25 september 2017

Vervloekt is mijn geboortedag!

Geschreven door Anniek Lenselink
Verdieping Foto: Claire McDonough Vervloekt is mijn geboortedag!

In de eerste twee hoofdstukken van het bijbelboek Job, wordt de gelijknamige hoofdpersoon door alle denkbare rampen getroffen. Job blijft echter trouw aan God. Zijn rijkdom is hem afgenomen – zijn kuddes geroofd en door bliksem getroffen – en zijn familiegeluk is abrupt tot een einde gekomen. Het huis waarin zijn kinderen feestvierden is ingestort en geen van hen heeft het overleefd. Maar hij blijft onberispelijk, maakt God geen verwijten. God had hem immers zijn rijkdom in bruikleen gegeven, en het nu teruggenomen – zijn goed recht. Ook zijn vrouw raakt hij kwijt – niet letterlijk, maar figuurlijk. Zij begrijpt hem niet, wendt zich af van God, en zo kunnen Job en zij elkaar niet meer bereiken. Job is alleen in zijn ellende.

In eerste instantie had God als voorwaarde gesteld dat de Aanklager Job wel op de proef mocht stellen, maar zijn lichaam niet mocht aantasten. Toen Job zich een goed gelovige betoonde, wierp de Aanklager God voor de voeten dat dat kwam omdat zijn gezondheid nog intact was. Als die eenmaal aangetast zou zijn, dan zou Job God vaarwel zeggen. God stond het toe, en zo kwam het dat de rijkste man van die tijd onder de jeukende zweren kwam te zitten. Drie van zijn vrienden hadden gehoord wat hem overkomen was, en besloten hem op te zoeken om hun steun te betuigen. Als zij aankomen herkennen ze Job eerst niet – zo gehavend ziet hij eruit.

Het leren van geduld

Als ze dichterbij komen, en voor hem staan, van aangezicht tot aangezicht, ervaren ze zijn diepe lijden en gaan bij hem zitten, zonder een woord te zeggen. Zo stellen ze zich solidair op. Zeven dagen en zeven nachten blijven ze zo met zijn vieren zitten. En dan brandt Job los: Hij vervloekt zijn geboortedag. Daarna nemen ook zijn vrienden het woord en volgen er diverse betogen. Prachtige poëzie – ik kan het u echt aanraden – maar steeds met dezelfde strekking: God is rechtvaardig en wijs, en als Job zulke rampspoed overkomt dan zal dat toch ergens aan te wijten moeten zijn. Maar Job capituleert niet: Hij heeft niets misdaan en roept God aan om hem uit te leggen waarom hij zo getroffen is. God antwoordt niet. Zijn vrienden doen dat, in de overtuiging dat zij zeggen wat God bedoelt. Zij proberen Job tot inzicht te brengen, maar Job weigert. Hij houdt vol onschuldig te zijn.

Door de eeuwen heen hebben er verschillende thema’s uit het boek Job centraal gestaan: In de brief van Jakobus gaat het om het vertrouwen op de wijsheid van God, en het leren van geduld door de mensen. Voor latere theologen zoals Calvijn, wordt het boek – voortgaand in deze lijn – vooral een voorbeeld van de goddelijke genade, Gods soevereiniteit en de volstrekte voorzienigheid van God, en de mens die zich daar terecht aan onderwerpt. Weer een paar honderd jaar later, in de Verlichting, zag men Job juist als een rebel. De man die zich verzet tegen de willekeur van de godenwereld waarmee het boek begint. Voltaire beschouwde Job als vertegenwoordiger bij uitstek van de menselijke toestand in al zijn misère en uitzichtloze ellende. Het existentialisme gaat verder in dit spoor: Voor psychologen in de twintigste eeuw staan Jobs rouwproces en zijn intense zoeken naar levenswijsheid centraal. Kortom: Door de eeuwen heen heeft Jobs verhaal de mensen geboeid. Steeds weer blijkt zijn verhaal aan het onze te raken.

