Onze kunst wil je raken
Foto: Allard Willemse

Onze kunst wil je raken

Interview met Marieke van Schijndel, directeur van het Catharijneconvent.

Kunst genieten vergt stilstaan en een pas op de plaats. Kim Magnee-de Berg spreekt met Marieke van Schijndel over de manier waarop haar museum die beleving faciliteert.

‘Die lege ruimte boven het portret, dat maakt het interessant. Het zorgt dat het kunstwerk kwaliteit en kracht krijgt, veel meer dan wanneer het allemaal opgevuld zou zijn.’ We staan voor het schilderij dat Jacob Adrieanszn Backer maakte van Johannes Uytenbogaert, een bruikleen van de remonstrantse gemeente Amsterdam. De predikant kijkt ons over de eeuwen heen aan en trekt de museumbezoeker zo voor even zijn wereld in. Het is precies wat Marieke van Schijndel, directeur van museum Catharijneconvent, hoopt te bewerkstelligen: dat museumgangers zich kunnen verbinden met de aanwezige kunstwerken, erdoor geraakt worden, maar zeker ook erdoor aan het denken worden gezet. Zoals door dit zeventiende-eeuwse werk: zou het kunnen dat de compositie van dit doek de ruimte symboliseert die zo tekenend is voor ons kerkgenootschap? En zelfs als het alleen onze interpretatie is, dan geeft juist die interpretatie voor de kijker een extra laag aan het kunstwerk. Datzelfde geldt voor de historische sensatie die Van Schijndel voelt bij de wetenschap dat deze Johannes Uytenbogaert eeuwen geleden door dezelfde gangen heeft gelopen die zij dagelijks betreedt en waar nu zijn portret hangt.

Kunst tapt uit verschillende vaatjes

Wat doet kunst met ons? Op welke manier raken juist ook religieuze kunstwerken ons? Hoe brengen ze inkeer en bezinning tot stand? Het zijn vragen die hier, in het nationaal museum voor christelijke kunst en cultuur, in het bijzonder op hun plek zijn. En Marieke van Schijndel denkt er graag over na:

‘Voor mij heeft kunst heel erg te maken met inspiratie en geraakt worden. En dat kan op heel veel verschillende manieren, kunst tapt als het ware uit verschillende vaatjes. Soms is het simpelweg de esthetiek die me raakt, soms is het de achtergrond van een kunstenaar of een kunstwerk dat zorgt dat er iets met me gebeurt en in weer andere situaties is het de historie die iets in me losmaakt.’

Die historie is volop aanwezig in het museum, in het gebouw, maar vooral ook in de collectie. Wie rondloopt tussen de middeleeuwse schilderijen en beelden moet haast wel verwonderd en ontroerd raken door de directheid en echte vroomheid. ‘Dat is ook het kenmerk van kunst uit die tijd. De beelden bijvoorbeeld zijn echt bedoeld om contact tot stand te brengen tussen het kunstwerk en de beschouwer. Zo wordt het lijden van Christus vaak heel dichtbij gebracht, door de menselijke manier waarop dat verbeeld wordt. En dat werkt nog steeds. Het doel van toen wordt ook nu nog bereikt. We zien hoe mensen geraakt worden hier, hoe bezoekers werkelijk betrokken worden in het verhaal dat de kunstenaar wil vertellen. Dat je als museum dat gevoel kunt oproepen door de wijze van presenteren, dat zie ik wel echt als een opdracht. Een opdracht om blij van te worden ook.’

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

Man van Smarten

Om te illustreren wat ze bedoelt, neemt Marieke me mee naar De Man van Smarten, een paneel dat wordt toegeschreven aan de schilder Geertjen tot Sint Jans. We staan even stil voor het kleine (25 bij 24 cm) en intieme schilderij. Het is zo opgehangen dat je op ooghoogte staat met die man van smarten, de lage zoldering versterkt het gevoel van intimiteit. Je ziet de tranen, het bloed, de wonden. De blik vooral ook van Christus. ‘Dichter bij het lijden kan je bijna niet komen. En daar is dit werk ook voor gemaakt: om gelovigen te verbinden bij dit essentiële gedeelte uit het leven van Jezus. Maar ook niet-gelovige toeschouwers worden aangesproken. Dit schilderij is zo krachtig dat het ons sowieso aan het denken zet over onze verhouding tot het lijden in deze wereld. Zo overstijgt goede kunst ook de context waarin en waarvoor het gemaakt is.’

Slow art

Maar natuurlijk werkt dat alleen wanneer je de tijd neemt om echt te kijken en de kunstwerken tot jou te laten spreken. Ook daar ziet Van Schijndel een taak voor het museum. Zo organiseert het Catharijneconvent zogenaamde slow-art rondleidingen. Dat zijn rondleidingen met een museumdocent die met de groep maar naar één kunstwerk toegaat, om een uur lang alleen daarnaar te kijken en er over te vertellen. ‘Dat is een fantastische ervaring, het brengt echt verdieping. En ook op andere manieren moedigen we het ‘langzame kijken’ aan. Zo is in de laatste zaal van de Maria Magdalena-tentoonstelling maar één schilderij te zien, een negentiende-eeuws werk van Alfred Stevens. Voor zijn interpretatie van Maria Magdalena stond de destijds beroemde Franse actrice Sarah Bernhardt model. Als je deze zaal, of misschien beter gezegd reflectieruimte, binnenkomt, kun je op een bankje tegenover het schilderij gaan zitten. Je zit dan één op één te kijken, een moment waarop je echt een connectie kunt maken met dat kunstwerk. Dat doet iets met je.’

