Was Jezus een feminist?
Foto: Allard Willemse

Was Jezus een feminist?

Mariecke van den Berg, bijzonder hoogleraar ‘Feminisme en christendom’, denkt kritisch na over seksisme in onze eigen christelijke traditie en vraagt zich af hoe Jezus eigenlijk omging met vrouwen.

In het Carrédebat van 2017 beweerde voormalig CDA-leider Sybrand van Haersma Buma dat onze Nederlandse joods-christelijke wortels voor ‘duizenden jaren gelijkheid tussen man en vrouw’ hebben gezorgd. Het was een sterk staaltje bluf, dat ondertussen wel een breder gedeeld sentiment verwoordt. Tegen die achtergrond voelde het verschijnen van het rapport Seksisme in de kerk van Aliene Boele (zie elders in dit blad) bijna als een opluchting. We hebben nu een rapport in handen dat met cijfers staaft wat we als christenen eigenlijk al wel wisten, namelijk dat we wat betreft de positie van vrouwen moeten ophouden met te wijzen naar de splinter in het oog van moslims en ons moeten bezig houden met de balk in ons eigen oog. Het rapport over gedeelde ervaringen van seksisme onder vrouwen in de kerk daagt ons uit om opnieuw na te denken over onze eigen traditie en die kritisch onder de loep te nemen. In dit artikel doe ik dat door te kijken naar Jezus. Hoe ging hij om met vrouwen? Houdt hij stand als we hem tegen de feministische meetlat houden? Was Jezus eigenlijk een feminist?

Patriarchale samenleving

Omdat ‘feminist’ een moderne term is, kun je uiteraard niet letterlijk beweren dat Jezus wel of geen feminist was, net zo min als je kunt zeggen dat hij een socialist of een kapitalist was. Je kunt wel erkennen dat hij leefde, preekte en genas in een samenleving die op haar eigen manier patriarchaal was, met bijbehorende man-vrouw verhoudingen, en kijken naar hoe hij zich dan weer verhield tot die verhoudingen. Het overheersende beeld onder zowel meer behoudende als meer progressieve christenen, is dan dat Jezus zich in leer en leven kenmerkte door zijn vrouwvriendelijkheid en dat het christendom voor vrouwen een betere optie was dan het toenmalige Jodendom én dan de opvattingen en wetten van de Romeinse overheersers. Behoudende vormen van christendom, waaronder ik hier ook even evangelisch christendom schaar, plaatsen Jezus’ omgang met vrouwen doorgaans binnen een denkkader van complementariteit, waarin man en vrouw geschapen zijn als gelijkwaardig maar niet gelijk, en waarbinnen zij worden geacht elkaar vanuit hun eigenheid aan te vullen. Binnen progressief christendom ligt er meer nadruk op de actieve rol van Jezus in het doorbreken van patronen van ongelijkheid. Populaire voorbeelden zijn het feit dat Jezus ook vrouwelijke volgelingen had (bijv. Markus 15: 40-41), zijn genezing van een vrouw die aan bloedvloeiing leed (Markus 5: 24-34), en de wijze waarop Jezus in de bres springt voor een vrouw die van overspel wordt beschuldigd (Johannes 7: 53-8: 11).

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

Good Guy

Zo’n opsomming van betekenisvolle ontmoetingen tussen Jezus en vrouwen lijkt gebaseerd op een collectief gedeelde overtuiging dat Jezus het wat dit betreft niet fout kan doen, dat hij per definitie bij de good guys hoort, dat hij er is voor bevrijding en genezing, maar zelf zonder zonde is, dus ook de zonde van patriarchale denkbeelden. Deze overtuiging vind je ook terug bij sommige feministisch theologen, waarvan Elisabeth Schüssler Fiorenza wellicht een van de meest bekende is. Schüssler Fiorenza was er van overtuigd dat de Jezusbeweging, dus de eerste groepen volgelingen van Jezus, een egalitaire gemeenschap vormden. Zij probeerden in de manier waarop ze zich organiseerden bepaalde hiërarchische machtsverhoudingen (waaronder die tussen mannen en vrouwen) te doorbreken. Al vrij snel kwamen anderen roet in het eten gooien, de apostel Paulus met zijn welkbekende ‘zwijgteksten’ voorop. Maar de oorsprong, het christendom in zijn oervorm, aan de bron, was gelijkwaardig.

