De opstand van de boze blanke man
Foto: Guido van Nispen

De opstand van de boze blanke man

De vluchtelingencrisis, de roofaanrandingen van Keulen en schreeuwende, zogenoemd ‘bezorgde Nederlanders’ bij inspraakavonden hebben ook iets goeds opgeleverd. Echt. Want inmiddels denkt bijna niemand meer dat het ongelofelijke succes van anti-liberale nationalisten te wijten is aan ruimdenkende, liberale internationalisten.

Dat was wel anders. Toen ik als politiek verslaggever in Den Haag (van 2008-2012) de onstuimige opkomst van de PVV meemaakte van rellerige negenmansfractie tot gedoogpartner van het eerste kabinet Rutte, was de boodschap van zo’n beetje negentig procent van de opinieartikelen over de PVV en diens leider Geert Wilders in NRC Handelsblad en De Volkskrant: het politieke midden heeft niet goed geluisterd naar ‘signalen uit de samenleving’. Dat laatste was een eufemisme voor: naar de boze blanke man. Als de gematigde politieke krachten minder overtuigd waren geweest  van hun pro-Europese, internationalistische en immigrantenvriendelijke gelijk, hadden ze het monster Wilders nooit gecreëerd.

Oppervlakkige analyse

Als verslaggever heb ik me altijd geërgerd aan deze oppervlakkige – en volgens mij onjuiste – analyse, maar hé, als verslaggever kun je opinies beïnvloeden, je kunt ze niet buiten de krant houden. De opinieredactie zat in Rotterdam, later Amsterdam, en ik zat met mijn collega’s in Den Haag, op het Binnenhof.

Daar voelde ik aan dat Wilders een spreekbuis was voor reëel bestaande mensen. Niet voor mensen die terugkeren naar traditionele politieke partijen als die gewoon beter naar ze luisteren. Nog irritanter vond ik het, als parlementair verslaggever, als de schuld aan de media werd gegeven. Wij, journalisten, gaven Wilders gewoon te veel aandacht.

Natuurlijk begreep ik wel waar die theorieën vandaan kwamen. Of beter, waar ze toe dienden. Ze ontnamen ons, heel gerieflijk, het zicht op een werkelijkheid die velen niet konden verteren, of wilden verteren:  dat zo’n 20 procent van Nederland niet de persoon, maar de ideeën van Wilders en zijn PVV omarmt. Veel prettiger is het te denken en te beweren dat Wilders een briljant politie strateeg is. Of een meester in medialogica.

Wilders niet mediageniek

Probleem is van die theorieën is: bij nadere bestudering waren ze, toen al, niet houdbaar. Ook zonder het racistisch gebrul op inspraakavonden voor asielzoekercentra was dat duidelijk. Zo was er vrij hard materiaal voorhanden dat Wilders helemaal niet zo charismatisch is of mediawijs. In aanloop naar de verkiezingen van 2010 had Wilders de stemwijzer ‘gewonnen’. Een kwart van alle mensen die hun reacties hadden gegeven op de stellingen van de stemwijzer, had als advies gekregen: PVV stemmen. Dat is aanzienlijk meer dan het deel van de Nederlanders dat daadwerkelijk op hem stemde. Met andere woorden: als het alleen om de inhoud van zijn standpunten ging, was Wilders kiezerspotentieel groter dan het aantal dat hij daadwerkelijk wist te vergaren. Voor talloze Nederlanders was Wilders kennelijk niet charismatisch genoeg, of stuitte zijn persoonlijke stijl hen tegen de borst. Of kwam hij verkeerd door in de media. Met zijn standpunten was volgens hen niets mis.

Natuurlijk, al zijn het honderdduizenden mensen die de stemwijzer invullen, als wetenschappelijk verantwoord steekproef gelden zij niet. En toch. De stemwijzer test opvattingen anoniem; mensen weten niet van wie de opvattingen komen waar zijn instemming aan verlenen. Het bewees voor mij destijds al dat Wilders’ stemmers in de zaak geloven, meer dan in de man.

