Antwoorden heb ik niet

Antwoorden heb ik niet

Japke van Malde doet haar hele leven al niets anders dan het geloof overdragen aan jonge mensen. In onderwijs, kringen en catechese. Hoe doet zij dat? Wat is haar insteek?  

In mijn vorige leven als docent op een pabo, was één van de vakken die ik doceerde ‘godsdienstpedagogiek’. Studenten die onderwijzer(es) wilden worden, moesten bijbelverhalen kunnen vertellen aan een klas in een basisschool en zich verdiepen in de vraag hoe kinderen zich kunnen verhouden tot die verhalen en tot de achterliggende gedachten. Een prachtig studieboek daarbij was altijd dat van Harold Kushner ‘Als kinderen over God vragen’, waarin allerlei mogelijke vragen behandeld werden, bijvoorbeeld: waarom kan ik God niet zien? Waarom stopt God de oorlog niet? Als je een ziekte krijgt, is dat dan een straf van God?

Juist aan de hand van dit soort vragen kwamen de gesprekken op gang over wat studenten zelf geloofden. Ik had studenten uit behoudende kerken en studenten die niets (meer) met het geloof hadden, en alles daar tussen in. Dat leverde de mooiste discussies op. Vaak op het scherpst van de snede, want hoe leg je klassieke dogma’s (b.v. ‘Door Jezus’ dood zijn onze zonden vergeven’) uit aan mensen die niet kerkelijk opgevoed zijn en er raar tegen aan kijken? De studenten probeerden dit aan elkaar uit te leggen, wat nog niet eenvoudig was.

Ik gaf nooit zekerheid, ik heb geen antwoorden die ‘waar’ zijn – en soms gebeurde het dan dat studenten mij vroegen: ‘Maar wat geloof jij nou zelf?’. Meestal kwam ik hier mee weg: ‘Ik stel alleen de vragen, jullie mogen naar antwoorden zoeken’. Wat ik wel kwijt kon, is dat ik niet geloof in een God die los van mensen een zekere macht heeft, het leven van mensen stuurt of bepaalt. Ik denk eerder dat God mensen nodig heeft – en dan kon ik mijn kennis over de joodse traditie (die gebaseerd is op vragen bij bijbelteksten) goed toepassen.

Antwoorden heb ik niet

Toen ik in 2009 pastor werd van de landelijke remonstrantse jongerengemeente Arminius, kwam ik in een heel andere sfeer terecht. Om te beginnen kwamen deze jongeren altijd vrijwillig naar de bijeenkomsten die we organiseerden (studenten moesten verplicht colleges volgen…), en ze zijn vrijzinnig. Mijn insteek paste best goed: ik stel vooral vragen, antwoorden heb ik niet. Want ik weet het ook echt niet, hoe het zit, ik kan me alleen laten inspireren door verhalen en commentaren, en dan proberen een vertaling te maken naar onze tijd. Zo bereid ik ook diensten voor, en het was mooi om met de jongeren van Arminius eens per jaar ook een dienst voor te bereiden, waarin zij zelf hun reflectie op verhalen konden verwoorden.

Geloofsopvoeding
Sinds 2016 ben ik predikant in Vrijburg (Amsterdam), met een bijzondere opdracht voor ‘jongeren’ onder de 45 jaar, dat wil zeggen (ook) ouders en hun kinderen.

Het was leuk om terug te kunnen grijpen op mijn ervaringen met kinderen in het basisonderwijs – zeker als het gaat om een praatje met de kinderen voor ze naar de nevendienst gaan.

Daarnaast was het een hele uitdaging om met ouders in gesprek te gaan over vragen rondom geloofsopvoeding. Een paar keer meldden ouders zich om hun kind(eren) te laten dopen, heel boeiend om te zien hoe sommigen wat los zijn geraakt van de kerk van hun jeugd, maar nu de behoefte voelen er weer wat mee te doen nu ze zelf kinderen hebben. Samen kijken naar de verschillende kinderbijbels die er nu zijn, kan dan een mooi opstapje zijn naar de vraag welk godsbeeld ze willen overdragen en hoe ze zelf aankijken tegen de bijbelverhalen. Voor andere ouders hebben we een filosofe uitgenodigd die filosofische gesprekken voert met kinderen – mooi om te zien hoe de filosofische vragen raken aan geloofsvragen die wij stellen.

Vertaling maken naar onze tijd

Voor mij persoonlijk is de kracht van de bijbelverhalen mijn leidraad: hoe kunnen we een vertaling maken naar onze tijd? Daar zijn we in de kinderkerk van Vrijburg steeds mee bezig: aan de hand van een overkoepelend jaarthema zoeken we verhalen waaruit we iets kunnen halen dat raakt aan waar kinderen mee bezig zijn.

Zo zijn we dit jaar bezig met het thema ‘Koningen’, waarbij we begonnen zijn met de vraag ‘Wat is een goede koning’? Vooral de wat oudere kinderen konden een heel lijstje maken met eigenschappen waar volgens hen een koning (of premier, of andere baas) aan moet voldoen. De eisen aan een koning voor Israël die de bijbelse Samuël opsomde (een koning mag niet te rijk zijn, mag zijn macht niet misbruiken) paste daar aardig bij.

Is dat geloofsoverdracht? Ik weet het niet, want wat is geloven? Welk geloof wordt er bedoeld en overgedragen?
Zelf draag ik graag mijn fascinatie over voor verhalen, hun betekenis en de uitleg die er door de eeuwen heen aan gegeven is. Daarover ga ik graag in gesprek, met jong en oud, waarbij de vraag of het waar is (en echt gebeurd) volkomen irrelevant is. Het gaat er toch maar om hoe we er van leren en naar leven.

Japke van Malde
remonstrants predikant in Vrijburg Amsterdam en Nieuwkoop

Zie ook