Pinksteren: feest van be-ziel-ing
Foto: Antonio Calero

Pinksteren: feest van be-ziel-ing

In de afgelopen jaren las ik nogal wat boeken van theologen die uit de kast komen met hun twijfel aan de reformatorische geloofsleer. Deze twijfelaars blijven achter met een leeg universum en een afgepeld godsbeeld dat hoogstens nog als literaire verbeelding gewaardeerd kan worden. Geen God, geen eeuwig leven, geen hiernamaals, en Jezus? Ach dat is een kunstig samenstel van Egyptische mythes, zegt een dominee. Is het nog wel mogelijk om tegelijkertijd een modern mens en een gelovige te zijn? Is alles wat ons rest als een verweesde ziel achter te blijven, in een vacuüm zonder God, zonder waarheid, zonder zin? Ik denk zelf dat het zinvoller is te zoeken naar de God waarin je kunt geloven, dan de dogma’s af te strepen waarin je niet meer gelooft.

Gesloten ruimte

In Handelingen 2 wordt verteld dat de leerlingen van Jezus na zijn dood achter gesloten deuren bij elkaar zitten. Zou het beeld van die gesloten ruimte een metafoor van onze eigen ziel kunnen zijn? Een ruimte in je zelf waar je niet zomaar bij kunt. Als dat zo is dan zitten we op een lastig spoor. Dat zou dan betekenen dat God zich in ons bevindt, deel uitmaakt van ons eigen wezen. Daar zit de rationele reformatorische traditie ons behoorlijk in de weg. God in ons zelf? Daar kunnen wij niet aan tippen, zeggen we dan. God kan alleen buiten onze werkelijkheid gedacht worden. Zo bezien is ook niet vreemd dat protestanten die de dogma’s één voor één afstrepen niets meer overhouden. Buiten is God niet te vinden en de weg naar binnen is onbekend terrein. Augustinus zei het al: ik was buiten, maar U was daar niet.

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

Ziel

Laten we aannemen dat er een ruimte is in ons zelf. Laten we die ruimte ziel noemen. Ik herinner me in dit verband een artikel van Willen Jan Otten. Daarin beschrijft hij hoe hij de criminoloog en schrijver Andreas Burnier interviewde, enkele jaren voor haar dood in 2002. Andreas Burnier was er van overtuigd dat mensen, behalve rationele, ook bezielde wezens zijn en dat de betekenis van het leven is gelegen in de innerlijke groei. En dan schrijft Otten: ‘In ieder mens bevindt zich een bron, een ziel. In die ruimte is een aanwezigheid van iets dat de Geest wordt genoemd, zo men wil zelfs Heilige Geest. De ongrijpbare wind die kan opsteken in zelfs het meest verdorde, afgestompte en verveelde hart.’

Die manifestatie van de Geest kun je via verschillende wegen op het spoor komen. De meest spectaculaire is de inslag, zoals Paulus die meemaakte op weg naar Damascus. Er zijn velen die in hun leven een dergelijke ervaring van eenheid met alles, van het wegvallen van grenzen en van overweldigende vrede hebben meegemaakt. Een andere weg is het houden van het gebod dat Jezus zijn volgelingen leert, het gebod van de liefde. Heb God lief en de naaste als jezelf. In de brieven van Johannes staat het zo mogelijk nog sterker, wie liefheeft, heeft God. In het liefhebben wordt de ziel ontsloten en groeit de ruimte waar God kan wonen. Zo kan je het pinksterverhaal lezen als het ontsluiten van de ziel. De ruimte in jezelf ontdekken en ontvankelijk worden voor een kracht die je als een windhoos overvalt.

Het gemis God

Dit is allemaal mooi gezegd, maar het is ook moeilijk te pakken. De realiteit van ons, moderne mensen, is toch dat we met ons denken God zijn kwijtgeraakt en met de belevingscultuur van nu niets van God gewaarworden. Dat is niet per se negatief. Gods afwezigheid is naar mijn idee ook een wezenlijk element van het pinksterverhaal. De leerlingen blijven na de dood van hun vriend en meester verweesd achter, zo voelen ze dat zelf. Pas na de dood van Jezus kregen zijn vrienden in de gaten wat hij bedoelde als hij zei dat God in en onder ons aanwezig is. Dat besef opende hun ziel. Maar zo voelt het voor ons vaak niet. God is vaker een gemis dan een aanwezigheid. Dorothee Sölle schreef dat ook het missen van God een vorm is van in-eenheid-met-God-leven. De diep gevoelde ervaring van het gemis van God houdt als het ware de lege ruimte in de ziel open. Daardoor blijft de afwezige ervaarbaar in het verlangen. Ook dat is de kracht van de Geest.

Ik zou het Pinksterfeest het feest van de ziel willen noemen. De mogelijkheid een God te vinden en daarin te geloven, in plaats van de leerstellingen weg te strepen die we niet meer kunnen geloven. Pinksteren is de euforie van de ontdekking dat wij zelf de woning zijn waarin God wil wonen. Dat mijn diepste zelf een bezielde ruimte is.

Henk van den Berg
predikant van de remonstranten Lochem-Zutphen en geestelijk verzorger in het SKB Winterswijk

Zie ook