Schoonheid als venster op het goddelijke
Foto: Ben Salter

Schoonheid als venster op het goddelijke

Van april tot augustus van dit jaar was in museum het Catharijneconvent in Utrecht de expositie ’Het Geheim van de Middeleeuwen in gouddraad en zijde’ te zien. Prachtig liturgisch textiel was er te bewonderen. Men hechtte in de Middeleeuwen zoveel waarde aan kleding in de kerk dat de gewaden nog kostbaarder waren dan schilderijen en andere kunstvoorwerpen. Priesters waren in die tijd een soort wandelende prentenboeken. Allerlei afbeeldingen uit de bijbel en de christelijke traditie waren te zien op de kleding die in de mis gedragen werd. Je kunt natuurlijk je vraagtekens zetten bij de kosten die gemoeid waren met deze pronkgewaden, maar de esthetische kant van liturgie vieren had men zeker hoog! Deze esthetische kant was voor mij een reden om mij met liturgische kleding bezig te gaan houden.

Stralen

Er mooi uitzien, met aandacht voor kleur, vorm en symboliek, helpt om een venster op het goddelijke te ontwikkelen, geloof ik. Zelf werd ik daarbij erg geïnspireerd door Hildegard van Bingen, de veelzijdige abdis, kerklerares en heilige, uit de 12e eeuw. Zij wilde de schoonheid van de ziel vieren. De nonnen van haar klooster verruilden op bepaalde feestdagen hun habijt voor lange witte gewaden, de kap waaronder hun haar verborgen was werd afgedaan en ze droegen gouden armbanden en gouden hoofdbanden.  Om vervolgens de liturgie te vieren, te zingen en muziek te maken!

De schoonheid van de ziel vieren betekent m.i. ook dat je je eigenheid mag laten zien in dat wat je draagt. Dat je mag ‘stralen’, laten zien wie jij bent en wat jij mooi en belangrijk vindt. Kleding kan daarbij helpen. De zwarte academische toga, die wij in de protestantse traditie kennen, heeft niet als doel  naar schoonheid te verwijzen. Voor mij, en voor vele anderen, speelt dit wel degelijk een rol als het gaat om geloof en liturgie. Nu tegenwoordig veel voorgangers albes of kazuifels dragen, met stola’s in de kleuren van het kerkelijk jaar, is er wel meer aandacht gekomen voor de betekenis van kleuren en symbolen in de kerk.

Nieuwe symbolen

Toen ik predikant werd, zocht ik ernaar hoe ik dat ambt wilde invullen, ook in de liturgie. Omdat ik me vaak niet herkende in hoe mannen voorgingen (het was me te verbaal, cognitief, te weinig zintuigelijk),  kwam ik op het idee om als vrouw ook eigen kleding te kiezen. Zoals je in het dagelijks leven je ook onderscheidt, als man en vrouw, in dat wat je draagt. Tijdens mijn eerste baan in Veghel, waar ik een half jaar als vicaris werkte, kreeg ik een toga aangeboden van de gemeente. Ik schafte een kazuifel aan in gebroken wit met een groene stola erbij. De andere kleuren maakte mijn moeder later voor me. Het voldeed een aantal jaren. Toen ik me het vak wat eigen had gemaakt, me wat vrijer ging voelen en meer aan eigen invulling durfde te doen, ben ik begonnen met het ontwerpen van een alternatief soort stola. In plaats van de lange ‘sjerpen’  maakte ik, met hulp van een vriendin en van mijn moeder, een soort capejes, die ik versierde met alternatieve symbolen, zoals een klaproos. De druiventros en de korenaar en dergelijke hadden me nooit aangesproken.

Ik vind klaprozen prachtig om te zien vanwege hun teerheid en hun dieprode kleur. Bijzonder is dat de zaden van de klaproos onder de grond erg lang hun kiemkracht behouden en ontkiemen als ze, soms na jaren, weer aan de oppervlakte komen. Met name in Groot- Brittannië is de klaproos het symbool van de Eerste Wereldoorlog. Op de slagvelden in Vlaanderen bloeiden de klaprozen welig, terwijl de grond zwaar vervuild was door de chemicaliën van de springstoffen. Zo kun je nieuwe, ook niet-bijbelse, symbolen ontwikkelen, die door hun betekenis toch alles te maken hebben met de boodschap van hoop en nieuw leven.

