Voor elkaar een spiegel zijn. Interview met theatermaker Laura van Dolron
Foto: Allard Willemse

Voor elkaar een spiegel zijn. Interview met theatermaker Laura van Dolron

Mijn taak is dreiging te ontmantelen

‘Ik deel dingen op het podium die ik in het echte leven zou verbergen of verzwijgen, omdat ik de ervaring heb dat ze in het echte leven een muur optrekken – terwijl ze in het theater een brug tussen mij en het publiek slaan. Waar een pijnlijke mededeling buiten deze muren tot ongemak kan leiden, leidt die hier juist tot intimiteit. Als dat lukt dan denk ik aan het einde van een voorstelling: ‘zie je wel, ik ben niet gek’! En: ‘ik ben niet alleen’. Als het echt geslaagd is heeft het publiek hetzelfde gevoel – dan zijn we een spiegel voor elkaar geweest.’ In gesprek met Laura van Dolron (43), gelauwerd theatermaker, over het ontmantelen van angst, door jezelf bloot te geven. Op 14 september speelt zij haar voorstelling ‘Liefhebben’ op de slotbijeenkomst van het jubileum 400  jaar Remonstranten in de Rode Hoed Amsterdam.

Slotbijeenkomst ‘In alles de liefde’

Op 14 september vindt in de Rode Hoed in Amsterdam de slotbijeenkomst plaats van het jubileum ‘400 jaar Remonstranten’. In de middag organiseren wij een inhoudelijk programma. Als hoofdgast van buiten verwelkomen wij Rik Torfs, uit eigen gelederen spreekt onze hoogleraar Christa Anbeek. Kosten €40,- regulier tarief, gereduceerd tarief €25,-.  U kunt zich nu al opgeven. Na een buffet in...  Lees verder

Ik wil mezelf wel laten kennen

‘Ik ben bang dat pijn een muur optrekt, maar dan merk ik: dit kan gewoon! Ik hoop dat het publiek ziet: dit kun je dus gewoon zeggen!  Het is een uitnodiging om het ook in het echt te doen. De performer in mij is me daarin een paar stappen voor, die durft meer. Tijdens een voorstelling merk ik dat er geen muur komt. Waaraan ik dat merk? Dat voel je – van een goeie vrijpartij hoef je achteraf ook geen recensie te krijgen. Laatst moest ik glaasjes water uitdelen aan snikkende mensen. Je merkt het aan de oo-tjes en de aa-tjes. En de lach natuurlijk, dat is een hefboom om daarna dieper te gaan. Mensen vertellen van alles over zichzelf, er ontstaat een stroom van verhalen. En knuffels, mensen die me na afloop even willen vasthouden. Want ja, ‘het meest persoonlijke is uiteindelijk het meest universele’. Je diepste zielenroerselen zijn niet zo exotisch als ze lijken (als je ze onderdrukt). Wanneer je ze eruit laat gaan blijken het paradijsvogels, die iedereen herkent – en (lachend) exotisch zijn.

Als dingen woorden krijgen, worden ze meer helder voor mezelf. Door het te zeggen weet ik wat het is wat ik zeg. Laatst dacht ik, voor ik het podium opging: ik wil me niet laten kennen. Maar eenmaal op het podium, in een hyperstaat, wist ik: ik wil me juist wèl laten kennen! Alsof het gewicht van die mensen in de zaal mij in mezelf duwt, alsof ik door die mensen tot mezelf kom. In de interactie met de ander ontdek ik mijzelf en blijkt ‘mijzelf’ meer één dan ik denk, met de nadruk op ‘denk’. Want in het hoofd zit het niet, wel in het hart – dat is de plek waar de dingen vandaan komen die vanzelfsprekend zijn en niet voortdurend een gespletenheid nodig hebben om te kunnen bestaan. Zoals originaliteit, dat zit in het hoofd: dan moet iets anders het afleggen, dan is het of/of, in plaats van en/en. En ja, het is zeker therapie voor mij. Therapie als intentie om de ander te doorgronden, daar is toch niets mis mee? Veel mensen zou ik het überhaupt aanraden. Maar therapie is als vrijen en afkicken: je moet ermee instemmen, dan werkt het pas.’

Wij beseffen en aanvaarden… dat wij onze rust niet vinden in de zekerheid van wat wij belijden, maar in verwondering over wat ons toevalt en geschonken wordt. 

