De duisternis verdrijven
Foto Paul van de Velde

De duisternis verdrijven

Dit is de donkerste tijd van het jaar. De dagen zijn maar kort en de nachten lang. Maar het donker krijgt kleur door het licht dat langzaam zal terugkeren, het groeit in het diepe donker. We bestrijden de duisternis tegelijkertijd met licht dat we zelf maken.

Duisternis lijkt de grondtoon van het bestaan te zijn. In het scheppingsverhaal van Genesis schept God een aarde die woest en doods is, met een oervloed die bedekt is met duisternis, of, zoals de bijbel in gewone taal stelt, de aarde is leeg en verlaten, met overal water en alles is donker. Zo begint het. Licht is er niet vanaf het begin. Het moet tevoorschijn geroepen worden. Dat is het eerste wat de Schepper vervolgens doet. Hij scheidt het licht en het donker. En het is dag. Daar is geen zon voor nodig, die komt pas dagen later. Gods licht is allereerst levenslicht. Het duister, zo blijkt uit het vervolg, zal ons evenwel niet verlaten. Het licht zal steeds iets kwetsbaars blijven, het moet steeds opnieuw bevochten worden. Maar, en dat is hoopvol, ‘ het licht schijnt in de duisternis’ en de duisternis heeft het niet in zijn macht. Dat komt omdat God zelf dat licht is. In Hem of Haar is in het geheel geen duisternis  (evangelie van Johannes 1).

Kaarsen branden

Hoeveel kaarsen worden er dagelijks wereldwijd aangestoken? Heel wat, in kerken en bij mensen thuis. In alle religieuze tradities speelt licht een belangrijke en positieve rol. Overal op deze aarde proberen mensen met kaarslicht de duisternis uit hun leven te verdrijven. Dan gaat het om verdriet, verlies, pijn, verlatenheid of angst dat de overhand dreigt te krijgen. Je voelt de duisternis. Je kan je niet oriënteren, alles is zwart, het is koud, er is geen lichtpuntje waar je je op kan richten. Het is goed om dan die zang uit Taizé te kunnen zingen: ‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft’ om vervolgens het woord bij het gezongen woord te voegen.  De flakkerende vlam wordt een hoopvol teken van troost, genezing, geborgenheid, warmte, geluk en zoveel meer.

Wie wel eens een wandeling is gaan maken aan het einde van de nacht en de terugkeer van het licht en de zon beleeft, ondergaat een overweldigend natuurgebeuren. Alles om je heen wordt langzaam zichtbaar, het zwart en grijs verandert in kleur. Het licht brengt warmte en doet je ook beseffen dat alles ervan groeit. De groeiende aan- of afwezigheid van het licht doet de seizoenen wisselen….

Hunkering naar liefde

Dat we het kerstfeest verbinden met de winter en met licht en donker zegt veel over het duister in onszelf dat zich niet laat wegdrukken als het seizoen veel duister om ons heen brengt. Het brengt ons in contact met onze hunkering naar vreugde, liefde en goedheid. ‘Het volk dat in duisternis wandelt, zal een schitterend licht zien. Zij die in het donker wonen, worden door een helder licht beschenen’ (Jesaja 9).

Het licht is nooit los verkrijgbaar. Zonder het duister bestaat het niet. Nooit is alles wit en nooit is alles zwart. Hemel en hel, goed en kwaad zijn altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden als Yin en Yang. Yin heeft altijd Yang in zich. Het goede heeft altijd het kwade in zich en omgekeerd. De geboorte van Jezus roept op dat er iemand is die hem wil ombrengen. Er is het stralende licht van de Eeuwige en een menigte van engelen, maar God verschijnt ook als een vluchtelingenkind en in de diepste armoede, met een voederbak van beesten als een wieg. Het licht ontleent zijn betekenis aan de duisternis. De duisternis kan maar een betrekkelijke plaats innemen door de zekerheid dat het licht zal terugkeren.

Licht in ons

De mystici brengen ons dichter dan wie ook bij de betekenis van het licht. Licht is zichtgebaar gemaakt liefde, zo lezen we. Licht is wat ons herinnert aan toewijding voor iets of iemand dat ons eigen kleine bestaan verre te boven gaat. Dat kan de Eeuwige zijn, dat kan zich direct vertalen naar mensen om ons heen, die ons nodig hebben. Mystiek licht is het licht dat in ons brandt en het vuur dat we kunnen zijn voor anderen. Ook al zien we het niet bij volle dag, juist dit licht schijnt in de diepste duisternis. ‘Licht is niet wetend weten’. Je ziet het. Je hoeft niet verder te filosoferen, te overwegen of te geloven. Het doet met ons. Het is verbonden met Hem of Haar die mijn licht heeft ontstoken in de nacht, die mij een levend hart geeft en nieuwe ogen. Deze Ene komt steeds met stille overmacht en neemt voor lief mijn onvermogen (lied 487, oude liedboek, Huub Oosterhuis).

Peter Korver
Redactie AdRem, remonstrants predikant in De Kapel in Hilversum

 

 

Zie ook