Wat zegt de bijbel over vrijheid?

Wat zegt de bijbel over vrijheid?

‘Staat in de vrijheid’. Dat is de titel van het rijk geïllustreerde boek over de geschiedenis van de Remonstranten, dat in 1982 verscheen onder de redactie van G.J. Hoenderdaal en P.M. Luca. Twee belangrijke factoren speelden in die geschiedenis een belangrijke rol. Als eerste wordt genoemd de omlijning van de vrijheid die door de vormgeving van een geloofsgemeenschap beveiligd en verzekerd werd. De tweede factor is het open en vrije contact met andere groeperingen, als tegenkracht tegen verzuiling en verstarring. Vrij zijn en vrijheid speelden en spelen een belangrijke rol bij de Remonstranten. De titel van het boek is ontleend aan de brief van de apostel Paulus aan de christelijke gemeente in Galatië in het midden van de eerste eeuw. De Statenvertaling van dit eerste vers van hoofdstuk 5 luidt: ‘Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet weer met het juk der dienstbaarheid bevangen.’ De Nieuwe Bijbelvertaling in 2004 leest: ‘Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen’.

Gehoorzaam aan de Torah?

Het thema vrijheid speelt een belangrijke rol in deze brief aan de jonge christengemeente. Het staat niet vast of de brief nu gericht was aan de gemeente in de Romeinse provincie Galatia of die in de meer noorden gelegen streek Galatia, het huidige Turkije. In beide gebieden had Paulus tijdens zijn zendingsreizen christelijke gemeenten gesticht, bestaande uit joden en niet-joden, de zogenoemde heidenen. De reden van zijn schrijven is behalve verontrusting ook boosheid. Na zijn vertrek is er namelijk discussie ontstaan of voor de heidenen het christen worden alleen via de Torah en de joodse traditie kan lopen. ‘Ja’, is de mening van de joods-christelijke groep. Om met elkaar om te kunnen gaan in de vroeg-christelijke gemeente hoorde de niet-joodse groep zich aan de Torah, de joodse wet te houden. Dit hield onder andere in dat heidenen zich moesten laten besnijden om zo deel uit te maken van het uitverkoren volk en zo toegang tot Christus te krijgen. Deze opvatting leidde tot spanning in de gemeente en dit bericht bereikt Paulus. Paulus drukt de Galaten echter op hun hart dat met de kruisdood van Jezus de kwestie van de besnijdenis niet meer ter zake doet. ´Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent.´ (Galaten 5:6).

Het is de liefde die telt

Hij benadrukt dat de Galaten in vrijheid moeten blijven leven zoals hij hen tijdens zijn verblijf had verkondigd. Christus heeft immers de mensen die in Hem geloven als de Messias bevrijd met zijn kruisdood en opstanding. Het geloof is de Galaten in vrijheid geschonken buiten de Torah of elke andere wet. Met in vrijheid leven bedoelt Paulus daarom het leven zonder het juk en wet. De Galaten hadden zich afgewend van hun afgodische religies, zich van dat juk bevrijd. Nu zij christen zijn geworden is het niet de bedoeling dat zij zich door de wet van Mozes en de profeten te volgen een ander, nieuw juk op zich nemen. De Torah is een leidraad voor de mens wat wel of niet in overeenstemming is met de wil van God. Joodse schriftgeleerden hebben hieruit 613 afzonderlijke geboden afgeleid. Deze 613 geboden zijn in te delen in 33 categorieën: zoals zakelijke praktijken, spijswetten, kleding, profetieën. En deze 613 geboden zijn ook te verdelen in 248 geboden en 365 verboden.

De mens weet met deze regels wat wel of niet goed is om te doen. Maar het zich houden aan de Torah, de joodse wet, levert geen heil op. Jazeker, de samenvatting van de Torah is de liefde voor God en de naaste. Dat is het dubbelgebod waar Jezus over spreekt in Matteus 22: 37-39.