Jezus verandert in contact met vrouwen

Ik heb zelf moeite met het idee van zo’n pure oorsprong, zo’n onbevlekt vrouwvriendelijk begin, gebaseerd op Jezus als onschuldige grondlegger die het goed bedoelde, maar helaas door anderen niet goed begrepen of nagevolgd werd. Ik vind het een benauwend idee dat Jezus zonder zonden en daarmee onveranderlijk zou zijn, degene die het goede nieuws van vrouwenemancipatie al helemaal doorhad en alleen nog maar aan anderen hoefde te vertellen. En ik vraag me af of we als christenen echt geholpen zijn met het hardnekkig in stand houden van het beeld van Jezus als superfeminist. Ik denk zelfs dat het schadelijk zou kunnen zijn en dat het ons in onze gesprekken over seksisme in de kerk niet wezenlijk verder helpt. Om verder te komen helpt het meer als we oog krijgen voor hoe Jezus door zijn ontmoetingen met vrouwen verandert, voor hoe hij zich door hen laat aanspreken, in plaats van er van uitgaan dat hij het altijd al bij het rechte eind had. Als je door een roze bril heen de evangeliën leest als een feest van emancipatie, word je blind voor momenten van uitsluiting en stigmatisering die ook daar plaatsvinden, ook door Jezus.

Vrouwonvriendelijke ontmoetingen

Er zijn namelijk ook momenten waarop het er op lijkt dat het voor Jezus wel degelijk moeilijk was om op een respectvolle manier met vrouwen om te gaan. Dat wordt het meest duidelijk uit zijn ontmoetingen met niet-Joodse vrouwen, zoals zijn ontmoeting met de Syro-Fenicische vrouw (Marcus 7: 24-30) en met de Samaritaanse vrouw bij de put (Johannes 4: 1-42). In het eerste geval antwoordt hij een vrouw, die hem gevraagd heeft haar dochtertje te genezen: ‘Eerst moeten de kinderen genoeg te eten krijgen; het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en aan de honden te geven’ (v. 27). Met andere woorden: ik ben er in eerste instantie voor mijn eigen volk. De vrouw geeft het bekende antwoord dat de honden toch ook de kruimels eten die van tafel vallen, en Jezus verandert van gedachten en geneest haar dochter. Er zijn natuurlijk veel manieren om dit verhaal te lezen. Maar één, niet zo vergezochte lezing, is dat deze vrouw, die al in een afhankelijke positie is, door Jezus gedwongen wordt om die afhankelijkheid nog eens sterk te benadrukken, voor ze krijgt waar ze om vraagt. Pas dan lijkt Jezus te beseffen dat het ‘brood’ dat hij komt uitdelen niet beperkt is en vrij uitgedeeld kan worden, zelfs buiten de grenzen van zijn eigen voorstellingsvermogen.

