Aan de slag, ook al doet het vreselijk veel pijn
Foto: Allard Willemse

Aan de slag, ook al doet het vreselijk veel pijn

Jan Greven (1941) studeerde theologie,  was o.a. directeur van de IKON en hoofdredacteur van Trouw. Volkomen onverwacht stierf in 2012 zijn dochter Aartje op 38-jarige leeftijd. In 2015 verscheen zijn boek ‘Aartje. Gedachten bij de dood van een kind’.

‘Het boeddhisme zegt dat je moet onthechten. Wie onthecht leeft, kan verliezen zonder te lijden. Maar liefde betekent toch altijd hechting? Ik haal veel wijsheid uit het boeddhisme, net als uit onze christelijke traditie, maar ik vind dit onthechten te moeilijk in relatie tot de mensen van wie je houdt. Van werk en spullen kun je onthecht proberen te zijn, maar van je partner of kind? Ik heb na de dood van Aartje ontdekt dat lijden zin kan geven. In het begin was dat (te) moeilijk, maar de laatste tijd zie ik die zin. Zin, omdat je ontdekt dat je aan de slag moet, je moet er wat van maken in het leven, ook na zo’n zwaar verlies. Zin ook omdat de lijdende mens iets kan betekenen voor een ander.’

‘Kracht ontlenen aan het geloof’, dat is me te abstract. Maar wel geven inzicht, visie en acceptatie mij kracht. Ik zie dat je tijd kostbaar is, ook omdat je ouder wordt. Dus het oude uitgangspunt om je tijd alleen nuttig te besteden, onderschrijf ik nog helemaal, maar ik kan dat nu ook vertalen naar genieten.’

God van ons afhankelijk

‘Soms gebeurt het dat je, ergens in de wereld, een zondagse kerkdienst mee maakt en dat je iets voelt van gemeenschappelijkheid. Een ervaring die je deelt met de mensen in de kerk, die je verder totaal niet kent. Het is een ervaring, waarvan het lijkt of er een realiteit aan ten grondslag ligt. De Israëlische historicus Harari heeft daar in zijn prachtige boek Homo Deus heel verhelderend over geschreven. Hij ziet het vermogen van de mens om met anderen ideeën te delen en deze vervolgens als bestaand te beschouwen (hij noemt zelf als voorbeeld het automerk Peugeot; een abstractie op zichzelf, maar wie durft te beweren dat Peugeot niet bestaat?) als de belangrijkste reden voor de toppositie die de mens in de schepping inneemt. Je ziet het zowel in de kruistochten als in bijvoorbeeld de vredesbeweging. God is de motor om de beweging van mensen in gang te houden. Maar God kan zonder die beweging van mensen niet bestaan en is daarom afhankelijk van ons. Als wij het er bij laten zitten, bestaat God ook niet meer.’

Soms is verdriet gewoon te groot

‘Lijden kan zin hebben, maar ik heb geen psychotherapie of mindfulness nodig om dat in te zien. Na de dood van Aartje probeer ik met hart en hoofd weer in beweging te komen. Met mijn hoofd door te lezen in relevante boeken, zoals die van de remonstrantse theoloog Christa Anbeek. Zij ging na haar grote verlies niet aan de kant mediteren, maar zij durfde het aan zich opnieuw te laten meevoeren in de stroom. Of door na te denken over wat Patricia de Martelaere schreef over de behoefte om te blijven lijden aan verlies, omdat het anders niet waarachtig zou zijn. Ontroostbaarheid had daarom volgens haar iets narcistisch. En Paul van Tongeren die Aristoteles aanhaalt: ‘Ieder mens streeft naar geluk, maar je moet niet al te veel pech hebben’. Soms is verdriet gewoon te groot. Ik ontdekte ook dat je niet moet doen wat je tegenstaat: geen irrelevante boeken lezen. Geen boeken die je eerder achterop helpen dan vooruit, zoals sommige boeken over verlies en rouw. Niet omdat het geen goede boeken zijn, maar omdat ik er alleen maar verdrietiger van word. En zo kom ik nooit meer in de Jordaan, waar ze woonde.’

Probeer er wat van te maken

‘De begrafenis van Aartje was zo buitengewoon droef. Er werd niets gevierd, alleen maar gerouwd. Je moet de pijn en het verdriet toelaten. En uiteindelijk proberen weer in beweging te komen, aan de slag. Ken je het schilderij van Goya: ‘Hond, vechtend tegen de stroom’ (Pradomuseum, Madrid)? Het hondje probeert tegen het zand op te klauteren, alleen het kopje nog boven. Dat is het enige wat hij kan doen, proberen, proberen en nog eens proberen.

De dood van een geliefde hoort bij het menselijk leven. De opdracht is om in het reine te komen met wat je als mens kan overkomen. Geleidelijk aan zie je, te midden van je pijn, dat er nog wel degelijk mensen zijn die de moeite waard zijn en zaken of gebeurtenissen waar je gelukkig van wordt. Wat ook helpt is dat ik dankbaar ben voor wat en wie Aartje geweest is en dat ik haar leven als voltooid kan zien, ondanks dat ze maar 38 werd. Het gevoel dat er nog zoveel had kunnen of moeten gebeuren in haar leven, kon ik langzaam aan loslaten. Voor sommigen is dat misschien te rationeel, maar bij ieder mens werkt het anders. En Aartje zou zelf gezegd kunnen hebben: ‘Niet je kop laten hangen! Het is al erg genoeg dat ik dood ben, probeer er wat van te maken’.

Ik had het niet gedacht, maar ik kan toch af en toe weer iets van geluk ervaren. Ik ben optimist en ben zo’n romanticus dat ik af en toe iets van eeuwigheid in mijn leven ervaar. En daarmee een vleugje Aartje. Ik wil open blijven voor die ervaring.’

Tom Harkema
Bureau-directeur landelijk bureau Remonstranten

Zie ook