Archetypen

Omdat ik de kans kreeg om op een conferentie, die in het teken stond van leven met de seizoenen, nieuwe liturgische kleding te tonen, zijn voor deze gelegenheid modellen ontworpen bij de vier seizoenen. Ik heb de seizoenen in de natuur verbonden aan de seizoenen in een mensenleven  – zogenaamde archetypen –  en aan bijbelse vrouwen.  In de analytische psychologie van Carl Gustav Jung betreffen archetypen bepaalde overgeërfde manieren van reageren, die de mensheid  heeft opgebouwd in situaties van angst, gevaar, strijd, de verhouding der geslachten, de houding ten opzichte van geboorte en dood. In het boek ‘Königin und wilde Frau’ van Anselm Grün en Linda Jarosch, worden deze bestaande archetypen verbonden aan bijbelse vrouwen. Voor Grün en Jarosch is in de bijbel Tamar het archetype van de wilde vrouw. Maria vertegenwoordigt het oerbeeld van het moederschap, Sophia is de vrouwelijke ziel van de joods-christelijke God en Anna is de oude, wijze vrouw in de bijbel.

Zo  kwam er een rood lentegewaad voor de  wilde vrouw Tamar, een blauw zomergewaad voor de moeder Maria, een oranje  herfstgewaad voor de wijze Sophia en een donkerblauw wintergewaad voor de oude Anna. Op mijn website www.liturgischekledingvoorvrouwen.nl zijn de modellen te zien.

Vrouwelijke kazuifels

Tevens kwam ik in dezelfde periode in aanraking met modeontwerper Pim Kramer uit Arnhem, die tweedehands kleding een nieuwe look geeft. Ze  heeft ook oude priesterkazuifels vernieuwd en vrouwelijk gemaakt. In de glossy ‘Theo’, die in 2010 uitwam vanwege het tienjarig bestaan van de predikantenbeweging ‘Op Goed Gerucht’, zijn een aantal van deze kazuifels te zien. Ik werkte zelf ook mee aan de glossy. Het inspireerde mij om ook enkele oude kazuifels op de kop te tikken en te vermaken. Mijn Mariakazuifel is het pronkstuk van deze ‘kazuifelcollectie’, die ook op mijn website is te zien. Ik realiseer me terdege dat een viering geen modeshow is en dat ook niet moet worden. Mijn ervaring is dat het ook niet zo wordt beleefd door de mensen in de kerk. De reacties die ik krijg zijn erg positief.

Het lichaam present stellen

Tenslotte: Dr. Maaike de Haardt hield in 2006 een lezing, met als titel: ‘Faith and Fashion.’ Ze zegt daarin: ‘Het gaat me om de aandacht, de creativiteit, spiritualiteit, het kunstenaarschap die in de vormgeving van religieuze of rituele kleding tot uiting wordt gebracht.  Geloof en esthetiek vallen hier samen en de waardigheid van het lichaam wordt bevestigd. Immers, religieuze mode en religieuze kleding stelt ook uitdrukkelijk het lichaam present. Het stelt op zijn best, in het kunstenaarschap en in de schoonheid, iets present van het uiteindelijk onzegbare, onzienbare, het goddelijke zo u wilt, dat schoonheid present stelt. En Schoonheid wil gezien worden.’

Laatst ging ik voor in een andere gemeente. Een licht verstandelijk gehandicapte vrouw op de eerste rij zag mij in mijn Mariakazuifel binnenkomen en begon meteen te stralen en naar de kazuifel te wijzen. Na afloop zei ze: ‘u hebt zo’n mooie jurk aan, ik werd er meteen vrolijk van!’

Marjan van Hal
Predikant remonstrantse gemeente Leeuwarden

Zie ook