Het Gezicht  van Pieter Jöbsis

Het Gezicht van Pieter Jöbsis

Pieter Jöbsis (1953) uit Den Haag is portefeuillehouder Personeel, Gemeenten en Innovatie in de CoZa. Hij vertelt aan Michel Peters over zijn  levensloop en zijn geloof. Kennismaking met een man die God in zijn abstractie beleeft en iedere vorm om dat nader in te vullen wegredeneert. En het voortbestaan van de Remonstranten aan het hart gaat.

Levensloop
‘Ik ben opgegroeid in Hengelo in een gezin met remonstrantse ouders. Daar ging ik dus naar zondagsschool, volgde catechisatie, deed mee aan kerstspellen en speelde dwarsfluit in de diensten. Mijn vader was bestuurlijk actief in de kerk. Hij was in Delft als ingenieur opgeleid en werkte in de elektrotechnische industrie. Mijn moeder heeft een studie medicijnen wegens ziekte niet kunnen afmaken en zorgde na haar trouwen voor de kinderen. Ik ging naar het gymnasium, zwoegde op de klassieke talen, want was toch een echte bèta. Ik studeerde econometrie in Groningen en haalde ook mijn bullen in algemene economie en bedrijfseconomie.  In Groningen zat ik een jaar in de senaat van studentenvereniging Vindicat en speelde daar hockey. Mijn vrouw Dorien heb ik in die tijd op een hockeytoernooi ontmoet.

Een stage in de VS beviel me zo dat ik werk met een internationaal perspectief ben gaan zoeken. Bij Shell als financieel manager heb ik dat gevonden. Eerst Curaçao (v.a. 1980), toen Thailand (eind 1983), de NAM in Assen (najaar 1986), Rotterdam (1990) en Den Haag (1996). In Rotterdam werkte ik bij de chemiepoot en later bij de verkoopmaatschappij toen Air Miles werd opgezet. Op diverse locaties in het buitenland zijn onze drie kinderen geboren. In 1996 maakte ik een overstap naar Reed Elsevier waar ik financiële man werd van de wetenschappelijke divisie en in 2001 ging ik naar Nuon waar ik allerlei duurzame projecten heb opgelapt en voor Nuon verkocht. In 2008 heb ik daar afscheid genomen en daarna nog een aantal interim-klussen van twee jaar verricht’.

Geloof
‘In mijn studententijd deed ik niks aan religie alhoewel de belangstelling in gesprekken altijd is gebleven. Toen wij in Den Haag kwamen wonen, zag ik een aankondiging van een cursus remonstrantica bij de Remonstranten. Die ben ik gaan volgen, werd uitgenodigd voor een kring en ben later ook penningmeester geworden. Bij de Remonstranten vind ik de vrijheid van denken heel belangrijk, terwijl je bij andere kerken vaak door een hoepeltje moet springen om mee te mogen doen. Niet beperken, niet uitsluiten, over grenzen heen denken en ook andere waarden tot je nemen. Daar wil ik me voor inzetten. Mystiek is aan mij niet besteed, geloof inspireert me meer in maatschappelijke zin. God is voor mij geen grote regisseur, maar een heel abstract begrip eigenlijk. Zoals bij het tekenen in perspectief er sprake is van een verdwijnpunt. Dat punt bestaat niet, is op de tekening niet te zien, maar brengt verband in het geheel. Zoiets gebeurt er in (kerk)gemeenschappen, daar ben ik door gefascineerd. We kunnen allemaal een heel andere beeld van het geloof hebben, maar toch telt het op, willen we bij elkaar zijn en blijven.  We delen normen en waarden en ervaringen en vormen daardoor een gemeenschap. Wat we met elkaar delen is voor mij God’.

Mannen en vrouwen
‘In de CoZa voeren we niet een onderscheiden beleid voor mannen en vrouwen. Ik weet dat er meer vrouwen dan mannen bij de Remonstranten werken en dat mannen grotere banen hebben, maar dat zegt me niet zoveel. In vergelijking met de hele arbeidsmarkt in Nederland doen we het zo slecht nog niet en bovendien zijn er naar mijn mening op het moment grotere uitdagingen die we moeten tacklen’.

 

Michel Peters

 

 

Zie ook