‘Lamentations of Jeremiah’ van Thomas Tallis

‘Lamentations of Jeremiah’ van Thomas Tallis


Hoe zit het eigenlijk met profeten in de muziek, vroeg de redactie zich af. Bekend zijn bijvoorbeeld de ‘Lamentations of Jeremiah’ van Thomas Tallis, oude muziek uit het Engeland van de zestiende eeuw. Hans Jacobi, cantor-organist bij de Remonstranten in Den Haag, voert ons langs dat muziekstuk.

 

 

In de zesde eeuw voor Christus viel Jeruzalem. De profeet Jeremia was ooggetuige. In een grot buiten de stad weende hij om de ondergang. Zijn eerste klaaglied verbeeldt Jeruzalem als een weduwe, treurend tussen de puinhopen. Haar minnaars hebben haar verlaten, haar kinderen zijn weggevoerd. Twee millennia later zette Thomas Tallis deze woorden op muziek. Ook zijn tijd kende grote omwentelingen op politiek en religieus gebied. Ondanks de reformatie bleef hij trouw aan de katholieke kerk. Zijn geloof hield hij noodgedwongen geheim. Alleen in zijn Lamentations of Jeremiah uitte hij zijn diepste gevoelens.

Voor alle duidelijkheid: het voorgaande is geromantiseerd. Niet dat dit verhaal per se onjuist is. De historische gegevens zijn echter fragmentarisch overgeleverd: het is een jaartal hier, een rekening daar. De feiten worden linksom dan wel rechtsom geïnterpreteerd. Uiteindelijk tekent er zich dan een consensus af, al blijft ook die betwistbaar.

Dag van de Heer
Ik begin nog maar eens opnieuw, maar dan iets gedetailleerder. Rond 586 voor Christus werd Jeruzalem verwoest door de Babyloniërs. Een onbekende ooggetuige – mogelijk een tempelzanger – schreef daarop een klaaglied waarin de stad als een weduwe wordt opgevoerd. Al heel lang hadden Israëls profeten gewaarschuwd voor de omineuze ‘dag van de Heer’. Alsof het geen vreemde mogendheden waren die Jeruzalem bedreigden, maar God zelf. Denk aan de ronkende woorden van de profeet Sefanja: ‘Die dag zal een dag zijn van razernij, een dag van angst en benauwdheid, een dag van rampspoed en onheil, een dag van duisternis en donkerheid…’

Kerkmuziek aan het Engelse hof
Een kleine uitwijding is hier op zijn plaats. Voor de muziekgeschiedenis zijn deze woorden namelijk zeer belangrijk. Ze vormden de inspiratie voor een beroemd middeleeuws gezang: het Dies irae. De profetische ‘dag van de Heer’ werd hier omgevormd tot een apocalyptisch visioen à la Michelangelo. Tegenwoordig behoort het Dies irae niet meer tot de katholieke dodenmis. Toch bevindt het zich als een zwerfkei in onze seculiere cultuur. Van Verdi, Liszt en Rachmaninov tot de soundtracks van The Shining, Star Wars en The Lion King.

We keren terug naar Thomas Tallis. Hij wordt voor het eerst genoemd in 1530 in een loonlijst van een klooster in Dover. In 1538 werkte hij in Waltham Abbey, het laatste klooster dat de reformatie van Henry VIII kon weerstaan. Rond 1543 trad Tallis formeel toe tot de musici aan het koninklijke hof. Hij bleef hier tot aan zijn dood in 1585. Al met al een spaarzame biografie, de makers van de tv-serie ‘The Tudors’ verzonnen er van alles bij. De spanningen van die tijd smeken ook om een aanvulling. Tallis stond er immers midden in. Aan het hof diende hij vier opeenvolgende vorsten, ieder afzonderlijk verwikkeld in een dodendans met de kerkelijke politiek. De anglicaanse liturgie verving uiteindelijk de katholieke ritus. De rijke meerstemmige kerkmuziek maakte plaats voor protestantse eenvoud en verstaanbaarheid. Tallis was wellicht de belangrijkste pionier die dit muzikaal mogelijk maakte. Hij was daarin even geniaal als pragmatisch. Zelfs zo pragmatisch dat de persoon zich achter het werk verschuilt.

Klaagzangen
Het indringende karakter van de Lamentations doet vermoeden dat Tallis katholiek is gebleven. De val van Jeruzalem was voor hem mogelijk het zinnebeeld van de marginalisering van de katholieke kerk. De Lamentations betreffen twee aansluitende motetten, naar de openingsverzen (in het Latijn) van de Klaagliederen (1:1-2 & 1:3-5). Ook de aanhef (Incipit) werd getoonzet. Hetzelfde geldt voor de Hebreeuwse letters boven de verzen: aleph, beth, ghimel, daleth & heth. Van oorsprong is dit lied namelijk een acrostichon: de verzen beginnen steeds met een volgende letter van het alfabet. De muziek is donker gekleurd, de stemmen zijn relatief laag. Aangrijpend is het refrein waarmee de beide motetten eindigen: Jeruzalem, Jeruzalem, keer terug naar de Heer uw God (naar Hosea 14:2). De teksten behoorden tot de liturgie van Witte Donderdag, naar de oude katholieke ritus (Sarum Rite). Misschien dat de Lamentations in de Stille Week gezongen zijn in een besloten viering aan het hof of in een huiskapel. Een concrete aanleiding lijkt er niet te zijn. Ook dat doet vermoeden dat het om een privé – uiting gaat.

Tallis componeerde de Lamentations in de jaren 1560 tijdens de vroege regeerperiode van Elizabeth I. In dat decennium ontstond ook het overweldigende Spem in alium voor acht vijfstemmige koren, 40 stemmen in totaal. Vanwege die monumentale pracht is Spem in alium zowel een atypisch werk als het hoogtepunt van Tallis’ oeuvre. De acht koren waren mogelijk rondom de luisteraars opgesteld, zodat men de klanken cirkelvormig om zich heen hoorde gaan. De tekst (Sarum Rite, naar Judit 9) is een hymne aan de God van Israël, die zowel toornig als vergevingsgezind is. Het doet denken aan het lied van de profeet Habakuk (circa 600 v.Chr.): ondanks alles juichen voor de Heer, jubelen voor de God die redding geeft.

Hans Jacobi, musicoloog en organist van de remonstrantse kerk in Den Haag

 

Zie ook