‘Ik aanvaard het leven door een vertaalslag te maken in een voorstelling. Pijn en verdriet kunnen iets moois en verbindends opleveren – en daarom is het makkelijk om ze te verwelkomen. Er kan in een voorstelling eigenlijk niets misgaan, omdat ik er altijd iets mee kan doen. In eerste instantie voel ik de pijn en ik kan me eruit werken door het vorm te geven. Ja, ik ben een gezegend mens. Hoe denk je dat het in de hemel is? Dit! Die verbinding met mensen is echt heel fijn. Iedereen kan die vertaalslag maken – als die moet. Daarom ben ik fan van AA, Anonieme Alcoholisten. Voor mijn meest recente voorstelling Wat we normaal niet horen heb ik hen opgezocht. Daar zitten mensen op leven en dood te praten, en die doen niet onder voor mij op het toneel, qua taal en aanwezigheid. Hoe mooi taal wordt als mensen moeten praten om in leven te blijven! Dit is wat ik al vijftien jaar met theater probeer te doen, maximale inhoud en betekenis creëren. En als ik moet kiezen tussen een AA-bijeenkomst en een toneelvoorstelling, dan kies ik voor AA. Het is echt. En niet-hiërarchisch. Er is geen hulpverlener, de hulp die nodig is geef je aan elkaar. En ik ontdekte: ik ben een hulpbehoevende, die zichzelf helpt door anderen te helpen.

Laten zien dat ik niet in control ben, dat is mijn manier van blootgeven. Erg bevrijdend, want ik word afgestraft als ik me sterker voordoe dan ik ben. Als ik laat zien waarvan ik denk dat het zwak is, dan blijkt het krachtig. Ik ben één keer te ver gegaan. Mijn geliefde was vreemdgegaan. Ik verwerkte het in een voorstelling, terwijl ik het nog niet verwerkt had. Toen werd het exhibitionistisch, ik was zogenaamd in control. Het was rauw, ruw, onverwerkt. Het eruit gooien is je echt blootgeven. Maar de suggestie wekken dat je er controle over hebt is geen blootgeven. Dat is nep.’

 …dat wij onze bestemming niet vinden in onverschilligheid en hebzucht, maar in wakkerheid en verbondenheid met al wat leeft. 

‘Heb compassie met onverschilligheid en hebzucht. Ze kunnen een station zijn op weg naar een bestemming. Druk niets weg. De Boeddha moest in dat rijke paleis leven om daarna het contrast met het lijden te kunnen zien. Niet in de taboesfeer duwen, maar onderzoeken. Als je met aandacht naar je eigen onverschilligheid kijkt is het al geen onverschilligheid meer. Inderdaad, met jezelf beginnen. Bijvoorbeeld door contact te maken met de Forum voor Democratie-stemmer in jezelf. Mijn eigen vooroordelen onderzoeken kan een brug zijn. Dan kan ik iets gaan begrijpen van wat andere mensen beweegt. Zo heb ik altijd zin om Thierry Baudet te knuffelen, om met hem te vrijen. (Lachend) Daarna gaat hij lang huilen en dan komt alles goed. Ik zie iets verbetens in hem wat ik denk te herkennen. Bij die verbetenheid kun je aansluiten. Yoga kan ook, maar op een yogamatje krijg ik hem niet – en misschien wel in bed. Natuurlijk, ik wil hem redden. En ik weet dat mannen redden een tijdrovende hobby is, die ook niet werkt.

Maar ik heb met Thierry Baudet te doen. Ik denk te begrijpen hoe hij zich voelt – en het is niet fijn om je zo te voelen, afgesneden van iedereen. Dat kan hij alleen maar dragen als hij zich er boven plaatst en zegt: ‘Ik ben zo eenzaam omdat ik er boven sta.’ Ik doe dat ook met de theaterwereld. Dan zeg ik: ‘Ik ben zo eenzaam omdat ik gaver ben dan de rest.’ Maar het is een pleister, geen medicijn. Die eenzaamheid komt door ego, door te denken dat er een plek is die een of andere collega gaat innemen, waardoor we tegenover elkaar komen te staan. Dan ga ik slechte recensies van collega’s lezen, dat heb ik dan nodig op mijn eigen positie te bepalen. Thierry Baudet heeft ook anderen nodig die niet voldoen – om zelf te voldoen, en dat is natuurlijk tragisch. Met zijn zelfvertrouwen zit het niet best. Ik denk dat hij dood alleen is en super onzeker. Ik moet denken aan Gaston uit Belle en het Beest: daarachter zit iemand anders. Hij is een leuker iemand dan wie we te zien krijgen. Er is ergens iets gebeurd. Want als je zo’n vijandsbeeld opbouwt in een land dat in vrede leeft, dan is er iets niet goed gegaan. Als je dan nog verongelijkt bent, dan is je een ramp overkomen.

Als vrouw kun je macht over iemand als Thierry Baudet hebben, zijn ijdelheid is zijn achilleshiel. (Lachend) Ik heb nu een gezin, maar vroeger had ik er werk van gemaakt. Dit soort mensen hebben een plekje tussen hun schouders. Daar zit iets vast en ze gaan huilen als je het aanraakt. Ze hebben geen fijn erotisch bestaan. Voor mannen is seks een manier om in hun lijf en bij zichzelf te komen. Bij vrouwen is het vaak juist andersom. Ik kan vervreemd raken van mezelf door seks. Het plezier van de man is een afrodisiacum, een poort tot genot, en ik kan me daar in verliezen. Andersom ken ik niet veel mannen die daarmee worstelen, met zich in seks verliezen. Tegelijkertijd, ik kan via de man tot mezelf komen – maar ook (lachend) via de yogamat of het meditatiekussen. Ja, je kunt als vrouw plezier beleven aan object zijn.’

