Ik zal het maar bekennen: ik heb een fobie en als ik iets wil verliezen dan graag die fobie. Maar het lijkt onuitroeibaar. Claustrofobie zit al generaties in mijn familie. Ik herinner me oma die niet in een bos durfde en er zelfs niet met de auto doorheen wilde rijden. Al die bomen die als muren om haar heen waren: ze vond het een verschrikking. Als ik in een bos ben, denk ik altijd aan haar en dan moet ik oppassen dat de angst niet ook op mij springt. Ik herinner me de angst van mijn moeder ‘s nachts in een caravan, mijn vader die niet onder een schuin dak durfde slapen en nog veel meer. Angst is makkelijk overdraagbaar van ouder op kind, dus ik heb erg mijn best gedaan om niet nog een generatie met deze fobie op te zadelen. Met succes. Mijn zoon stapt in liften en vliegtuigen, rijdt door tunnels en slaapt in bezemkasten en doet nog veel meer ‘enge’ dingen alsof het niets is.

Ik volgde allerlei therapieën om van de angst af te komen, zonder succes. Wat enorm helpt, is openheid. Portiers die mij liften in willen dirigeren, vraag ik waar de trap is en vertel ik over mijn angst voor liften. Inmiddels heb ik een ijzeren conditie gekregen als het gaat om traplopen. Ik vraag wildvreemden om hulp in voor mij benarde situaties. Mensen zijn zeer bereid om te helpen en zo’n hulpvraag levert vaak mooie gesprekken op. Het is dus niet alleen maar ellende, maar leuk is het leven met zo’n beperking natuurlijk niet. Zeker niet nu mijn zoon met zijn vrouw meegaat naar New York. In hun Amsterdamse optrekje kom ik graag, maar hoe komt een claustro in New York?

Ineke Ludikhuize
Redactie AdRem, gemeentelid in Utrecht

Zie ook

Aan de slag, ook al doet het vreselijk veel pijn
16 november 2017

Aan de slag, ook al doet het vreselijk veel pijn

Jan Greven (1941) studeerde theologie,  was o.a. directeur van de IKON en hoofdredacteur van Trouw. Volkomen onverwacht stierf in 2012 zijn dochter Aartje op 38-jarige leeftijd. In 2015 verscheen zijn boek ‘Aartje. Gedachten bij de dood van een kind’… Lees verder

23 november 2017

De lucht die ik adem

De God van mijn jeugd was zo heilig, dat we Hem geen ‘God’ noemden, maar ‘de HERE God’. Hij was niet alleen almachtig, alomtegenwoordig en eindeloos goed, maar zou ook voor altoos en immer dezelfde blijven. Wilde je een betrouwbaar fundament voor je leven, één dat nooit zou roesten, verzakken of vergaan, was je bij deze HERE God aan het juiste adres… Lees verder