De mens en de andere dieren. Interview met Eva Meijer   
Foto: Allard Willemse

De mens en de andere dieren. Interview met Eva Meijer  

‘Denken over, of liever: met dieren, raakt aan eeuwenoude filosofische vragen over taal en politiek. Over samen zijn met anderen dan jij. Wat betekenen begrippen als spreken of rechtvaardigheid eigenlijk in relatie tot een ander dier dan de mens? Wat voor relaties hebben we met dieren? En wat voor relaties willen zij met ons? We weten dat mensen kunnen lijden, sociale relaties hebben, gevoelens voor elkaar. Maar andere dieren hebben dat ook. En toch laten we ze lijden, in de vee-industrie, als proefdieren, terwijl dat niet nodig is.’ In gesprek met Eva Meijer, samen met haar hond Doris. De kijk op mens en dier van een duizendpoot – kunstenaar, schrijver, wetenschapper en activist.

Geld en geweld

‘We leven in een paradoxale tijd. Enerzijds leren we steeds meer over de innerlijke levens van niet-menselijke dieren en hun capaciteiten, anderzijds blijft het diergebruik toenemen. Dat komt deels doordat we als samenleving onze waarden economisch uitdrukken – in de politiek wordt voorspoed bijvoorbeeld vooral als economische voorspoed gezien. Geld gaat boven dierenwelzijn. Daarnaast achten we de mens niet alleen anders, maar ook hoger dan andere dieren. Dat is een ideologie die taai is, en die je terugvindt op allerlei vlakken, bijvoorbeeld in de taal. Jacques Derrida schreef dat alleen al het woord ‘dier’ versus ‘mens’ ervoor zorgt dat we alle dieren in één groep gooien en ons ervan kunnen distantiëren. Dat levert een hiërarchie op. Die hiërarchie staat niet los van het geweld tegen dieren, maar zorgt ervoor dat dat geweld vaak niet eens als geweld wordt herkend. Het doden van dieren, voor voedsel of vermaak, wordt bijvoorbeeld als zo normaal beschouwd dat veel mensen zich niet eens afvragen of we er het recht wel toe hebben. Onderzoek laat zien dat kinderen dieren nog als medewezens herkennen, maar dat verandert wanneer ze in de puberteit komen. Nee, het is niet genoeg om, zoals Paul McCartney zei, onze slachthuizen glazen wanden te geven. We moeten ook praten over de onderliggende waarden die de slacht in stand houden.’

Dieren zijn bijzonder op hun eigen manier

‘Huidig dieronderzoek heeft grote ethische implicaties, die we nog maar mondjesmaat toekennen. We weten van allerlei soorten dat ze meer kunnen en weten dan we dachten. (Lachend) Trouwens, Doris weet dat we naar een interview gaan, ze kent de routine – we gaan aan een tafeltje zitten, ik praat een tijdje met iemand en dan gaan we weer naar huis. En straks samen op de foto, de honden weten inmiddels ook hoe dat gaat en wat ze dan moeten doen, ze gaan dan braaf naast me zitten. Natuurlijk, het is belangrijk om andere dieren niet zomaar menselijke eigenschappen toe te kennen, dat wordt antropomorfisme genoemd. Maar het omgekeerde, ze bepaalde eigenschappen ontzeggen omdat ze geen mens zijn, is net zo goed problematisch, en niet neutraal. Daarmee wil ik dus niet zeggen dat niet-menselijke dieren hetzelfde zijn als mensen, of dat begrippen op dezelfde manier van toepassing op ze zijn. De mens is een bijzondere soort, maar andere soorten zijn weer bijzonder op hun eigen manier.’

Voortschrijdend moreel bewustzijn

‘Zoeken naar betere manieren om met andere dieren samen te leven is niet alleen belangrijk voor die dieren: we moeten onszelf ook opnieuw gaan uitvinden. Veel denkers stellen dat we tegenwoordig in het Antropoceen leven, het geologische tijdperk dat bepaald wordt door menselijk handelen. Die dominantie brengt een verantwoordelijkheid met zich mee. Naar de dieren, de planeet, toekomstige generaties. En vraagt om een andere houding, dat we ons weer meer als deel van een groter geheel gaan begrijpen. Of er sprake is van voortschrijdend moreel bewustzijn zal de toekomst moeten uitwijzen. Ja, samenlevingen zijn anders gaan denken over vrouwen en tot slaaf gemaakten, en sommige mensen denken dat dieren de volgende groep in die lijn zijn. Maar de geschiedenis is grillig en verworvenheden staan nooit vast. In Amerika staan de vrouwenrechten bijvoorbeeld onder druk. Toch is het belangrijk om je daarvoor in te zetten.’