‘U bent geroepen om vrij te zijn’

Natuurlijk zijn er regels nodig om afspraken en zaken in goede orde te laten verlopen. Maar je alleen houden aan de wet leidt niet tot heil van de mens, want geen enkel mens kan zondevrij leven. Alleen het geloof in Jezus als de Christus maakt de mens vrij van zonden omdat Hij met zijn genade de mensen vergeeft. De mens is daarmee vrij gemaakt en geworden en kan een nieuw leven beginnen! De mens is door Jezus bevrijd van de wet en vrijgemaakt ten dienste van God en elkaar. Paulus benadrukt het nog een keer in zijn brief (vers 13): ‘Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. ‘

Het geloof is hun in vrijheid, buiten de wet om, geschonken en de Galaten zouden deze vrijheid moeten behouden in plaats van zich onder de Torah te plaatsen. Door zich weer onder een wet te plaatsen om het heil te bereiken verloochenen zij in feite Jezus als de Messias.

Nu is deze brief met een speciale reden door Paulus naar een jonge christengemeente gestuurd die zijn sturing nodig heeft. Maar kunnen wij er, nu bijna 2000 jaar later en in heel andere omstandigheden, ook aanwijzingen vinden voor ons geloofsleven? Vrijheid is één van de kernwaardes bij de Remonstranten. We benadrukken in onze beginselverklaring trouw te zijn aan ons beginsel van vrijheid en verdraagzaamheid. We noemen het in onze ‘lijfspreuk’: ‘Eenheid in het nodige, vrijheid in het onzekere. In alles de liefde.’ Een aantal gemeenten heeft deze spreuk in de gevel van haar kerkgebouw gebeiteld. En wij gebruiken het in ons votum in de zondagdienst: ‘God die ons vrijheid geeft en ons vertrouwen vraagt.’

Vertrouwen

Door ons vrijheid te gunnen, schenkt God ook zijn vertrouwen aan ons. Vertrouwen dat wij goed omgaan met onze vrijheid. Dat wij ervoor waken niet onszelf of elkaar weer allerlei regels van mensen op te leggen die zouden leiden tot een gelovig mens. Dat wij geen slaaf worden van nutteloze regels en wetten die niet leiden tot groei en ontplooiing maar tot stilstand en dorheid.

Door vrijheid en in vrijheid kan een mens geestelijk groeien. En dan hebben wij nog het grote voorrecht om in een land te leven waar wij ongestraft en in vrijheid ons geloof kunnen en mogen belijden en vieren. Voor ons is dit inmiddels vanzelfsprekend, in tegenstelling tot de vele christenen in andere gebieden in de wereld. Wij kunnen openlijk voor ons geloof uit komen zonder daarvoor vervolgd of gestraft te worden.

Vrije wil

Met het ontvangen van vrijheid ontvangen we ook een vrije wil om onze eigen keuzes te maken. Wij hebben vrijheid om te kiezen. Ons vrijzinnig geloof is voor ons een leidraad en geen halsband. Maar met het krijgen van vrijheid hebben we ook verantwoordelijkheid gekregen. Eigen verantwoordelijkheid tegenover God en onze naaste. Verantwoordelijkheid om goed met onze vrijheid om te gaan, om de vrijheid van anderen te bewaken, om daarvoor op te komen.

Hoe de Galaten gereageerd hebben op de brief van Paulus is niet bekend. Zij hadden in hun tijd niet de beschikking over geschriften over het leven van Jezus zoals wij die nu hebben. Ze kwamen tot geloof door een man die, voor hij zelf christen werd, een zeer felle wetsijveraar was. De Galaten zochten houvast voor hun geloof in naleving van de Torah, maar beseften niet dat zij daarmee hun verkregen vrijheid weer inleverden. Want God heeft ons bedoeld als mensen die in vrijheid een goed en rechtvaardig leven leiden, die uitzien naar zijn Koninkrijk. Mensen die bevrijd zijn én blijven van denkbeelden die zijn zegen in ons leven beperken.

I Leng Tan Remonstrants predikant

Zie ook