Aardig is ook om te horen dat de tentoonstellingen niet alleen op het moment zelf en binnen de museummuren iets teweegbrengen, maar soms ook verder reiken. Zo had diezelfde Maria Magdalena – tentoonstelling op twee manieren een interessante spin-off. ‘Allereerst was er een fantastische avond in Tivoli waarin vrouwen van verschillende leeftijden door de thematiek van de expositie in gesprek gingen over feminisme, beeldvorming en seksisme. Maar nog leuker is misschien wel hoe de verhalen en beelden van deze tentoonstelling de makers van The Passion aan het denken hebben gezet. Tot nu toe was de enige vrouwenrol in dat event die van Maria, de moeder van Jezus. Verder waren het allemaal mannen. Blijkbaar deed Maria Magdalena er voor de makers niet toe. Maar nu hebben ze, mede door de aandacht die het museum heeft gevestigd op Maria Magdalena, besloten om dat te veranderen. De eerstkomende keer dat The Passion wordt uitgevoerd, zal ook zij zichtbaar zijn in het verhaal. Dat je als museum zo’n groot publieksevenement kunt beïnvloeden maakt best wel trots.’

Mensen in beweging zetten

We komen te spreken over de activerende kant van kunst. Want die is er natuurlijk ook, naast het aspect van waardering en bezinning. Ik vraag aan Marieke in hoeverre ook dat belangrijk is voor haar en voor het Catharijneconvent. ‘Als de tentoongestelde werken zich daartoe lenen proberen we zeker ook iets bij mensen in beweging te zetten. Een heel duidelijk voorbeeld daarvan is wat we een aantal jaar terug deden bij de expositie over naastenliefde. We hebben toen intensief samengewerkt met een aantal maatschappelijke organisaties. En in dat kader hebben we toen gewerkt met ‘levende objecten’, living human documents: mensen die op zaal vertelden over het geven en ontvangen van naastenliefde. Dat waren zulke inspirerende verhalen!  Achteraf hoorden we van iemand die zich daardoor is gaan inzetten voor dak- en thuislozen. Het gesprek in het museum met een voormalig dakloze die vertelde dat hij eigenlijk alleen met kerst echt aandacht van mensen kreeg, had haar zo geraakt dat ze juist voor die mensen vrijwilligerswerk is gaan doen.’

Het museum als plek waar ook maatschappelijke thema’s een plek krijgen en waar eeuwenoude schilderijen ons aan het denken zetten over beeldvorming, verbinding en zinvolle vervreemding. Bijvoorbeeld het werk dat bekend staat als de Lentulus-brief.

Het verhaal gaat dat de auteur van deze brief (die rond 1100 werd ontdekt) iemand was die Jezus zelf ontmoet zou hebben, in de brief wordt het uiterlijk van Jezus beschreven. De anonieme kunstenaar van dit schilderij heeft aan de hand van de tekst een portret gemaakt. We zien een man met een West-Europees uiterlijk, halflang bruin haar, bruine ogen. Wat wij in ons deel van de wereld een klassieke Jezusfiguur zijn gaan noemen. Marieke van Schijndel: ‘Deze woorden en beelden hebben ons denken over Jezus enorm beïnvloed, terwijl het historisch ongetwijfeld niet juist is. Maar is dat erg? Het maakte namelijk ook dat wij ons makkelijk met Jezus konden identificeren. En dat was precies de bedoeling van de schilders. En tegelijk is het juist daarom ook zo belangrijk dat er nog andere verbeeldingen zijn. Ik heb dat heel sterk ervaren toen ik een aantal jaar terug in het bisschoppelijk paleis in Paramaribo was. Daar hangt een magistraal schilderij van het Laatste Avondmaal, waar alle aanwezigen (inclusief Jezus) het uiterlijk hebben van de inheemse bewoners van Suriname. Zo logisch in die context en zo mooi! Dat is het aardige en het belangrijke van kunst uit verschillende tradities. En daarom werken we als Catharijneconvent bijvoorbeeld ook samen met de migrantenkerken. Om de religieuze rijkdom te laten zien en te zorgen dat verschillende mensen zich zowel kunnen verbinden met onze kunst als zich erdoor laten verrassen of aan het denken zetten. En ik denk dat dat goed lukt.

Woord dominant?

Marieke van Schijndel is een bevlogen en inspirerende directeur die in haar museum als een vis in het water is. Als ik haar tot slot vraag of ze zich een religie voor kan stellen waarin geen plaats is voor het beeld en waarin het woord volledig dominant zou zijn, is haar antwoord dan ook duidelijk. Lachend zegt ze: ‘Nee, daar ben ik echt te katholiek voor en te visueel ingesteld. Precies waarom ik opera fantastisch vind, omdat daar ook het visuele wordt aangesproken en ik muziek zonder dat er iets te zien valt moeilijker kan waarderen. Ik heb verbeelding nodig om geraakt te kunnen worden. Dat maakt dat dit voor mij ook zo’n fantastische baan is: elke ochtend stap ik die wereld van de verbeelding binnen en mag ik daarvan delen.’

Kim Magnée – de Berg
Predikant bij De Federatie in Gouda, een samenwerkingsgemeente van Doopsgezinden, Remonstranten en de VVP.

Zie ook