De wondertuin van de Heilige Albertus

De wondertuin van de Heilige Albertus

‘Midden in de winternacht / gaat de hemel open.’ Een engel verschijnt en deelt de herders mee dat na tijden van duisternis en ellende nu eindelijk het verlossend licht doorbreekt. Nacht maakt plaats voor dag. Als om dat te illustreren komt de hele verzameling – lichtgevende – engelen voor de herders het hemels gloria zingen en is er van het nachtelijk duister niets meer overgebleven. In de latere traditie is van belang geworden dat het niet om zomaar een nacht ging, maar om een winternacht. En wel speciaal een nacht vlak bij dé midwinternacht. Daarmee wordt – vooral in de noordelijke landen – ook de wending van winter naar zomer een teken van de grote ommekeer als gevolg van de geboorte van de Vredevorst. Zie in hetzelfde lied het couplet:

Ondanks winter sneeuw en ijs,

bloeien alle bomen,  want het aardse paradijs

is vannacht gekomen.

Dat paradijs waar ‘we’ zo jammerlijk uit verdreven zijn, komt weer binnen bereik.

Bolleboos

Ooit kreeg ik een verhaal aangereikt waarin hetzelfde motief naar voren komt. Een gemeentelid, geïnteresseerd in heiligen, wees mij op een heilige naamgenoot van mij. Het ging om Sint Albertus, Albertus de Grote van Regensburg. Een gezaghebbend theoloog uit de dertiende eeuw. Zijn feestdag is 15 november. Albertus doceerde onder meer aan de universiteiten van Parijs en Keulen en was één van de grote geleerden van zijn tijd. Behalve tussen de boeken was hij regelmatig in het veld aan te treffen. Hij was filosoof, theoloog en praktisch natuuronderzoeker. Toen hij in 1931 heilig werd verklaard (hij moest er even op wachten ..) werd hij de patroon van natuurkundigen en van studenten in natuurwetenschappen en theologie. Wellicht de allergrootste geleerde uit de Middeleeuwen, Thomas van Aquino, was een leerling van hem.

Kerstwonder

Maar niet alleen vanwege zijn studieuze verrichtingen is mijn dertiende-eeuwse naamgenoot een interessante heilige. Ook zeer de moeite waard is zijn kerstwonder. Dat geschiedde in het jaar 1249, en er was een Hollander bij betrokken. Albertus werkte toen in Keulen. De Hollander was graaf Willem II. Hij was niet zomaar iemand, hij was twee jaar daarvoor, op twintigjarige leeftijd door de aartsbisschoppen van Keulen, Mainz en Trier tot koning van Duitsland uitgeroepen, met instemming van de Paus. In 1249 kwam hij naar Keulen om er kerst te vieren. Zoals u weet worden in de Keulse Dom de gebeenten van de Drie Koningen bewaard, een uitgelezen plek dus voor een kerstreis. En hij bedacht dat hij dan meteen wel een bezoekje aan de beroemde geleerde kon brengen.

Het bezoek verliep niet helemaal zoals verwacht. Tot zijn ongenoegen werden Willem en zijn gevolg ontvangen in een ijskoude kloosterzaal, waar ze bovendien nog eens eindeloos moesten wachten. Tot verbijstering van het gezelschap liet men hun ten slotte weten dat Albertus hen hartelijk uitnodigde voor een feestmaal … in de kloostertuin. Het vroor dat het kraakte, er lag overal een dik pak sneeuw en er woei een ijzige wind. De tocht naar het klooster was geen pretje geweest. Maar ze wilden zich niet laten kennen en begaven zich naar de tuin. Toen ze daar aankwamen, was er geen sneeuw te zien. De planten stonden in volle bloei, bloemen geurden, vogels floten. De geleerde was er al en liep er rond op blote voeten en in een dunne zomerpij. Er werd een verrukkelijke maaltijd geserveerd en iedereen was opgetogen. Behalve dat sommigen het wel erg warm kregen en halverwege de maaltijd een schaduwrijk plekje moesten opzoeken. Met deze voorafbeelding van het hernieuwde aardse paradijs had de natuurkundige (alchemist, magiër) Albertus zijn beste kunststukje laten zien.

Door het ijs gezakt

Wat graaf-koning Willem II betreft, daar liep het slecht mee af. In Holland was hij een gezien persoon. Hij was het die belangrijke steden als Delft, Haarlem en Alkmaar hun stadsrechten bezorgde. Maar de Westfriezen moesten hem niet. Hij bestreed hen vervolgens te vuur en te zwaard. Enkele winters na die gedenkwaardige Driekoningen in Keulen, in 1256, was hij op veldtocht tegen de Westfriezen, maar zakte bij Hoogwoud door het ijs van het Berkmeer. Hij werd gevonden, gedood en vervolgens begraven onder de haardplaat van een boerderij in Hoogwoud. Later nam zijn zoon, Floris V, verschrikkelijk wraak.

Bert Dicou
predikant in de doopsgezind-remonstrantse gemeente Hoorn

 

 

 

Zie ook