Dieren hebben talen en relaties

‘Dieren hebben eigen taal, waarbij je taal veel breder moet opvatten dan mensentaal. Zo spreken Caribische inktvissen met elkaar door veranderende kleurpatronen op hun huid. Prairiehonden, een soort grondeekhoorns, beschrijven mensen in hun gebied in detail, tot en met de kleur van hun haar en T-shirt. Paarden kunnen met symbolen laten weten of ze een dek op willen. Dolfijnen, vleermuizen en papegaaien geven hun kinderen namen. Kippen geven de mensen met wie ze samenleven trouwens ook namen en spreken al tegen hun kuikens als die nog in het ei zitten. De dieren om ons heen, in de stad en daarbuiten, hebben hun eigen gemeenschappen en relaties. Wanneer je dat eenmaal ziet, verrijkt dat je blik. Dat zou ik iedereen gunnen, het beeld van een grotere, rijkere wereld, voorbij de mens, inclusief de schoonheid ervan.’

André Meiresonne

 

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

 

 

Reflecties over Mens en dier naar aanleiding van onze Belijdenis

Wij beseffen en aanvaarden… dat wij onze rust niet vinden in de zekerheid van wat wij belijden, maar in verwondering over wat ons toevalt en geschonken wordt.

‘Nieuwsgierigheid en verwondering is de basis van alle wetenschap: hoe zit de wereld in elkaar? Daarin en ook daarbuiten is het belangrijk om te blijven leren. Mensen grijpen zich graag vast aan wat ze denken dat zeker is, dat is natuurlijk logisch omdat het leven zoveel onzekerheid meebrengt, maar daardoor loop je het risico de verwondering kwijt te raken. Dat kan leiden tot oogkleppen. De schoonheid en grootsheid van de natuur, of de grotere wereld om ons heen, kan die verwondering terugbrengen. Kunst kan dat ook, kan luikjes open zetten door de wereld net anders te laten zien, het vreemde te benadrukken.’

…dat wij onze bestemming niet vinden in onverschilligheid en hebzucht, maar in wakkerheid en verbondenheid met al wat leeft.

‘Onverschilligheid is misschien wel een groter probleem dan hebzucht, hoewel die twee vaak samengaan. En daarin is onnadenkendheid, zoals Hannah Arendt goed beschrijft, ook een groot probleem. In de supermarkt kun je schappen vol met de lichaamsdelen van dode dieren vinden. Veel mensen accepteren dat, maken er gebruik van, staan er niet bij stil, bedenken niet voor zichzelf of dat wel juist is of niet. Wakkerheid is niet altijd makkelijk – het lijden van anderen zien kan pijnlijk zijn, en dat aankaarten levert strijd op. Maar wanneer je je bewust bent van een probleem, moet je er ook wat aan doen. Verbondenheid biedt de troost en het tegenwicht. Dat is voor mij zowel de directe verbondenheid met degenen om me heen, maar ook met de grotere wereld. Door mijn werk verbind ik me daar ook mee, en dat geeft betekenis aan mijn bestaan.’

…dat ons bestaan niet voltooid wordt door wie we zijn en wat we hebben, maar door wat oneindig groter is dan wij kunnen bevatten.

‘Aristoteles schrijft dat leven zoeken is naar jouw beste manier om jouw leven te leiden. Daar is niet een mal voor. En uiteindelijk heb je het ook niet helemaal in de hand. Dat is ingewikkeld, maar ook het mysterie, soms het absurde, van het leven. Het doel is niet bij een antwoord uitkomen, maar open kunnen blijven en je actief blijven verhouden tot de vragen van het leven – ook al zijn dat vragen waarop je geen antwoord krijgt. Mijn kunstenaarschap is een manier om in harmonie te komen met het onbekende. Niet alleen de met de grote concrete wereld, ook en juist om het mysterie uit te drukken.’

 

 

Wie is Eva Meijer?

Eva Meijer (Hoorn, 1980) is filosoof, kunstenaar en schrijver. Ze debuteerde in 2011 met haar roman Het schuwste dier, in 2013 gevolgd door Dagpauwoog en in 2016 Het vogelhuis. In 2017 verscheen haar essay De soldaat was een dolfijn, gebaseerd op haar proefschrift Political Animal Voices, waarmee ze cum laude promoveerde. In 2019 verschenen zowel haar essay over depressie De grenzen van mijn taal als haar roman Voorwaarts. Ze werkt als postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit van Wageningen en schrijft filosofische columns voor Trouw. Eva woont in Amsterdam met twee honden, Doris en Olli.

Zie ook