De Geest waait ook buiten de kerkmuren

De Geest waait ook buiten de kerkmuren

Vernieuwingspredikant Sigrid Coenradie las de column ‘Core business’ van Tjaard Barnard in de AdRem van november. Die inspireerde haar tot onderstaande reactie.    

Voor ik predikant werd was ik van 2000 tot 2007 docent levensbeschouwing. De eerste weken tot aan de herfstvakantie waren altijd zwaar. Leerlingen waren dan nog gewoon de docent maar te laten praten. Ze gebruikten de les om voor andere vakken huiswerk te maken. Aan mij de schone taak om hen te interesseren. Hoe dan?

In het team van docenten levensbeschouwing waren er twee tegengestelde opvattingen:

  1. Maak duidelijk dat levensbeschouwing een vak is als alle andere. Doceer en toets kennis. Wat zijn de vijf zuilen van de islam? Wie waren de stamvaders van Israël?

Zorg ervoor dat je in levensbeschouwing eindexamen kunt doen op zo’n manier dat je er bij onvoldoende resultaten op kunt blijven zitten.

  1. Laat zien dat levensbeschouwing anders is dan alle andere vakken. Het gaat niet om kennis, maar om vorming. Levensbeschouwing is een vak voor jezelf. Geef opdrachten als: maak een collage die laat zien waaraan je denkt bij het woordje ‘God’, schrijf zelf een scheppingsverhaal, bedenk hoe jij vorm wilt geven aan een ritueel, bijv. je eindexamendag. Het ideaal was dat de inhoud van het vak aangepast kon worden aan de zinvragen van de leerlingen. Roostertechnisch vergde dat veel aanpassing. Bij vorming hoorde nadrukkelijk ook het opdoen van religieuze ervaringen buiten de lessen: in de aula een kaarsje branden op Allerzielen, een Christoffelviering voorafgaand aan een schoolreis, een kerstviering verzorgen voor verstandelijk beperkte leeftijdsgenoten.

De schoolleiding was zo verstandig om beide zienswijzen niet tegen elkaar uit te spelen. In de derde klassen stond kennisoverdracht centraal. In 4 Havo of 5 VWO/gymnasium werden leerlingen gevormd. De lijfspreuk van de school, ad maiora natus sum (voor het hogere ben ik geboren) was daarbij de leidraad.

Klassiek en modern hebben allebei bestaansrecht

Ik zie veel overeenkomsten tussen de twee zienswijzen op de toekomst van het vak levensbeschouwing en de toekomst van de remonstranten. Een klassieke kerkdienst waarin de predikant de gemeente vanaf de kansel in eenrichtingsverkeer het Woord brengt, met door de week een stevige cursus remonstrantica past bij sommige gemeenten beter dan bij andere. Gemeenten die willen vernieuwen zullen bij de doelgroep die ze willen bereiken starten en vragen hoe ze voor hen relevant kunnen zijn. Ze zullen het als uitdaging zien om interactief of interreligieus te vieren, en om aan te sluiten bij thema’s als ‘hoe voorkom ik een burn out’, hoe ga ik om met gevoelens van vervreemding en zinloosheid en zorg voor het milieu? Als vanzelf kom je dan op ongebaande wegen.

Zelf voel ik me thuis bij de tweede manier van werken; toen als docent en nu als vernieuwingspredikant. Ik mag hopen dat beide manieren bestaansrecht mogen hebben: ouderwets goede erediensten naast het spelen van het dialoogspel Tussen Zon & Maan en diepgaande gesprekken met mensen van buiten kerk en geloof over wat hen bezighoudt.

Wat mij betreft geldt: Remonstranten, klassiek én modern, old and new. De Geest waait ook buiten de kerkmuren.

Sigrid Coenradie
Vernieuwingspredikant Remonstranten Eindhoven

Zie ook