Geloven met twee voeten op de grond
Foto; Albert Klok

Geloven met twee voeten op de grond

Hij was pastoraal werker bij (vrijzinnige) hervormde gemeenten, maar vooral bij de Remonstranten. Later werd Albert Klok remonstrants predikant. Nu heeft hij afscheid genomen in Hoogeveen/Meppel om vervroegd met pensioen te gaan. Zijn huis bevindt zich op het Groningse platteland aan een eindeloze straat langs het Kielsterdiep.

Aards geloven

Het is een plek waar hij niet meer weg wil, al is het ver reizen naar activiteiten en voorzieningen. Zijn vrouw, Barbara, liet alles achter toen ze in 1988 met hem trouwde. Hier voelde ze zich thuis. Dat was belangrijk voor iemand die – toen nog – maar af en toe haar familie in de DDR kon zien. Barbara overleed op 23 mei van dit jaar. Nu zij er niet meer is, is dit huis meer dan ooit zijn plek.

‘Geloven met twee voeten op de grond’, zegt Albert als ik hem vraag wat hij heeft willen bijdragen aan de Remonstranten. ‘Niet zweverig, niet hoogdravend, maar herkenbaar en begrijpelijk’, zo heeft hij het geloof steeds willen verwoorden. Daarom ook vond hij Klaas Hendrikse (‘Geloven in een God die niet bestaat’) zo goed. ‘Zijn aanpak vond ik soms te rigide, maar het basisidee sprak me aan. Daarom heb ik er een studieverlof aan gewijd, met als centrale vraag of/hoe je kerkdiensten kunt houden zonder een ‘bestaande’ God.’

Pastoraat voorop

‘In mijn werk stond altijd de pastorale insteek voorop. Voor mij is dat het belangrijkste geweest in het werk. Het is uiteindelijk óók de reden dat ik gestopt ben. Ik merkte dat ik niet meer voldoende tijd en aandacht daarvoor kon opbrengen; de energie raakte op. Niet dat mijn gemeente klaagde. Maar als je jezelf tekort vindt schieten, moet je ermee stoppen. Ik kon vervroegd met pensioen, dus dat heb ik gedaan.’

Kever

‘De laatste tijd heb ik vaker de mystieke lijn gevolgd: het goddelijke ervaren in gewone dingen’. Gevraagd naar een voorbeeld noemt hij een kever. ‘Als ik zo’n beestje tegenkom op mijn wandelingen kan ik me verwonderen, dat het volle leven in zo’n klein schepseltje zit. En die verwondering helpt mij. Ik ben ook meer de poëtische kant van (geloofs)taal gaan benadrukken.’ Er verschenen poëziebundels van zijn hand. ‘Niet dat ik alle ervaringen omzet in gedichten, maar zo af en toe schrijf ik een gedicht.’ Eén gedicht werd dit jaar opgenomen in de bundel ‘Het vrije lied’.

Fotografie is een hobby en deze beeldtaal leidde bijvoorbeeld tot enkele religieus geladen exposities. Niet dat hij met zo’n thema in het hoofd aan het fotograferen slaat. ‘Dat is niet mijn werkwijze. Ik zie soms achteraf een lijn in een serie foto’s. Zo kwam o.a. de tentoonstelling ‘Beelden van G?d’ tot stand. De foto’s zijn heel verschillen (mensen, dieren, landschappen, abstract), achteraf kijkend zag ik de lijn.’

Niet invullen

‘Als ik oude preken teruglees, vind ik mijn vroegere zelf soms iets te stellig. Ik zou nu veel minder invullen. Laat de mensen dat vooral zelf doen. Ik zet daarom ook zo min mogelijk uitleg bij foto’s als ik ze exposeer’

‘De discussies over de richting van de Remonstranten en van het Seminarium staan mij tegen; het gaat er vaak nogal onverdraagzaam aan toe. Dat verbaast mij, want tolerantie is toch verankerd in de beginselverklaring.’

Emotie en traditie

‘Ik heb geleerd dat je het nooit iedereen naar de zin kunt maken. Ik vind het ook niet erg als iemand zegt: ‘Ik vond er vandaag niks aan’. Als dat met respect voor mijn poging wordt gezegd: prima. Moeilijker wordt het als mensen vinden dat je zou moeten aansluiten bij emoties van vroeger en het liefste iets heel traditioneels horen. Ik heb dat wel met kerstdiensten gehad. Dan was het ‘kerstgevoel’ niet overgekomen. Maar emoties die je als kind had krijg je niet meer terug. Dus ja, zelfs Kerst en tradities veranderen’

En nu?

‘Voorlopig doe ik ‘niets’. In mijn laatste gemeenten wil ik zeker mijn opvolger niet voor de voeten lopen. Bovendien, ik moet, na het overlijden van Barbara, mijn leven eerst weer op de rit zien te krijgen. Langzamerhand ga ik weer fotograferen. En ik verhuur twee huisjes, dus ben ik niet alleen pensionado, maar ook nog ondernemer.’

‘Experimenteren met liturgische vormen, in de eigen gemeenten, maar ook bij kanselruil in andere kerken, gespreksgroepen, een meditatiegroep, rouwbegeleiding en mensen helpen om een uitvaart naar eigen ideeën vorm te geven…. Ik heb prachtige dingen kunnen doen en ik ben dankbaar voor de ruimte die ik daarvoor heb gekregen. Omgekeerd hoop ik dat ik mensen af en toe aan het denken heb gezet over de vraag ‘waarom we geloven wat we geloven’ en ‘waarom we doen zoals we doen’.’

Ineke Ludikhuize
redactie AdRem, gemeentelid van de Geertekerk in Utrecht

Zie ook