Ondergeschikte status benadrukt

In het tweede geval ontmoet Jezus op doorreis door Samaria, een streek waarvan in het Johannesevangelie gezegd wordt dat joden er liever niet doorheen reizen, een vrouw bij de put waar hij uitrust. Hij heeft zijn leerlingen er op uitgestuurd om eten te kopen en is voor een gedeelte van het gesprek alleen met haar (en met de verteller van het verhaal, die in de rol van observator zit, maar die verder onbenoemd blijft). Jezus vraagt de vrouw om wat water voor hem te putten en dan volgt hun wellicht bekende uitwisseling over levend water waardoor je nooit meer dorst krijgt en dat Jezus haar kan geven. Dit verhaal wordt vaak gezien als een ‘bewijsstuk’  voor de vrouwvriendelijkheid van Jezus: hij doorbreekt hier normen van gender en etniciteit om met deze vrouw in gesprek te gaan. Maar als je naar het gesprek zelf kijkt, is dat niet alles wat er over te zeggen valt. Postkoloniaal en feministisch theologe Musa Dube wijst er op dat de Samaritaanse vrouw in dit bijbelgedeelte wordt neergezet als een goedgelovige native. Het valt bijvoorbeeld op dat Jezus haar op sommige momenten aanspreekt op een manier die we nu ‘mansplaining’ zouden noemen. ‘Jullie weten niet wat jullie aanbidden, maar wij weten dat wel, de redding komt immers van de joden’, zeg hij in antwoord op haar vraag waar God het best vereerd kan worden. En ook deze vrouw lijkt hij te dwingen tot een uitspraak die haar ondergeschikte status benadrukt. Wanneer hij haar verzoekt ‘ga je man halen’, is zij genoodzaakt te zeggen ‘ik heb geen man’, zodat Jezus kan zeggen: ‘u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar’. Tegelijk valt op dat Jezus ook door deze ontmoeting verandert. In Johannes 8: 48 wordt hem door enkele geloofsgenoten voor de voeten geworpen: ‘Zeggen we soms ten onrechte dat u een Samaritaan bent, en dat u bezeten bent?’ Jezus antwoordt daarop: ‘Ik ben niet bezeten’. Dat hij een Samaritaan zou kunnen zijn, ontkent hij niet. Blijkbaar is dat voor hem geen schrikbeeld, niet iets om te ontkennen of verder op in te gaan, nu hij de Samaritaanse Ander heeft ontmoet.

Jezus product van zijn tijd en context

Het is niet mijn bedoeling om aan te tonen dat Jezus diep van binnen een seksist was, die we moeten wantrouwen. Het is wat mij betreft geen of-of verhaal, waarin er alleen maar ruimte is voor Jezus als een superfeminist, óf als een patriarchale hork. Maar het is wel zo eerlijk om te erkennen dat ook hij in zijn tijd en context moet opereren, en hem te gunnen dat hij stukje bij beetje moest ontdekken welke normen daarin golden, hoe die normen ook hém gevormd hadden en hoe hij ze misschien ook weer om kon vormen.  Dat kunnen we doen door elkaar in de kerk de ruimte geven om te verkennen waar de bijbel, ook de evangeliën en zelfs de uitspraken van Jezus, soms schuurt en irriteert.

In een echte ontmoeting veranderen er twee. Dat is steeds meer mijn overtuiging geworden. Naar die verandering ben ik op zoek in de verhalen over Jezus: verandering bij de mensen die hij ontmoet, maar ook bij hemzelf. Ik geloof namelijk dat emancipatie zo werkt. Ik geloof niet dat er een template is, een onbetwist plan van aanpak dat we gewoon moeten volgen zodat we vanzelf in een betere wereld terecht komen. Ik geloof wel in echte ontmoetingen, waar mensen de moed vinden om zich te laten aanspreken door een ander die zegt: ‘je kijkt over me heen, je schrijft me uit je verhalen weg’. Van het proces leren we meer dan van de agenda. Ook bij Jezus.

Mariecke van den Berg

 

 

Wie is Mariecke van den Berg?

Mariekcke van den Berg  is universitair docent aan de Faculteit Religie en Theologie van de VU.  Zij is bijzonder hoogleraar Feminisme en christendom op de Catharina Halkes – leerstoel aan de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiestudies van de Radboud Universiteit.

Op vrijdag 12 november 2021 om 15.45 uur houdt zij aan de Radboud Universiteit haar inaugurale rede. Onderwerp van deze rede is: ‘Ondertussen in de schuilhut. Een queer theologie van het thuiskomen’. Aanmelden kan tot 25 oktober per email pedel@co.ru.nl. De oratie is ook te volgen via de livestream: www.ru.nl/aula/livestream

 

 

 

Zie ook