Handen af van de verzorgingsstaat

Wat is die zaak? Grenzen dicht, in combinatie met een behoud van de arrangementen van de verzorgingsstaat. NRC-commentator Tom Jan Meeus heeft begin dit jaar, 2016, nog eens uiteengezet dat daar nu eenmaal de winst is te behalen, vandaag de dag. Want ook de stemmers van traditionele rechtse partijen hebben inmiddels genoeg van verdere bezuinigingen op de verzorgingsstaat. Bovendien vinden ze het vervelend dat traditioneel rechts de banken de hand boven het hoofd houdt.

Voor wie de stemwijzer een te negeren website is: ook de wetenschap heeft zich met de kwestie bemoeid. Op basis van het Nederlands Kiezersonderzoek (NKO), dat de enige betrouwbare set gegevens over kiezers in Nederland bevat, hebben politicologen Matthijs Rooduijn en Gijs Schumacher een schaal gecreëerd voor de correlatie tussen opvattingen van partijen en die van hun kiezers. Uitkomst: PVV’ers bleken het vaker eens met de standpunten van hun partij dan de kiezers van andere partijen. De PVV scoorde 45,9 procent. Bij de PvdA (30,5 procent), het CDA (31,4 procent) en zeker bij de SP (26,9 procent) lag de overlap tussen kiezers en partijprogramma aanzienlijk lager. Bovendien bleken kiezers van bijvoorbeeld het CDA en de PvdA in 2006 en 2010 de persoon van hun leider even belangrijk of onbelangrijk te vinden als de stemmers van de PVV.

Nationalisme

Wie, kortom, niet wil accepteren dat een grote groep Nederlanders conservatieve gedachten over arrangementen van de verzorgingsstaat combineert met weinig rechtstatelijke, bijzonder nationalistische ideeën over immigratie en de betekenis van de islam voor de Nederlandse samenleving, verklaart het succes van Wilders uit zijn politieke, mediagenieke en persoonlijke genialiteit. Wetenschappelijk onderzoek noopt ertoe toch gewoon te accepteren dat het PVV-kiezers in eerste instantie gaat om hetgeen Wilders zegt, niet hoe hij het zegt of hoeveel aandacht hij van journalisten krijgt. Met het voorstel voor een “kopvoddentaks” schrikt hij zijn kiezers niet af, net zomin als zijn belofte “te regelen” dat Nederland “minder Marokkanen” zal bevatten.

Toch breekt dit besef maar langzaam door. Zelfs na racistische schreeuwsessies op inspraakavonden over asielzoekerscentra schreef Koen Vossen een artikel in De Groene Amsterdammer met de kop: “Met dank aan de media”. Vossen is de beste van de wetenschappelijke Wilders-watchers van ons land, maar zou hij dit nu zelf nog altijd echt geloven? Stemwijzer en wetenschappelijk onderzoek geven meer aanleiding voor een artikel met de kop: “Wat deed Wilders al die tijd verkeerd?” Want als gewiekste populist voelt Wilders goed aan wat mensen vinden en willen. Waarom haalt hij dan toch maar een vijfde van de stemmen? Waarom niet meer?

Pools nationalisme

Zo’n artikel is in Nederland ondenkbaar. We vinden het al bizar dat een vijfde van de kiezers bereid is op hem te stemmen. In Polen, het land waar ik sinds een jaar woon, heeft de evenknie van de PVV een absolute meerderheid in het parlement gekregen. De partij kreeg 38 procent van de stemmen, bij een opkomst van 51 procent. De partij heeft net zo’n holle titel als de PVV. PiS staat voor “Recht en rechtvaardigheid”. De partij beloofde in de verkiezingen geen vluchtelingen toe te laten, want die verspreiden ziektes, aldus leider Kaczynski. Bovendien verdraagt de islam zich niet met het katholieke karakter van het land. Tegelijk beloofde de partij een kinderbijslag van 500 zloty per kind per maand. Ofwel: 150 euro, in een land waar het gemiddelde inkomen 600 euro netto is. Voorts veroverde de partij de harten van de boze blanke mannen met eindeloos gefoeter op het ‘establishment’ (iedereen die niet op hen stemt) en op anti-Europese bangmakerij (in Brussel gaan ze bepalen hoe wij katholieke traditionalisten moeten leven, met in-vitro en openlijke homo’s om ons heen.)

