Vliegen in zekerheid

Vliegen in zekerheid

‘Niet ver van Betlehem brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren.’ (Lc 2: 8-11)

Met de geboorte van Jezus begint een nieuw hoofdstuk in het verhaal van God en zijn mensen. Dit nieuwe hoofdstuk gaat over leven zonder angst en begint met vier keer ‘wees niet bang’. Naast de herders horen ook Zacharias, Jozef en Maria van de engel over de geboorte en elke keer begint de engel met ‘wees niet bang’.

Vliegen en vangen
Niet meer bang zijn betekent angsten loslaten. Onze angsten zorgen er vaak voor dat we alles willen beheersen, willen beredeneren en in de hand willen houden. Maar in angst is er geen ruimte voor creativiteit, openheid en groei.

Dit doet me denken aan een verhaal van Henri Nouwen. Nouwen, een Nederlandse priester die hoogleraar werd in de Verenigde Staten, vertelde eens over The Flying Rodleighs, een groep trapezeartiesten. Ineke Ludikhuize schreef al eens over dit verhaal in AdRem (juni 2017), en ik citeer haar dankbaar: ‘Op een dag zit hij [Henri Nouwen] met Rodleigh, de leider van de trapezegroep, in zijn caravan te praten. Rodleigh vertelt dat hij niet de grote  ster is van de trapeze, hoewel hij wel de grootste sprongen maakt en iedereen hem ziet als de ster van de avond. De echte ster is Joe, de vanger. ‘Hij moet me op het exacte moment uit de lucht plukken als ik mijn verre sprong naar hem maak.’ Nouwen vraagt hoe dat vangen in z’n werk gaat. ‘Het geheim is’, zei Rodleigh, ‘dat ik het vangen geheel aan Joe overlaat en zelf niets doe. Als ik na mijn salto’s op Joe afkom, moet ik gewoon mijn armen en handen uitstrekken en wachten tot hij me vangt.’  Nouwen is verbaasd. ‘Jij doet niets?’ ‘Nee’, zegt Rodleigh,’ik doe niets’. ‘Het ergste dat een springer kan doen is proberen de vanger te vangen. Als ik Joe’s polsen zou vastgrijpen, zou ik ze kunnen breken, of hij zou de mijne kunnen breken. Dat zou het einde zijn voor ons beiden. Een springer moet springen en een vanger vangen, en de springer moet met uitgestrekte armen en open handen erop vertrouwen dat zijn vanger er zal zijn.

De woorden die al voor de geboorte van Jezus worden uitgesproken trekken door heel het evangelie heen. Nooit horen we over een angstige Jezus die bezig is om iets te voorkomen of probeert te redden wat er te redden valt. Nooit horen we over een Jezus die wegduikt in het zicht van dreiging en gevaar. Jezus laat elke keer weer ontspanning en vrijheid zien. Jezus vliegt als een trapezeartiest die zeker weet dat er een vanger klaarstaat. En Jezus heeft deze houding niet van een vreemde, want al eerder in het evangelie zien we deze levensinstelling. Na de aankondiging aan Maria heeft Maria slechts één heerlijk praktische vraag: hoe zal dit gebeuren? Als deze vraag voldoende beantwoord is, is het enige wat Maria dan nog zegt: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat U hebt gezegd. Dit is geen slaafs ondergaan van wat er van bovenaf wordt opgelegd. Dit is de toekomst zonder angst tegemoet treden. Dit is vliegen in zekerheid.

Salto’s maken
Het ‘wees niet bang’ uit het kerstverhaal is ook aan ons gericht. Om iets van het mysterie van God die mens wordt in Jezus te kunnen ervaren is een open vizier nodig. Onze angst om onlogische en onbegrijpelijke dingen toe te laten, blokkeert de openheid die nodig is om dit mysterie simpelweg te ervaren.  We willen misschien wel vliegen, maar alleen als we ook zelf de vanger zijn.

In het kerstverhaal zit een los eindje: wat is er toch van de herders geworden, nadat ze teruggingen naar hun veld en hun kudde? De bijbel zwijgt in alle talen. Misschien stierven ze voordat Jezus aan zijn openbare leven begon en hebben ze nooit de belofte waar zien worden? Naar mijn idee maakt dat niets uit. Ik stel me voor dat er voorgoed een zaadje was gepland in het hart van deze herders. Dat het voor de herders voelde zoals Franciscus van Assisi het eeuwen later zou zeggen: ‘een enkele zonnestraal is voldoende om vele schaduwen te verjagen’. Ik denk dat het ons ook zo kan vergaan met het kerstverhaal. We hoeven niet het hele verhaal te begrijpen om iets van het mysterie te kunnen ervaren. Onze vrijheid ligt in het feit dat we geen volleerd trapezeartiesten hoeven te zijn voordat we kunnen ervaren hoe fijn het is om soms een salto te kunnen maken.

Carolien Gutteling-Sieverink
remonstrants proponent, studieadviseur op het Leiden University College Den Haag

Zie ook