Paneldiscussie ‘Vrijzinnig gelovigen hebben geen helden nodig!’

Paneldiscussie ‘Vrijzinnig gelovigen hebben geen helden nodig!’

Halverwege mei voerde ons panel weer een email-discussie over de stelling ‘Vrijzinnig gelovigen hebben geen helden nodig’. Michel Peters doet verslag van de discussie.

‘Vrijzinnig protestanten zijn gelovigen die relativeren en vanuit die houding zijn geen helden nodig. Voor de identificatie biedt de figuur van Christus genoeg om het niet van helden te hoeven hebben’, doet Nelleke de aftrap. Komt u binnen! Het is maar wat je onder het begrip held verstaat misschien, maar de anderen geven in verschillende toonaarden aan wel zeker inspirerende figuren, voorbeelden of rolmodellen nodig te hebben. ‘Het zijn mensen die mij positief beïnvloeden, die mij aan het denken zetten, die mij moed geven, hulp en troost bieden’, schrijft Ditte. Voor Christian is het ook volledig duidelijk dat wij mensen in deze tijd voorbeelden, helden nodig hebben als inspiratie. ‘Mensen die ons wakker maken, opwekken, die de juiste vragen stellen en het nieuwe en het ware doen in deze idiote wereld.’

Jezus
De stelling is eigenlijk een beetje hoogmoedig geeft Rachel aan: ‘Zoals muziek in een bepaalde sleutel staat, zo staat deze stelling in een bepaald frame. Het frame van de zelfbepalende vrijzinnige die zijn heil niet graag zoekt bij helden en heiligen. Geloof begint immers bij jou, dus kom niet aan met heldenverering. Mijn helden zijn inspirerende voorbeelden. Of inderdaad, zoals Ditte schrijft, rolmodellen. Mensen die ik heb leren kennen en die ik bewonder om hun levensmoed of levenskracht en die in moeilijke situaties er het beste van weten te maken. Voorbeelden dus, geen helden. De figuur van Christus is ook een voorbeeld voor me, zij het natuurlijk van een andere orde. De remonstrantse geloofsbelijdenis noemt hem ‘ons heilig voorbeeld van wijsheid en van moed’. Jezus wordt geen held genoemd, geen heilige, maar een heilig voorbeeld. Mooi vind ik dat.’

Ook Ditte beaamt dat volmondig: ‘Met veel vallen en opstaan probeer ik een volger te zijn van die Jezus van Nazareth, geen eenvoudige opgave, zoals we allemaal wel weten. Grote bewondering heb ik bijvoorbeeld voor Maria en Jozef! Ga er maar aanstaan, in die tijden, 2000 jaar geleden; je verloofde is in verwachting en je hebt nog geen gemeenschap gehad en nu blijf je haar toch bijstaan en je gaat ook nog haar kindje groot brengen als je eigen zoon. Een ander mooi voorbeeld uit de bijbel is voor mij het verhaal van de barmhartige Samaritaan.’

Aan het ego voorbij
Maar waar vinden we die helden dan? We hebben het dan maar niet over de sporthelden, de politieke helden of de BN‘ers die geen bijzondere ethische prestatie leveren. ‘Valse helden die door de massa worden toegejuicht’, noemt Christian hen. ‘Een verschrikkelijk beeld voor alle mensen die het Naziregime nog op hun netvlies hebben.’ Natuurlijk zijn er ethisch goede, dus ware helden, zegt hij, ‘maar in de officiële kringen, hoog in de hiërarchie van politici, economen, kunstenaars en religieuze leiders vinden we die ware helden naar mijn mening niet. Priesters noemen we in mijn land ‘hoogwaardige’ en bisschoppen ‘excellentie’. Waanzin! Nee we moeten de helden vooral ‘onder ons’ zoeken: in NGO’s, in kleine groepen en kleine kerken, werkelijk aan de basis, waar (ook ‘eenvoudige’) mensen leven en voor menselijkheid strijden. Verpleegkundigen die corona bestrijden, artsen en reporters zonder grenzen, mensen die vluchtelingen redden uit de Middellandse Zee. Echte helden zijn mensen die boven hun ego uitgegroeid zijn’. Het past dan natuurlijk helemaal dat Maria voor Christian een lichtend voorbeeld is, vooral in haar Magnificat-gebed (Lukas 1):
‘Hij [God] stort de machtigen van hun troon en verhoogt de eenvoudigen’.

