Ruïnes, de schoonheid van verval
Foto: Jolien van der Griendt

Ruïnes, de schoonheid van verval

Verval associëren we vooral met aftakeling, afbrokkeling, iets negatiefs. Maar verval kan ook een bepaalde schoonheid oproepen. Denk bijvoorbeeld aan de herfst. Terwijl de kracht van de zon afneemt, de bloemen uitgebloeid zijn en bomen langzaamaan hun bladeren gaan verliezen, vinden we de natuur juist dan vaak op zijn mooist. Een bijzondere schoonheid van verval, is de schoonheid van ruïnes. Vooral in de romantiek werden ruïnes bejubeld, beschilderd en beschreven.

Nostalgisch verlangen

Resten van oude muren die strijden met de natuur om een plekje, kerken waar je helemaal doorheen kunt kijken en die vol gegroeid zijn met klimop, een herinnering aan een oude omwalling… deze beelden maken een nostalgisch verlangen in ons los. Ruïnes zijn zowel het slachtoffer van de tijd als de overwinnaars: de tijd en de natuur hebben hun verval veroorzaakt, maar ondanks dat hun menselijke scheppers er al lang niet meer zijn, bestaan ze nog steeds. Ze zijn de stille getuigen van het verleden. Hun functie (kerk, kasteel, klooster, molen, muur) is ondertussen verloren gegaan, maar esthetisch doen ze er nog steeds toe. Ze zijn een kunstobject geworden. Met een indringende boodschap, voor wie hier gevoelig voor is: alles vloeit en niets is blijvend (panta rhei).

Renaissance: kennismaking met ruïnes uit de oudheid

Dat ruïnes een bijzondere aantrekkingskracht hebben, begon bij kunstenaars die er in de renaissance op uit trokken om de schatten uit de oudheid met eigen ogen te bewonderen en te tekenen of schilderen. In en rond Rome troffen ze ruïnes en beelden aan, schetsten deze en gebruikten ze vervolgens weer in hun schilderijen. Het doel van deze exercities was veelal puur om de schoonheid van de klassieke kunst onder de aandacht te brengen. Soms toonde men de gebouwen als ruïnes, maar ook vaak werden de schetsen gebruikt om de gebouwen uit de klassieke oudheid (naar eigen inzicht) te reconstrueren.

Romantiek

Pas tijdens de romantiek kwam de ruïne zelf als hoofdthema bij diverse kunstenaars aan de orde, bijvoorbeeld bij de schilder Casper David Friedrich. Het rationele van de verlichting was overgewaardeerd en de mens vervreemd geraakt van zijn religieuze wortels. Er moest ruimte komen voor persoonlijke hartstochten, zoals het verlangen naar het paradijs. De ruïne in de natuur symboliseerde bij uitstek de hang naar een perfecte tijd in het verleden, die niet meer bestaat.

Urban Explorers

Wie echter denkt dat de ruïnes na de (neo)romantiek verleden tijd zijn geworden heeft het mis. Tegenwoordig zijn de nodige fotografen weer volledig gefascineerd door het onderwerp. Dit heeft geresulteerd in de zogenaamde ‘urbex’ fotografie (van urban exploration). Urban explorers zoeken naar vervallen gebouwen zowel uit een ver als uit een recent verleden. Verlaten fabrieken, psychiatrische inrichtingen, liefst nog met kapot meubilair er in, het maakt niet uit. Urbex fotograaf Daan Oude Elferink geeft aan: ‘wanneer iets gewoon mooi is, ben ik het vaak snel vergeten. Maar wanneer het in verval is, krijgt het een verhaal en word ik nieuwsgierig’. Zijn foto’s zijn prachtig en maken wat de onoplettende voorbijganger als oude troep zou bestempelen, tot een waar kunstobject.

Tot slot: het drama van Palmyra

Ik kon dit artikel niet schrijven zonder aan de recente verwoesting van ruïnestad Palmyra door ISIS te denken. Waarom moest dit erfgoed nu kapot? De aangevoerde reden van ‘afrekenen met heidense afgoderij’ snijdt geen enkel hout. De Syrische archeoloog, die in augustus in Palmyra is onthoofd, onderging zijn lot omdat hij niet wilde vertellen waar bepaalde schatten verstopt lagen. Het gaat allemaal om geld en macht. Maar misschien dat Palmyra juist door dit tragische lot nu, op latere generaties een des te grotere aantrekkingskracht zal uitoefenen, die net als wij vergeefs zullen verlangen naar een mooier verleden.

Vanessa van Koppen
gemeentelid in Den Haag, redactielid AdRem

 

 

Zie ook