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

…dat ons bestaan niet voltooid wordt door wie we zijn en wat we hebben, maar door wat oneindig groter is dan wij kunnen bevatten.

‘Zijn en hebben is onderdeel van het oneindige. In het zijn is het oneindige te vinden, ook in wat we hebben. Een innige relatie met materie kan ook iets moois, iets essentieels hebben, wat meetrilt op de trilling van het oneindige. Het is een tussenstation. Als je het verwerpt, sla je toch een stap over. Ontkennen van materie is hartstikke zonde. De zenboeddhist heeft een relatie met alles: ‘After enlightenment, the laundry.’ Eindig en oneindig is geen hiërarchie of lineair, het is een cirkel. Er is geen einde, het zijn allemaal tussenstations. Uiteindelijk kom je uit bij reïncarnatie, dat alles blijft rond gaan. Alles blijft, maar verandert van vorm. Je kunt niet verdwijnen. Liefde kan niet verdwijnen. Mijn moeder zei vroeger over verkeringen, die aan en uit gingen: “Uit? Dat is niet zo, die verbinding is er.” Echte liefde hoeft niets terug. Zo houd ik nog steeds heel veel van mijn ex, (lachend) al moet hij er niet aan denken!

Liefhebben, dat zijn duizenden kleine gebaren die door situaties worden voortgebracht. Je kunt de werkelijkheid opbreken in kleine dingen, momenten herkennen en dan doen. Ik bedoel dingen als mijn vader, die met de trein van Rotterdam naar Amsterdam reisde om, toen ik ziek was, mij een aspirientje te komen brengen, op een opblaasmatje op de kale vloer sliep en de volgende ochtend weer terug ging. Maar het gebeurt ook niet. Net nog merkte ik te laat dat de trein al stilstond. Ik stapte slaperig uit, terwijl mensen al naar binnen kwamen. “O, dat is een slaperig iemand!” hoorde ik en niemand deed een stap opzij. Er kwam een hele groepsdynamiek op gang, gericht tegen degene die te laat uitstapte. Het kan liefde zijn om dan toch even opzij te stappen en te zeggen, of gewoon te laten merken: “Ik ben ook wel eens slaperig.”

In mijn voorstelling Liefhebben vertel ik over Janusz Korczak, de pedagoog die in het getto van Warschau een weeshuis had. De kinderen worden afgevoerd naar een vernietigingskamp. Hij weigert om hen zonder hem te laten gaan, hij gaat met ze mee. (Volschietend) Wat me zo raakt is de waardigheid, de schoonheid, de zorg waarmee hij alles omgeeft, er een ritueel rond maakt. Hij laat ze vlaggen maken en met z’n allen vertrekken ze, in een grote stoet, richting een gewisse dood. De verdediging van de menselijke waardigheid tegenover absolute gruwel, daar is kunst voor. Net als in La vita è bella. Het speelveld van de gruwel bestaat bij de gratie van de tegenstelling – en als je die opgeeft dan is het spel uit. Ik doe een poging om pijn en verdriet op te heffen, ik wil de angst voor gruwel wegnemen. Nog steeds, als ik dat verhaal van die man en die kinderen vertel kan ik niet verder. Een minuut niets kunnen, is ook iets doen. En ik baal ervan, steeds weer. Maar het is goed dat ik op zo’n moment echt niet meer kan. Mijn taak is dreiging te ontmantelen. Door te zeggen dat ik met Thierry Baudet wil vrijen, hem aan het huilen wil maken. Dan heeft hij minder macht. Want als je vertederd bent, raakt hij uit balans. Zo kun je het angstbeeld ontmantelen.’

 

André Meiresonne
redactie AdRem, gemeentelid Den haag

 

Wie is Laura van Dolron?

Laura van Dolron (1976) studeerde aan de Toneelacademie Maastricht, die ze in 2001 als regisseur voltooide. Sindsdien maakt zij theatervoorstellingen in Nederland en België. Ze creëerde haar eigen genre, stand-up philosophy. Ze staat als zichzelf op het podium en neemt het publiek mee in haar filosofische, lichtvoetige, troostrijke en humoristische gedachtenkronkels. NRC over haar laatste voorstelling Wat we normaal niet horen: ‘Een krachtig pleidooi om elkaar te bevragen, om te luisteren naar de ervaringen van een ander zonder kritiek of tegenwerpingen.’ (4 ballen).

Zie ook