De lucht die ik adem
Foto: Let's go out Bournemouth

De lucht die ik adem

De God van mijn jeugd was zo heilig, dat we Hem geen ‘God’ noemden, maar ‘de HERE God’. Hij was niet alleen almachtig, alomtegenwoordig en eindeloos goed, maar zou ook voor altoos en immer dezelfde blijven. Wilde je een betrouwbaar fundament voor je leven, één dat nooit zou roesten, verzakken of vergaan, was je bij deze HERE God aan het juiste adres.

Wat voelde ik mij gedesillusioneerd en angstig toen mijn eerste godsbeeld op een dag aan gruzelementen viel. Van de voet gestoten door een ander godsbeeld, dat me meer bijbels leek en waar ik me dankbaar, maar ook wat ontredderd aan vastklampte. Na deze eerste ontwrichtende ervaring van een veranderd godsbeeld, volgden er nog vele. Doordat mijn inzichten over het leven bleven veranderen, gewoon, door het leven zelf, veranderden ook mijn inzichten over de bron van het leven, over God.

Niets meer in handen

Waar ik God vroeger zag als liefdevolle Vader van ons eigen kleine clubje ‘ware’ kerkgangers, ging ik God meer en meer zien als de liefhebbende Vader van alles dat bestaat. Daarmee werd niet alleen mijn wereld, maar ook God groter en groter. Het was alsof er een ballon werd opgeblazen.

Ademloos keek ik toe hoe de ballon, die eerst een duidelijke kleur had gehad, steeds groter en groter werd. De kleur rekte mee en vervaagde. Steeds dunner werd het vlies dat de groeiende hoeveelheid lucht omsloot. Tot ik met een klap tot het besef kwam dat ik niets meer in handen had. God was verdwenen.

Het was of mijn ziel schreeuwend van pijn ineen kromp. Als was zij een weduwe die haar geliefde zojuist had verloren. Een immense triestheid overviel mij. Als de bron van het leven was verdwenen, kon het leven geen zin meer hebben. Oneindig lang leek ik daar te liggen, als een opgekrulde foetus, rouwend om alles wat mijn leven betekenis had gegeven. Ik wilde het uitschreeuwen. Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? Maar toen ik lucht in mijn longen zoog, werd ik overweldigd door een sereen gevoel van rust en vrede.

Niet de ballon, maar de lucht

Wat als God niet de ballon was geweest? Wat als Hij de lucht was waarmee de ballon was gevuld? Wat als ik Hem niet meer kon zien, maar wel kon ademen? Wat als Hij door mijn longen stroomde, mijn hart beroerde, mij deed zuchten van ontroering?

De verhalen, de godsbeelden, dat zekere weten… Het waren allemaal pogingen geweest om ‘God’ te vangen. Hoe bizar eigenlijk dat wij, uitdrukkingsvormen van het leven, op schrift probeerden vast te leggen wie of wat de bron van het leven is. Alsof wij dat ooit zouden kunnen! Misschien is leven het enige dat wij hoeven doen. Ademen.

‘Alles wat adem heeft, love de HERE’, zo staat er in de bijbelse psalm 150:6. Vroeger dacht ik dat dit een opdracht was die je maar het best volgens de juiste regels kon uitvoeren. Nu denk ik dat het een constatering is van een feit. Als je ademt, loof je ‘God’. Als je leeft, ben je een uitdrukking van de Levensbron.

Ondanks dat de God van mijn jeugd verdwenen is, voel ik mij nog steeds verbonden met één van zijn namen: IK BEN. Alle verhalen die mij ooit verteld werden en die ik later zelf vond, zijn misschien alleen maar uitdrukkingen van mensen die ook ooit onderweg waren. Richtingaanwijzers.

Misschien draait alles wel om het ervaren en om aanwezigheid. We zijn hier maar zo kort. Vanuit mijn tenen wil ik (de bron van het) leven uitdrukken. Wil ik ZIJN. In verbondenheid met al wat is.

Inge Bosscha
Oprichter van digitaal platform www.dogmavrij.nl, waar verhalen gedeeld worden rondom religieuze opvoeding en het loslaten van aangeleerde, beperkende dogma’s en de gevolgen daarvan.

Zie ook