Eerbied voor het leven

Eerbied voor het leven

Wat is geloven? Johan Goud schrijft in Adrem een negendelige serie over de vraag wat geloven nu eigenlijk is. In dit nummer deel 6.

Alles is taal, ik heb het nu meermalen vastgesteld, en het is waar. Het helpt tegen de gedachte dat we, als iets aan ons geopenbaard is of heel krachtig door ons ervaren en gevoeld is, niet meer naar woorden hoeven te zoeken. Het helpt ook tegen de illusie dat er definitief ware woorden bestaan. Want de taal omvat zoveel meer dan die ware woorden van ons. Ze opent een oneindig reservoir van andere woorden. Hoe daarin verder te komen? De vraag die ik me stel is immers, wat nu eigenlijk ‘geloven’ is. Dat kan niets anders betekenen, dan dat ik in die oceaan van woorden een richting zoek. Een veelbelovende, mogelijk heilzame richting.

Ik zoek, anders gezegd, naar een geraaktheid achter en onder alle woorden, één waarop ik vertrouwen kan en die me helpt om mijn richting te bepalen. Ik ben wat dit betreft al een eind op weg. Die geraaktheid vraagt van me mijn eigen stem te vinden, is uiterst gevoelig voor het leven en lijden van anderen, en bovenal: ervaart het leven als een geschenk. Dat laatste is essentieel. De geloofstraditie sprak hier van ‘schepping’ en het geloof daarin. Het geschenk kreeg daarmee een afzender: de Schepper. Hij had de mens als een kroon bovenop het geschapene geplaatst en met ‘een haast goddelijke staat’ begiftigd (Psalm 8). In de lijn daarvan is de goedheid van de schepping haast altijd uitgelegd in de zin van: goed voor homo sapiens, ruimte en uitzicht biedend aan zijn of haar bestaan.

Systeem
Er zijn veel goede redenen om dit antropocentrisme en deze behoefte aan kosmische zelfbevestiging achter ons te laten. Gemakkelijk is dat niet. Dat blijkt wel uit de psalmen die de dichter en bioloog Leo Vroman schreef. De Schepper is bij hem – en dat past bij een wetenschappelijke blik – een Systeem geworden, dat alles omvat en doordringt. Misschien heeft het een doel, maar welk, is moeilijk te zeggen – en evenmin of ‘t het geluk van de mens dient.

Systeem, systeem, waar is mijn plaats?
Planeten wachten buitengaats,
geen Mars legt aan, geen Venus daalt.
Word ik verwacht of afgehaald?

Het is onontkoombaar. Dit besef moet deel uitmaken van de geraaktheid achter en onder alle woorden die ik zoek. Het bijna pijnlijke besef van te leven op een toevallige plek in het Systeem. Het besef ook dat ons bestaan verstrengeld is met dat van andere levensvormen, even weerloos en even aangewezen op anderen als zij dat zijn.

Mens, dier en God
Voor Hans Alma maakt deze verstrengeling de kern uit van wat zij haar ‘ecologische humanisme’ noemt (Het verlangen naar zin, 2020). En toevallig of niet, kom ik ditzelfde inzicht tegen bij andere vrouwelijke filosofen en theologen. Vaak combineren ze dat met kritiek op gangbare manieren van denken en geloven, in het bijzonder de gedachte dat de mens centraal staat en het hem omringende leven ongeremd ten behoeve van zichzelf mag exploiteren. De filosofe Gaila Pander (Een zuivere toon. De beeldtaal van Nietzsches Also sprach Zarathustra, 2020) laat in haar fascinerende uitleg van Nietzsches hoofdwerk zien, hoe Zarathustra’s typisch mannelijke ‘wil tot macht’ tegen onvermijdelijke grenzen aanloopt. Zarathustra kan niet doordringen tot de eenheid van mens, dier en God en zich ‘meer dan een held’ (een Überheld) betonen. De nieuwe visie op het levensmysterie die hij zoekt kan daardoor geen vorm krijgen. De theologe Trees van Montfoort (Groene theologie, 2019) kiest – in de lijn van o.a. Catherine Keller – de verwevenheid van mensen met planten en dieren tot uitgangspunt. Die inspiratie brengt haar tot een nieuwe kijk op oude teksten. Zoals de observatie dat het goddelijke Woord volgens Johannes’ eerste hoofdstuk niet mens is geworden, maar ‘vlees’, in nauwe verbondenheid met al het andere dat leeft, schepsel onder de schepselen.

Eerbied voor het leven
In een autobiografisch verband beschrijft de vrijzinnige theoloog en zendingsarts Albert Schweitzer hoe hem, in september 1915, een nieuw idee te binnen viel. Hij was, varend over een Afrikaanse rivier en onderweg naar een patiënt, ingespannen op zoek naar een nieuw uitgangspunt voor zijn denken. Het lukte hem niet. Plotseling zag hij aan de overkant vier nijlpaarden met hun jongen lopen in dezelfde richting als zijn boot. ‘Toen viel mij plotseling de uitdrukking ‘eerbied voor het leven’ te binnen, die ik voor zover ik weet nooit eerder gehoord of gelezen had. Het werd me duidelijk hoe onvolledig een ethiek is die alleen met onze relatie tot andere mensen bezig is.’

Het inzicht in de verstrengeling van al wat leeft en de eerbied voor het leven – ze horen bij de geraaktheid achter en onder de woorden die ik zoek en die me beweegt. ‘Wees gegroet in die naam van die Aarde’, zo luiden de begroetingswoorden van de priester in Antjie Krogs mis voor het universum, ‘die liefde van die Son en die gemeenskap van die Heilige Suurstof. Amen.’

Als leessuggesties twee dichtbundels:
Antjie Krog, Broze aarde. Een mis voor het universum, 2020.

Martin Reints, Wildcamera. Gedichten en beschouwingen, 2017.


Johan Goud
emeritus – remonstrants predikant

 

 

Zie ook