Het gezicht van … Maarten Lubbers

Het gezicht van … Maarten Lubbers

Maarten Lubbers (1946) kwam ik als voorzitter van Vrijburg tegen toen ik afgelopen jaar de Beraadsdag daar organiseerde. In zijn mooie tuin in Amsterdam Zuid gaat zijn diaconale hart  open tijdens ons gesprek. En trots is hij: op het remonstantse geloof , maar vooral op ‘zijn’ mensen in de kerk, de ‘best draaiende gemeente in Amsterdam hoor’.  Het is bijna Pinksteren als ik hem spreek. ‘Ik wil de inspirerende beweging die wij zijn naar buiten toe uitdragen, dat zie ik als mijn rol’, zegt hij.

Gemeente als dim sum-maaltijd

‘Sinds mijn pensionering, nu vijf jaar geleden ben ik voorzitter van Vrijburg. Medemenselijkheid heeft voor mij altijd centraal gestaan in mijn werk, in mijn geloof en in mijn maatschappelijke betrokkenheid. Wat dat laatste betreft: als Vrijburg kunnen we veel doen voor onze omgeving en we doen dat ook. Dertig jaar geleden al hebben er vluchtelingen in onze kerk gelogeerd en waren we betrokken bij het inrichten van een opvang voor daklozen en vluchtelingen in een parkeergarage. Via de Raad van Kerken hebben we nu veel contacten met VluchtelingenWerk hier in Amsterdam, waar we ook financieel aan bijdragen. En we werken nu nauw samen met de stadsdeelraad en met protestanten, katholieken, joden en moslims hier in Zuid in een project om eenzaamheid tegen te gaan. Diversiteit is belangrijk om de boel bij elkaar te houden. Ik zie de gemeente als een dim sum – maaltijd, voor ieder zijn er lekkere hapjes naar keuze bij. We moeten eerbiedig en tolerant naar elkaar zijn en vooral goed luisteren naar het verhaal achter iemands mening.’

Labora et ora

‘Zorg is ook de rode draad in mijn werk geweest. Veertig jaar lang ben ik chirurg geweest en in die tijd ontzettend hard gewerkt.  ‘Labora et ora’ was het eigenlijk. Ik kom ook uit een artsengezin: mijn vader was ook chirurg en moeder was de eerste maag-darm-leverarts in Nederland. Altijd heel bewust in een academisch ziekenhuis gewerkt. In het Binnengasthuis, waar het AMC uit is voortgekomen, was zorg voor iedereen altijd beschikbaar. Wij hadden daar ‘de Wachtkamer’, waar ook onverzekerden werden geholpen. Zo moet het, dat heb ik mijn Hippocrates-eed gezworen. Het is nu ‘pay back-time’.  Mijn vrouw is drie jaar geleden van haar paard afgevallen en heeft toen een hoge dwarslaesie opgelopen. Zij is grotendeels hersteld gelukkig en werkt zelfs weer, maar ik heb nu de zorgtaken van haar overgenomen.’

Goddelijke vonk

Mijn vader was hervormd, mijn moeder remonstrant. Zij nam mij mee naar de kerk.  De vonk sloeg in mijn puberteit over door ds. Van Hille, die ik bewonderde om zijn eruditie. Op mijn achttiende ben ik al lid geworden van de gemeente. In 2000 is een van onze zoons – twaalf jaar was hij toen – bij een zwembadongeluk om het leven gekomen. Daarna ben ik tien jaar niet meer in de kerk geweest. In die periode van geloofstwijfel ben ik het leven van Jezus gaan bestuderen. Hij hielp immers de lijdende mens en zei van zichzelf ‘Ik ben de weg’.  Uiteindelijk heb ik via hem weer de goddelijke vonk van de naastenliefde in mij zelf gevonden. In die zoektocht naar mijn innerlijk heb ik de vrede gevonden die Christus belooft. Die vrede wil ik uitdragen.’

Michel Peters

 

 

 

 

 

 

 

 

Zie ook