Een kelder als een huis

Een kelder als een huis

Met Lodewieke Groeneveld heb ik afgesproken in de kelder van Vrijburg, een samenwerkingsgemeente van Remonstranten en VVP. Amsterdam is een van de gemeenten, die geen officiële vernieuwingsplek zijn, maar wel met vernieuwing aan de slag zijn gegaan. Lodewieke (1985) is opgeleid tot (PKN) predikant en bezig met een proefschrift in de ethiek. Ze is verbonden aan de VU en aan de universiteit van Montpellier. Ze was al lid van Vrijburg voor ze voor vijf jaar vertrok naar het buitenland en is, nu ze net weer terug is, benoemd tot jongerenwerker. De kelder van Vrijburg is het domein van de jongeren en daarmee haar werkterrein.

Oud

Die kelder is overigens niet nieuw. Daar is al veertig jaar het jongerenwerk van Vrijburg gevestigd. De kelder is wel opgeknapt en vernieuwd. De jongeren (tussen de 20 en 25 jaar) hebben een sleutel, houden de kelder zelf schoon, kunnen er studeren, koken, eten, feest vieren, praten of buiten in de (moes)tuin werken.  ‘Sinds kort luidt de afspraak dat er binnen niet wordt gerookt.  Het is misschien wennen voor de mensen dat er ineens rokende jongeren buiten staan. Maar zo zien ze ook wat daglicht’, aldus Lodewieke

Vrijheid

De basis voor haar werk bestaat uit de balans tussen drie woorden: verantwoordelijkheid, vrijheid en vertrouwen. ‘Je moet vertrouwen hebben in wat jongeren willen en doen. Geef ze vrijheid en zeggenschap. En ja, ze gaan vast een keer over grenzen. Dat hoort bij de leeftijd’, zegt een toevallig langslopende jongere, een student psychologie.

Lodewieke is het daarmee eens. ‘Er is veel onderling wantrouwen in de wereld. Daarom is het volgens haar goed dat de kerk een plek is van vertrouwen en tegenwicht biedt aan tendensen die mensen uit elkaar spelen.’

Catechisatie

‘Een nieuwe activiteit? We kwamen er achter dat de jongeren mij niet begrijpen als ik over Vrijburg praat. Toen heb ik voorgesteld een introductie (vrijzinnig) christendom te geven. Uit dankbaarheid jegens deze kerk voor hun ruimte, maar ook vanwege de communicatie met de kerk leek het ze een goed plan. Ik ga dus een soort catechisatie geven. De ouders van deze jongeren hebben geen band met de kerk. Ze komen hier via via en weten niets over hoe in de traditie van deze kerk wordt omgegaan met een woord als ‘waarheid’. Ik wil ook graag dat de kloof tussen ‘boven’ (de kerkelijke gemeente) en ‘beneden’ (de jongeren in de kelder) wat geslecht wordt. Het gesprek tussen generaties, het samen werken in de tuin kan inspirerend zijn. Jongeren zijn trouwens ook nieuwsgierig naar ‘boven’. Maar het blijft essentieel dat ze hun eigen plek hebben. Er is in Amsterdam weinig ruimte. Velen wonen noodgedwongen thuis. Dan is het goed dat deze kelder voelt als hun huis.’

Ineke Ludikhuize

Zie ook