Briefwisseling ‘Ik geloof het wel’

Briefwisseling ‘Ik geloof het wel’

Predikant Annneke van der Velde (1963) en haar dochter Geerke Visser (1997) hebben elkaar een jaar lang in AdRem brieven geschreven. Zij bevroegen elkaar hoe ze in het leven staan en hoe geloof, zingeving en spiritualiteit daarin een rol spelen. Zij sluiten hun briefwisseling nu af, dit is hun laatste bijdrage voor AdRem.

 

Anneke

Lieve Geerke,

In je laatste brief vraag je – naar aanleiding van de ramadan – wat ik me ontzeg. Wel bijzonder, om het midden in de zomer over vasten te hebben! In de vastentijd probeer ik altijd wat goede gewoonten extra aan te scherpen, of er eentje bij aan te plakken. Daarmee probeer ik voor mezelf te onderstrepen dat het leven een geschenk is, dat ik daar zorgvuldig mee om wil gaan, en dat ik daarin ook een verantwoordelijkheid heb naar de schepping. Best moeilijk! Zo had ik me dit jaar voorgenomen minder te gaan vliegen. Maar ik ben toch naar Tunis gevlogen om jou te zien.

Vertrouwen en loslaten

Het was fijn om je daar in die volstrekt andere omgeving te ontmoeten. Jij bent erin thuis; ik helemaal niet. Jij spreekt de taal; voor mij was die onbegrijpelijk. Het tegendeel van hoe het  is geweest in jouw opgroeien. Ik probeerde je wegwijs te maken in een wereld waarin ik al thuis was. En ik heb getracht je een taal bij te brengen om die wereld betekenis te geven, te duiden en van schoonheid te voorzien. In Tunis was dat andersom. Toen ik je de daar in Tunis zag leven, voelde ik nog eens extra dat jij volwassen bent geworden en je eigen leven leidt. Prachtig om te zien, en voor een moeder soms ook lastig. Het betekent vertrouwen hebben en loslaten.

Dit wordt de laatste brief in onze serie in AdRem. We hebben de afgelopen vijf jaar met tussenpozen in een aantal media onze briefwisseling gevoerd. Vorig jaar hebben we afgesproken dat we in deze vorm nog één keer een seizoen in AdRem zouden communiceren, en daar komt nu een eind aan. Vijf jaar brieven over het thema ‘geloven’.
Ik heb het enorm waardevol gevonden om zo met elkaar te communiceren over een kwetsbaar en intiem thema. Ik denk dat wij onze band erdoor hebben versterkt. Dat we elkaar in brieven rustig en genuanceerd hebben kunnen vertellen wat geloof al dan niet voor ons betekent. Ik heb kunnen volgen hoe jij je geloofsopvoeding invlecht in jouw leven en daar je eigen weg mee gaat. Hoe je de inzichten, herinneringen, leidraden, meeneemt en daar een eigentijdse vorm aan geeft. Ook daarin betekent dat voor mij: vertrouwen en loslaten. En dat doe ik van harte! En voor jou? Wat heeft onze briefwisseling voor jou betekend?

God geve je vrede

Lieve Geerke, ik wil graag afsluiten met het gedicht dat Karel Eykman naar psalm 67 heeft geschreven:

Jij weet het, mijn kind

echt goed gelovig ben ik niet

maar daarom kan ik je nog wel toewensen

dat je wat hebt aan Gods woorden.

 

Dat je daarop kan rekenen als je steun nodig hebt.

Dat je daarin kan schuilen als je onderdak zoekt.

Dat het je helpt vertrouwen te vinden.

Dat het je bijlicht door tunnels heen.

Dat je richting vindt, als je de weg niet weet,

zodat hij nabij is, als jij ver bent.

 

God geve je vrede, voortdurend en in ieder opzicht.

Zoiets bedoel ik,

bij wijze van spreken,

ongeveer.