Nederlandse remonstranten kunnen het misschien nooit zeggen van zichzelf, maar onze Duitse remonstrant zegt het wel: Is deze geloofsgemeenschap van de Remonstranten als vrijzinnige kerk (in dit ene opzicht) niet iets heel bijzonders, bijna zoals een held? Denk dan bijvoorbeeld aan de moed om een korte en open beginselverklaring te formuleren, die zo veel ruimte biedt aan de diversiteit van overtuigingen van leden en vrienden. En toen de Remonstranten in 1988 homoseksuele paren in de kerk gingen zegenen, waren jullie toch ook helden te midden van reactionaire en conservatieve kerken en politieke partijen! En hoe zit dat nu? Misschien is de stelling ook wel een provocatie, een verborgen aansporing om ook in deze tijd ongewone dingen te doen. Voor mij als remonstrant betekent tolerantie vandaag de dag: de verdediging van universele mensenrechten door de kerk. Strijd tegen racisme en antisemitisme. Dat is levende tolerantie van een ‘held’ in deze tijd.’

Moedig zijn begint bij jou
Moed, ja daar zeg je zo wat. Hebben we dat nog? Rachel: ‘Mooi, Christian, dat je in de stelling ook een uitnodiging leest, een oproep aan de vrijzinnigen om op te komen voor de verdediging van mensenrechten. Om moedig te zijn en de daad bij het woord te voegen. Om niet te bescheiden te zijn in het publieke debat, maar om stelling te nemen en tolerantie te belichamen. Ook persoonlijk trek ik me deze oproep aan: durf ‘ns wat vaker een held te zijn Adriaanse!’

Ja zeker mogen vrijzinnig gelovigen best een beetje trots zijn, geeft Ditte aan. ‘Breek de regels, zet je in voor de rechten van je medemens! En die bijbelse omkering in de ‘Magnificat’ (He has put down the mighty from their seats and exalted those of low degree) daar heb ik wat mee! En wat Rachel zegt, is helemaal waar, moedig zijn, een held zijn, begint bij jezelf! Moedig zijn begint bij jou. In mijn omgeving, hier in Putney, maar ook in de Nederlandse Kerk in London zie ik steeds mensen opstaan die het totaal vanzelfsprekend vinden om naar hun medemens om te zien, door altijd klaar te staan voor een ander. Al struikelend tracht ik dat soort mensen als mijn voorbeeld te zien, zij zijn mijn helden!’

Nelleke houdt ons tot slot wel met beide benen aan de grond. ‘Beste mensen, ik blijf erbij dat ik moeite heb met het begrip helden. Voorbeeldfiguren in de bijbel en in ons dagelijkse leven nemen een grote plaats in mijn hoofd en mijn hart, maar met het begrip helden ben ik voorzichtig. Hoe vaak blijkt er bij nader inzien niet letterlijk of figuurlijk bloed aan de handen van die heldhaftigen te kleven? Mijn wantrouwen stamt misschien uit mijn jongste jaren als oorlogskind. In de literatuur vind ik zeker voorbeeldfiguren. Heel dierbaar is voor mij de ridder Luifried uit ‘Het loflied’ van Aart van der Leeuw. De jonge ridder wordt door alle rampen getroffen die een mens maar overkomen kan en toch houdt hij zijn belofte, ooit gedaan na de nederlaag in een duel met de aartsengel Michaël, om iedere avond met volle overgave het loflied te zingen. Kijk, daar kan ik iets mee: de held in jezelf koesteren en jezelf aansporen tot dankbaarheid.’

Michel Peters

 

 

Zie ook