Kerstkind in huis?
Collage: Marjorie Specht

Kerstkind in huis?

Mijn zoon en schoondochter komen thuis na drie jaar New York. Vanwege corona hebben we elkaar een jaar uitsluitend digitaal gezien en gesproken. Zij hebben acht maanden thuis gezeten. Er kwam geen bezoek. Ze gingen sporadisch de deur uit. Nederland gingen ze steeds meer zien als het Sodom en Gomorra van de pandemie. Hoezo wilden wij niet aan de mondkapjes, hoezo gingen wij naar de kroeg en op vakantie? Wilden we soms een tweede golf? En toen die inderdaad kwam: zie je nou wel! In Nederland komen ze in een andere wereld. Ja, de maatregelen werden hier weer strenger. Ja, we gingen eindelijk mondkapjes dragen. Maar de ongekend lange isolatie waarin zij hebben verkeerd, kennen wij hier niet. Wij konden hier na een tijdje dingen doen waar zij van droomden: naar de film, de boekhandel, het museum en de kroeg. ‘Als wij straks in Nederland wonen, moet je niet denken dat je zonder mondkapje bij ons binnenkomt’, waarschuwde mijn zoon al weken voor aankomst. ‘De handgel staat bij de deur en we houden afstand.’ Dat is even slikken, maar hé, ik begrijp echt wel dat ze heel anders corona-wijs zijn geworden dan wij. Bovendien, mijn schoondochter is zwanger, dus ze zijn extra voorzichtig en elk soort niet digitaal contact is al meegenomen.

In de familie hebben we ‘rekkelijken’ en ‘preciezen’ als het om corona gaat. Er zijn er die dogmatisch hun rekkelijkheid verdedigen, er zijn er die vrijzinnig precies zijn en nog wat varianten. Maar de dogmatische preciezen, nee, die hadden we nog niet. Tot nu. Dat geeft gedoe. Hoera, ze zijn al ruim voor de kerst thuis, maar hoe gaan we dat vieren? Daar kun je lang over discussiëren en ruzie maken. Stiekem hoop ik dat ze een kerstkind krijgen. Dan lopen alle plannen in de soep. En boven een wieg gaat niemand moeilijk doen. Toch?

Ineke Ludikhuize

Zie ook