De partij is inmiddels een paar maanden aan de macht en dat geeft de gelegenheid te zien waar de opstand van de boze blanke man toe kan leiden. Een pretje is dat niet. Een constitutioneel hof dat ongrondwettige maatregelen kon tegenhouden, is vleugellam gemaakt. De leiding plus een groot aantal journalisten van de publieke omroep is vervangen door partijgenoten. En meest schokkend: het Openbaar Ministerie is zo omgevormd dat de minister van Justitie tot op het laagste niveau kan ingrijpen bij politieonderzoek én rechtszaken. Met andere woorden: PiS-sympathisanten kunnen altijd hulp verwachten van bovenaf, zelfs als ze procederen over de schutting van de buurman. Polen die de liberale oppositie steunen, kunnen het tegenovergestelde verwachten: geen steun van de autoriteiten.

Redelijkheid in beklaagdenbank

Daar komt nog iets bij. De nieuwe machthebbers en hun boze blanke fans zijn makkelijk te vangen op onzin, maar dat kan ze niets schelen. De redelijkheid zelf zit in de beklaagdenbank, of is op zijn minst in het gedrang. Een Pool schreef een woedende brief naar de NYTimes dat Polen af moet van buitenlandse inmenging. Zelf werkt hij, in Warschau, voor het Amerikaanse CISCO. Hij zag geen tegenstrijdigheid of paradox in beide gegevens. Polen moet van de knieën, was een verkiezingsleus van de PiS. Dit op een moment in de geschiedenis van Polen dat het land nog nooit in zoveel relevante internationale samenwerkingsverbanden is opgenomen, als EU en NAVO. Een Pool is zelfs voorzitter van de Europese Raad. Tegelijk kom je Polen tegen die beweren dat het land de grootste netto betaler is aan de EU. Het land is aantoonbaar een van de grootste netto ontvangers van EU-gelden, maar dat doet er voor de serieus bedoelde argumenten van deze Poolse stemmers niet toe. Fact-free heeft hier een nog aanzienlijker vlucht genomen dan in het Nederlandse politieke discours.

Tegelijk: wie over het feitenvrije gehalte van politieke ‘debatten’ vlammende opiniestukken wil schrijven, gaat zijn gang, maar hij of zij moet zich wel realiseren dat de Nederlandse verkiezingswet geen clausule bevat die burgers verplicht te stemmen op redelijke gronden, of met argumenten die iets uit te staan hebben met de werkelijkheid. Noem het pech voor hen die politiek wel graag in overeenstemmen brengen met iets als redelijkheid.

Populisme raakt ieder weldenkend mens

Ik behoor tot die mensen. Waarom schrijf ik dit dan met enige wellust op? Om aan de hand van Polen nog eens te onderstrepen dat de huidige gure populistische wind niet alleen immigranten, vreemdelingen of excentriekelingen treft. Asociale liberalen mogen denken dat ze hun schouders kunnen ophalen; zij zijn immers geen immigrant, vreemdeling of excentriekeling. Hen raakt het niet. Maar zoals de hervorming van het OM in Polen al laat zien, blijft niemand buiten schot als de boze blanke man wint. U, AdRem-lezer, dus ook niet. Niet alleen omdat u een ‘gutmensch’ bent, zoals de boze blanke opstandelingen u noemen, maar ook uit puur eigenbelang is het tijd dat u, redelijke burger, de boze blanke man van repliek dient.

Laat dat dan een tweede pluspunt zijn van al die gruwelijke aanvallen op recht, fatsoen en redelijkheid: de politieke mobilisatie van de burger voor wie redelijkheid, gematigdheid en naastenliefde nog dagelijks na te streven deugden zijn. Simpeler gezegd: de opstand van de boze blank man vraagt dat wij allen opstaan.

Pieter van Os
Journalist bij het NRC

Zie ook