen die rond 1600 leden aan glaswaan. De angst om van glas te worden. Allerlei mooie voorbeelden van literatuur, wetenschap en filosofie passeren de revue in dat boek.

Alsof je thuiskomt bij de Eeuwige zelf

Maar zo’n prachtige psálm 139, die vind je er niet in terug. Terwijl het religieuze spreken over zien en gezien worden tot de Bijbelse kernbegrippen kan worden gerekend. Veel psalmen zijn in het vergeetboek geraakt, maar Psalm 139 behoort toch nog steeds tot de favoriete psalmen. Dat komt zeker ook door de melodie, die je meevoert op een meditatieve toon. Maar vooral omdat hét centrale thema voor veel mensen die in de kerk komen juist heel herkenbaar is: het je door God gezien voelen en gezocht, alsof je even thuiskomt bij de Eeuwige zelf.

Net zoals de internettransparantie heeft ook deze psalm altijd tegenstrijdige reacties opgeroepen. Ten eerste komt dat misschien wel door de versie uit het Liedboek. Die valt direct met de deur in huis. Die zet zo duidelijk neer dat je overal door God gezien wordt, dat er geen ontsnappen aan is. Het kan een heel benauwende gedachte zijn dat er iemand is die jou nog veel beter ziet dan jij jezelf. En zeker tegenwoordig, met camera’s op iedere straathoek, voelt het al snel als Big Brother is watching you. Zo gek is het niet dat Rutger Kopland zich afzet tegen een allesziende god. Verbergen is kansloos. God doorziet namelijk alle trucs die je kunt bedenken om je ego op te poetsen en je duistere kanten niet te hoeven zien. En aan die gedachte, dat gevoel hebben de kerken natuurlijk ook bijgedragen. De God-ziet-alles-en-straft-onmiddellijk-leer is toch eeuwenlang voorkeurstheologie van velen geweest.

Kennen in de zin van liefhebben

Maar ook in de versie van psalm 139, kun je de psalmist in zijn gemengde gevoelens volgen. In de eerste strofe van zes regels is het benauwenis troef. Hij voelt zich opgejaagd door God, die als een hemelse jachthond op hem jaagt, om een mooi angstwekkend beeld van de dichter Francis Thompson te gebruiken. Ieder vluchtgedrag is dan zinloos. En met de hand die de psalmist op zich voelt liggen wordt hier specifiek op de grijpgrage hand van God gedoeld, niet een liefdevolle koesterende hand. Maar het gaat niet alleen over angst, maar ook over vertrouwen. Er is sprake van een God die de mens kent – kennen is het sleutelwoord in deze psalm – en dat kennen is hier niet het kennen van het alziend oog maar het kennen in de zin van liefhebben. Het gaat hier om een zien dat in het Vlaams nog gangbaar is: iemand gaarne zien, liefhebben dus. Dit Bijbels kennen is geen rátioneel kennen maar een rélationeel kennen, het gaat hier om verbondenheid, een verbond. En hier is vervolgens trouwens geen sprake van een grijphand, maar van de gevende of beschermende hand van God.

En dan komen we aan bij het midden van de psalm. Precies in het hart van de psalm laat de psalmist zich in de ziel kijken. Hij gebruikt er acht Hebreeuwse woorden voor, getal van de vervulling.

Gij hebt mijn hart en nieren gevormd,
Mij in de schoot van mijn moeder geweven.

Zijn vertrouwen in die liefhebbende God is gestoeld op de diepe overtuiging dat Gód hem gemaakt heeft, geweven in de schoot van zijn moeder. De psalmist heeft het blijkbaar zelf ervaren: de liefde van de Schepper voor zijn schepsel, die God ertoe brengt hem te zoeken, te volgen op de voet. Zijn God is verbonden met zijn gaan en staan, en zijn spreken en zwijgen, zoals iedere schepper van een kunstwerk zijn creatie nooit helemaal kan loslaten. In hart en nieren weet de psalmdichter dat God als een vader en een moeder over hem zal waken. Hoe dat werkt, kan je je bewust worden als je als grootouder of anderszins een klein kind te logeren hebt. Je bent continu bezig met zo’n hummeltje. De kamer is de hele ruimte, zeg maar het heelal voor dat kind. En waar het ook gaat of staat, en of het zich verbergt achter de stoel of de bank, je ogen blijven erop gericht. En ’s nachts hoeft het maar te kikken of je staat ernaast. Dat is geborgenheid, geen moment alleen laten, het schept een vertrouwen bij het kind dat in het diepst van zijn ziel wordt opgeslagen. Althans als we geluk hebben, als we in een vertrouwde en veilige omgeving opgroeien. Die ervaring kan de basis vormen voor een vertrouwen op een God die jou overal gaarne ziet. En voor wie je dus niet bang hoeft te zijn. Het is een oerverlangen van alle mensen.

