Eindelijk vrij om te denken
Foto: DFID/UK, dept for Int. Development

Eindelijk vrij om te denken

Enige jaren geleden mocht ik een huwelijk zegenen van een Nederlandse bruid en een Tsjechische bruidegom. Zijn vader was indertijd actief geweest in Charta ’77 en hij vertelde welke impact dat had gehad op het gezin waar hij uit kwam, en hoe zijn eigen denken erdoor gevormd was. Toen ik hem vroeg wat zijn vlucht naar het Westen voor hem betekend had, wat zijn drijfveren waren geweest en hoe hij daar nu, na zoveel jaar, tegenaan keek, antwoordde hij: ‘Het ging mij om de vrijheid om te dénken. Ik wilde studeren, wetenschap bedrijven, en daarbij zeker weten dat ik kon denken wat ik wilde, dat ik alle kanten uit zou kunnen denken, zonder dat iemand daar hindernissen bij opwierp, van welke ideologische of religieuze aard dan ook.’  De Tsjechische bruidegom is hoogleraar geworden…

Vrijheid om te denken. Zou dat ook de drijfveer zijn van Hakim, die onlangs gevlucht is uit Syrië?

‘Vrijheid, dat betekent voor mij dat je je mening kunt uitspreken. Zo was het in Syrië, voordat de oorlog begon. Het was toen volstrekt vanzelfsprekend om met verschillende geloven in één stad te wonen. In Aleppo, waar ik vandaan kom, leefden moslims, christenen, joden, koerden en atheïsten gewoon door elkaar. Christenen konden bidden in de moskee en moslims konden bidden in de kerk, we respecteerden elkaar. Op mijn werk, waar moslims en christenen gewoon zij aan zij werkten, hielpen we elkaar op de feestdagen van onze religies. Als het Ramadan was en ik door het vasten erg moe was, zei mijn christelijke collega: ‘joh, ga naar huis, ik neem voor je waar’. En omgekeerd werkte dat net zo. Ik heb een christelijke vriendin gehad, een prachtig en lief meisje, en dat was eigenlijk geen enkel probleem. Nu staan de geloven tegenover elkaar in Syrië en worden mensen tegen elkaar uitgespeeld. De muren hebben oren en je bent voortdurend op je hoede. Je weet nauwelijks wie je kunt vertrouwen.’

Wat deed deze angstige beklemming, die zo haaks staat op de vrijheid die er was in Syrië, met Hakim en zijn familie?

‘We hadden het goed in Syrië. Ik kom uit een goede, redelijk welgestelde familie van medici, technici en ondernemers. Mijn moeder is een moderne vrouw die haar rijbewijs heeft (zij had een auto, mijn vader niet) en ik ben gestimuleerd om me te ontwikkelen. Zo hebben mijn ouders me al jong Engels geleerd, omdat het een wereldtaal is. Maar alle oudste zoons moesten het leger in en de wapens opnemen tegen mede-Syriërs. Zo ben ik niet opgevoed en dat wilden mijn ouders niet voor mij. Mijn moeder heeft me dus weggestuurd, met veel pijn en verdriet in haar hart, maar ze zag dat er geen toekomst voor me was in Syrië.

Ik had ook een auto, waar ik de laatste twee jaar niet in gereden heb. Het was te angstig, je wist niet waar de bommen zouden vallen. Af en toe startte ik de motor om te kijken of hij het nog deed, in het geval dat we zouden moeten vluchten, we waren voortdurend bang. In mijn werk ging ik met diverse mensen om, ook met hooggeplaatste personen, en op een dag moest ik voor het regime een lijst met namen van die mensen aanleveren. Dat weigerde ik en toen ben ik gevlucht.

En die oorlog: eerst was er de burgeroorlog. Aanvankelijk waren we blij dat Bashar al-Assad president werd, na zijn vader, want dat was gewoon een crimineel. De jonge Assad heeft in Engeland gestudeerd, hij was westers en ontwikkeld, we dachten dat het alleen maar beter kon worden – maar het werd slechter. En al-Qaida en IS van de andere kant – we weten niet eens wie dat zijn. Voor ons heeft het in elk geval niets met de Islam te maken, het zijn gewelddadige gekken die het geloof misbruiken. En de bommen die er vallen lossen niets op, ze doden alleen maar onschuldige burgers. We hebben een gezegde in Syrië dat een mensenleven niets méér waard is dan een kogel.

En je blijft hopen op een wonder: dat de mensen, welke mensen dan ook, op een dag opstaan en zeggen: we doen niet meer mee, deze strijd houdt nu op. Zelf denk ik ook: wat Syrië heeft aan gas, olie, noem maar op – neem het, doe ermee wat je wilt, maar laat ons met rust, laat ons in vrede en vrijheid.

Mijn land zoals het was – als dat ooit nog terugkomt, zal dat nog generaties duren.’

De vrijheid die wij hier in het Westen hebben, hoe beleeft Hakim die? Zijn er ook grenzen aan die vrijheid?

‘Toen de aanslagen in België werden gepleegd waren we erg bang. Want zo zijn wij niet, dat heeft niets met ons geloof te maken, en we hadden zo’n angst dat de mensen hier ons daarop af zouden rekenen. Je ziet het ook in de media gebeuren: als er rottigheid wordt uitgehaald in een AZC staat dat groot in de media, terwijl het merendeel van de vluchtelingen vrede wil, en alleen maar blij is dat we hier terechtkunnen. We zijn ons land al kwijt, we willen onze veilige schuilplaats niet ook kwijt!

Ik ben Europa zo dankbaar. Saoedi-Arabië heeft zijn grenzen dichtgehouden en niets gedaan, terwijl we allemaal Arabieren zijn en dezelfde taal spreken. Europa heeft zijn grenzen geopend. En natuurlijk zullen er rotzakken tussen de vluchtelingen zitten, maar het blijft ongekend wonderbaarlijk hoe open en hartelijk de mensen zijn, terwijl ze niets van ons weten. Ik heb meegemaakt dat ik op een station stond te klungelen bij een kaartjesautomaat en dat een Nederlander van zijn fiets stapte om me te helpen. Hij vroeg of ik een Syriër was en toen ik dat beaamde, omarmde hij me.

We zijn hier vrij. En vrijheid, dat is dat je kunt zeggen en denken wat je wilt, maar niet ongelimiteerd: jouw vrijheid grenst namelijk aan die van anderen. Je kunt zeggen dat jouw vrijheid beperkt wordt door de vrijheid van anderen, maar het heeft alles met verantwoordelijkheid te maken – verantwoordelijkheid voor elkaar. Ik hoop dat ik ooit terug kan keren naar Syrië. Maar ik wil ook veel terugdoen voor Europa, voor Nederland, om de hulp, de opvang, om de vrijheid die we hier hebben gekregen. Ik zou een winkel willen openen én ik kan goed koken!’

Marieke Fernhout en Henk Zwiers
Parkstraatgemeente Arnhem

 

Zie ook