Ik was de trooster van de treurenden

In het hoofdstuk dat we vandaag beluisterden, blikt Job terug op de tijd ‘voordat hij getroffen werd’. Als mens op de vuilnisbelt van het geluk benoemt hij de dingen die er werkelijk toe deden. De dingen die hem maakten tot wie hij was, en nog steeds is. Er klinkt heimwee door in zijn woorden: ‘was alles maar als in de dagen van weleer’. ‘In de tijd dat ik de kracht van de jeugd bezat’. En deze herinneringen zijn nauw verbonden met Gods voelbare aanwezigheid: was alles maar als in de dagen van weleer – als in de dagen dat God over mij waakte – mijmert hij; het vertrouwde gezelschap van God in mijn huis – toen de Ontzagwekkende met mij verkeerde… In vijf verzen noemt hij Gods aanwezigheid in zijn leven drie maal. Job leefde in voorspoed en rijkdom, zijn koeien gaven zoveel melk dat hij bij wijze van spreken met zijn voeten door de room kon waden, maar bovenal leefde hij met God. Dat gaf zijn leven betekenis.

Naast zijn succesvolle boerenbedrijf had hij ook aanzien in de stad. Als hij voor rechtszittingen of andere beraadslagingen naar de stad ging, deden de jonge mannen, die graag wilden horen wat de familiehoofden te zeggen hadden voor als ze later zelf tot een vergadering geroepen werden, eerbiedig een stap opzij. Maar niet alleen bij de jeugd had hij aanzien, ook bij de ouderen. En dat kwam niet alleen doordat hij een rijk man was. Nee, Job had aanzien verworven omdat hij deed wat goed en rechtvaardig was. Hij zag om naar de mensen die een zwakke positie in de samenleving hadden en voor wie het leven moeilijk was: armen, wezen, weduwen. ‘Ik kleedde mij in gerechtigheid en deze kleedde mij’ zegt hij. Hij had de moed om op te komen tegen onrecht en niet alleen in de rechtspraak zette Job dit door, maar ook daarbuiten: Ogen was ik voor de blinde, voeten voor de lamme. Ik was de trooster van de treurenden, besluit hij.

Losgelaten door God

Hij schetst van zichzelf het beeld van een nobel man, van een heilige zou ik haast zeggen. Tja. Ik voel me er een beetje ongemakkelijk bij als ik dit lees. Iemand die zichzelf zo prijst… Voelen we daar nattigheid? Het kan toch haast niet, dat het allemaal zo goed is? Dat er werkelijk niets op aan te merken is? Bij een gewoon mens is enige zelfkritiek en wat relativeringsvermogen toch wel op zijn plaats. Maar zoals je weet: Job is geen gewoon mens. Hij is geen historisch persoon, zijn verhaal is niet ‘na te trekken’, om het zo te zeggen. En tegelijkertijd is het een verhaal van alle tijden en alle plaatsen, en juist door dit universele kunnen we in ons eigen leven parallellen zien met wat Job overkomt. Zijn geluk, zijn ellende, zijn boosheid, zijn onmacht, zijn roep naar God. Het is ons niet vreemd.

Job denkt terug aan de dingen die er toe doen in het leven. Voor hem zijn dat de werken van gerechtigheid en barmhartigheid, het troosten van de bedroefden, het ontlokken van een glimlach aan het door verdriet getekende gezicht van een weduwe. Job stelde zijn gaven en talenten in dienst van de ander, en daarmee de Ander (met een hoofdletter). Nooit had hij eraan gedacht dat het ook anders met zijn leven zou kunnen lopen. Dat God hem los zou laten – zijn tentkoord los zou rukken, zoals hij uitroept. Het beeld van de feniks dat hij aanhaalt, tekent een cyclus waarin de levenskracht steeds vernieuwd wordt. Job leefde in de veronderstelling dat er geen eind zou komen aan zijn tomeloze energie, dat hij nooit aan kracht zou inboeten.

Gezondheid is een groot goed?

Naïef, zou je denken, maar hoe vaak staan wij stil bij deze gedachte? Het kan zomaar anders lopen dan we verwachten, anders dan we hopen. En dat gebeurt ook vaak: Ontslag kan je hele bestaan ontwortelen. Levensvragen over zinvol je leven inrichten en behoud van eigenwaarde dringen zich op. Aan een leven vol mogelijkheden en talenten wordt het toekomstperspectief ontnomen, of in een heel ander licht gesteld. En een ongeluk of aangeboren aandoening, een chronische ziekte, een psychische stoornis, ze kunnen je leven, of dat van een dierbare onomkeerbaar veranderen. De felbegeerde gezondheid zal nooit meer terugkomen. Maar is daarmee het leven niet meer waard geleefd te worden?