Liefs, Mam

 

Geerke

Lieve mama,

Dat was inderdaad een bijzondere ervaring om samen in Tunis te zijn. Taxiritjes speelden een prominente rol in dit avontuur. Een stuk of vier keer per dag reden we op en neer van het kustplaatsje waar jij verbleef, naar Bab Souika, het deel van de oude stad waar ik verbleef. Het was niet ver, zo’n vijfentwintig minuutjes met de taxi, maar toch was het elke keer een spannende rit. Zo spannend zelfs, dat ik erop stond dat je niet alleen ging. Jij was bepaald niet zelfredzaam in Tunis, aangezien je geen bereik had op je telefoon. Dus reed ik steeds met je mee.

Doodsangsten

Initieel vond ik het best volwassen van mezelf, dat ik mijn moeder begeleidde naar huis. Op de achterbank van de taxi viel dat toch tegen. Het leek alsof sommige taxichauffeurs de kaarsrechte snelweg tussen onze beide verblijfplaatsen beschouwden als een spelletje Mario Kart. Ze reden met een noodvaart op andere auto’s in alsof ze deze van de weg wilden stoten, om op het laatste moment hun medeverkeersdeelnemers op een haar na te omzeilen. Alles wat ons restte, was een aantal bezwerende, berustende mantra’s herhalen, zoals ‘meestal gaat het goed’, en ‘wij zien het systeem in deze verkeerschaos niet, maar de chauffeur wel’ en, als het echt erg was, ‘als we gaan, gaan we samen.’ Schuin achter de chauffeur zittend, had vooral ik perfect zicht op zijn rijstijl. Dit resulteerde erin dat ik regelmatig gesmoorde kreten slaakte. Jij gaf me uiteindelijk een flinke por, omdat je het ‘niet vriendelijk’ vond dat ik met mijn gegil de rijstijl van de chauffeur in twijfel trok. De volgende keer bood je me aan om te wisselen van plaats, zodat ik achter de chauffeur zat. Hierdoor bleef wat zich op de weg afspeelde aan mijn zicht onttrokken. Jij hield je bewonderenswaardig stoïcijns en maakte af en toe een grapje, terwijl ik nog steeds in elkaar dook wanneer we weer op het nippertje aan een verkeers catastrofe ontkomen waren.

Verkeerschaos des levens

Wat ik met deze anekdote wil zeggen: Ik verbeeldde me dat ik jou onder mijn hoede nam, daar in Tunis, maar misschien was het eigenlijk andersom. Ja, ik ben inmiddels volwassen en ben prima in staat om zelf op pad te gaan. Maar, in de verkeerschaos des levens, is het toch fijn dat je moeder soms naast je zit, je een aantal geruststellende mantra’s toefluistert (al dan niet bijbels) en zich niet gek laat maken.

Jij vraagt me wat onze briefwisseling de afgelopen vijf jaar voor mij heeft betekend. Ik ben trots op de mooie stukjes die we hebben getikt en geïntrigeerd door de zingevingsvraagstukken die we hebben bediscussieerd. Maar bovenal vond ik het waardevol om dit samen te doen. Deze briefwisseling was een manier om, als volwassen dochter, af en toe nog levensvragen voor te leggen aan mijn moeder. Soms was ik het hartgrondig met je oneens. Vaker kwam jij met verfrissende wijze woorden, die mij inspireerden en de weg wezen.

Dankjewel daarvoor.

Liefs,

Geerke

 

Zie ook

Wek de Grondwet weer tot leven
5 april 2022

Wek de Grondwet weer tot leven

De Nederlandse rechter mag geen wetten toetsen aan de Grondwet, maar moet wetten toetsen aan internationale verdragen. Rare zaak! Gevolg is wel dat de nationale grondrechten een dode letter zijn geworden: ze staan in de Grondwet, maar de rechter kan er niets mee. Gelukkig staat het afschaffen van het toetsingsverbod nu in het regeerakkoord, schrijft Matthijs de Jongh (1974)… Lees verder

Nieuwe remonstrant: Silvio Roduner (1950)
22 december 2021

Nieuwe remonstrant: Silvio Roduner (1950)

Wie ben ik? Ik groeide op in St.Gallen, Zwitserland. Als jongste kind kreeg ik als enige de kans om naar het gymnasium te gaan en in Zürich te studeren. In.. Lees verder