Kijk eens naar je eigen goddeloosheid

Dáárom kan de psalmist een open boek zijn voor God want God zelf heeft al zijn levensdagen in diens boek beschreven. Hij heeft zich overgegeven en wil voortaan als een trouwe dienstknecht God liefhebben en dienen. En hoe! Dat is wel even schrikken, want de stemming van de psalmist slaat opeens een andere, duistere richting in. Zijn liefdevolle vertrouwen slaat om in haat. Hij vervloekt de goddelozen, die hij zegt te haten met een volkomen haat. En hij heeft het daarbij over hen die vrome woorden prevelen, kwezels, die, achter hun vrome façade, van God los zijn en voor geldelijk gewin de naaste en de wereld te gronde richten. Na de eerste schrik ga je soepeltjes mee in deze beweging van de psalmist. Wel een beetje begrijpelijk, die haat, denk je. Wie haatdragend is moet wel uitkijken. De kans is groot dat je daarmee het kwaad buiten jezelf plaatst. De anderen zijn de boosdoeners, en jijzelf bent dus een mooier, beter mens. Ogenschijnlijk zo goed voor je ego.

De psalmíst is er net op tijd bij. Hij realiseert zich in deze inwendige dialoog met God dat er ook in zijn eigen ziel goddeloosheid huist: Zie of ik geen heilloze weg ga, bidt hij. Dankzij zijn gevoel van geborgenheid bij God was het hem mogelijk om het licht ook te laten schijnen over zijn eigen duistere kanten en daarbij Gods hulp in te roepen. De psalm eindigt bijna zoals hij begon: doorgrond mij, God, en ken mijn hart. Maar dat klinkt nu niet meer bedreigend maar veeleer als een smeekbede: zie mij, ken mij, houd van mij. De transparantienachtmerrie van het begin is een transparantiedroom geworden. Tja, als je het begrip transparantie in Bijbels perspectief zet schijnt er een heel ander licht op.

Die wonderschone inwendige dialoog van Psalm 139

Nog even terug naar Kopland. Diens prachtige gedichtencyclus blijkt uiteindelijk geen inwendige dialoog maar een mónoloog te zijn. Hij praat met zichzelf want hij dicht tot slot: die dagen met jou G, heb ik gemompeld, als een schaker, alleen tegen zijn bord, zo hevig tegen niemand. Daarentegen is en blijft Psalm 139 een wonderschone inwendige dialoog van een mens die zijn eigen ziel verkent en de duistere hoekjes niet schuwt. Hij voelt zich uiteindelijk, gaandeweg de psalm, geborgen bij de God die hem doorgrondt. Die de grond onder zijn voeten is. Balsem voor de ziel. Kan het zijn dat de huidige behoefte aan transparantie op internet gegrond is in eenzelfde diepe behoefte? Die om gezien en bemind te worden. Maar dan niet door iets of iemand die ons overstijgt maar door zoveel mogelijk mensen die ons liken, van ons houden. En daarom laat je op Facebook en waar dan ook aan zoveel mogelijk vrienden een aantrekkelijk beeld van jezelf zien. Minder leuke kantjes kan je beter  weglaten want anders wordt je niet geliked. En daarmee is de transparantie op internet, begrijpelijkerwijs, wel beperkt.

De psalmdichter van psalm 139 is wat dat betreft veel transparanter. Zijn inwendige dialoog met God liet hem alle hoeken en gaten van zijn ziel zien. In zijn diepe vertrouwen op God kon hij ook zijn hatelijke kanten aan zichzelf en de lezer tonen. Want hij schreef het op, zodat anderen zich eraan kunnen laven, tot in eeuwigheid.

Amen

Over Friso Boogerd

Friso Boogerd

Friso Boogerd is Career&Life Coach en predikant van de remonstrantse gemeente Naarden-Bussum

Gerelateerd