Het brengt ons bij een andere vraag: Is gezondheid eigenlijk wel ons kostbaarste bezit? We zeggen dat vaak wel zo gemakkelijk, en we wensen het elkaar ook toe met de jaarwisseling en verjaardagen, maar is het werkelijk het meest kostbare dat we hebben? Zijn er niet ook andere dingen die minsten evenveel waard zijn? Iemand een gezond leven toewensen is ‘veilig’. Er bestaat niet erg veel discussie over – tenminste zolang je het bij het algemene ‘gezondheid’ houdt. Want zodra je met iemand in gesprek gaat over wat er dan gezond is, heb je al snel een verschil van mening: moet er nou intensief gesport worden of dertig minuten per dag een matige inspanning verricht worden, hoeveel groente en fruit moet je eten, en dóe je dat ook? En af en toe een frietje, dat moet toch kunnen? Maar nee, dan de gezonde klavertjes bij de Albert Heijn, etc.

Groot worden door je klein te maken

Gezondheid. Job was op alle mogelijke fronten al geteisterd door rampspoed voordat zijn gezondheid hem werd afgenomen. Maar daar horen we eigenlijk weinig over. In zijn terugblik besteedt hij niet veel woorden aan zijn gezondheid. Blijkbaar zijn er voor hem andere waarden belangrijk. Hij genoot aanzien, en dat deed hem goed: ‘Ieder die mij hoorde, prees mijn woorden, ieder die mij zag had niets dan lof’. Dat is een comfortabele positie. Maar dit respect had hij opgebouwd door zijn levenshouding, door trouw te zijn aan de opdracht die hij als mens van God ervoer: Je wijden aan de werken van gerechtigheid, en barmhartigheid. Je solidair betonen met de armen. Groot worden door je klein te maken.

Hoe wrang is het dan dat het nu juist deze zwakkeren zijn die hem bespotten. Nu God hem in de steek gelaten heeft, durven ze wel. Maar Job blijft trouw aan zijn levensovertuiging. Hij zet zich niet opeens tegen hen af. Hij slaat niet voor hen op de vlucht. Hij trekt geen muur op om zich heen. Zij overschrijden alle grenzen, zegt hij. Hij is tot voorwerp van spot geworden, maar hij keert zich niet tegen hen. Hij keert zich naar God. Zijn gezondheid, familiegeluk, rijkdom en status, alles is hij kwijt. Een berooid man is hij. En ook zijn vrienden staan niet aan zijn kant. En God, die laat steeds maar niets van zich horen. Wát is het, dat hem ervan weerhoudt het bijltje erbij neer te gooien? Vertrouwt hij nou nog steeds op God? Ja. Zijn geloof in God is eigenlijk het enige dat hij nog heeft. Als hij God los zou laten, wat blijft er dan nog van hem over? Waarom zouden we het goede wel, en het kwade niet van God aanvaarden? – zo zei hij eerder in zijn verhaal. En zo ziet hij het nog steeds.

Een leven in balans

Leven naar Gods bedoeling, dat is de enige manier waarop hij het kan. Job blijft trouw aan zijn overtuigingen, tegen de stroom in houdt hij stand: Hij blijft zo niet alleen God, maar ook zichzelf en zijn idealen trouw. Als hij terugblikt op zijn leven, springt dan ook deze levenswijze in het oog. Niet zijn rijkdom en gezondheid staan voorop, maar het bestrijden van onrecht, het omzien naar de zwakkeren, het mogen zijn van ogen voor de blinde, voeten voor de lamme. Job wilde voluit mens zijn zoals God de mens bedoeld heeft. En ook wij proberen dat. Mens-zijn, in voor- en tegenspoed. Ook ons levenspad kent kronkels, donkere spelonken, barricades, uitgestrekte vlaktes waar geen mens of God te bekennen is. En ook wij roepen, kermen en zuchten onder de lasten die het leven met zich meebrengt. Maar ook wij mogen in kaart brengen wat de dingen zijn die ertoe doen, wat ons gemaakt heeft tot wie we zijn. Als mens kun je het lijden en ellende niet uit je leven weren.

Maar we kunnen net als Job proberen ons leven in balans te brengen. Te leven vanuit onze overtuigingen en idealen en erop te vertrouwen dat zij ons van de benodigde veerkracht voorzien als we die nodig hebben om de donkere periodes in ons leven het hoofd te bieden. Laten we daarom elkaar toewensen dat onze idealen, overtuigingen en ons vertrouwen in God de mensen aan kracht zullen winnen.

Amen.

Over Anniek Lenselink

Anniek Lenselink

Anniek Lenselink is remonstrant predikant. Zij is werkzaam als studentenpastor in Rotterdam.

Gerelateerd